Het auteurschap van de Oudsaksische Heliand

Op 12 februari 2026 zal de Heliand-kenner Redbad Veenbaas promoveren op het proefschrift Het auteurschap van de Oudsaksische Heliand. Naar de inhoud is de Heliand een episch gedicht over het leven van Jezus Christus. In dit Oudsaksische geschrift, dat rond 830 is geschreven, wordt het leven van Jezus weergegeven op de manier waarop dat gebeurde in Germaanse sagen en het werk kan dan ook gezien worden als een heldendicht. Maar ook al past de Heliand vanwege zijn episch karakter in de traditie van de Oudgermaanse dichtkunst, de grondtoon ervan is diep christelijk en brengt de boodschap van deemoed, vrede en liefde. De dichter probeert die grondtoon te verenigen met het concept van gevolgslieden die trouw zijn aan hun adellijke heer. In de Oudgermaanse dichtkunst was het gebruikelijk om stafrijm te gebruiken. De Heliand is een gedicht met zesduizend regels in stafrijm.
De Heliand wordt tot de wereldliteratuur gerekend. De dichter beschikte over een diepgaande kennis van de epische dichtkunst uit de orale traditie en moet een professionele zanger zijn geweest. Redbad Veenbaas (in het vervolg: RV) heeft een jarenlange zoektocht gehouden naar de auteur. Dit is een interessante onderneming want niemand weet met zekerheid te zeggen wie de dichter van de Heliand is.
Bernlef
RV geeft in zijn onderzoek aan dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat de lierspeler Bernlef, afkomstig uit het noorden van de tegenwoordige provincie Groningen, de dichter was. Bernlef is de oudste bij name bekende dichter uit ons land. Hij was een zanger die rond 800 leefde. Informatie over Bernlef is te vinden in de drie Levens van Liudger uit de negende eeuw. De geestelijke Liudger, afkomstig uit de omgeving van Utrecht, werd op het einde van de achtste eeuw naar het noorden gezonden om te missioneren in het nieuw veroverde gebied (Groningen en het westelijke deel van Oost-Friesland). Daar ontmoette hij de bard Bernlef, die tijdens de maaltijd de grote daden van zijn voorvaderen en de oorlogen van de koningen bezong in de volkstaal. Hij was bij iedereen geliefd. Volgens het verhaal genas Liudger de bard Bernlef van blindheid. Die bekeerde zich tot het christendom. Hij reisde mee met Liudger. Voortaan zong hij alleen nog maar psalmen.
De opvatting dat Bernlef de dichter van de Heliand is, staat echter al een tijdlang ter discussie. Het eerste deel van RV’s proefschrift richt zich op het profiel van de dichter. Daarin wordt een aantal belangrijke observaties gedaan die zijn standpunt ondersteunen. Er zijn veel indicaties voor een orale werkwijze van een in deze traditie geschoolde zanger. Hij beschikt over een diepgaande kennis van de via de orale traditie overgeleverde West-Germaanse epische dichtkunst, met inbegrip van formulaïsche uitdrukkingen en stijlverschijnselen als variaties en haakstijl. Daarnaast presenteert hij zijn werk vanuit een oraal perspectief en hanteert hij een op actie gerichte verteltrant, waarbij abstracte begrippen worden vermeden of in actie worden omgezet. Ook wordt de dichter in de Praefatio, de Latijnse voorrede bij het gedicht, omschreven als ‘een man uit het volk van de Saksen, die bij de zijnen voor een uitnemende dichter werd gehouden’, en schrijft hij zijn voorrede niet zelf. Vanwege de geleerde bronnen die voor de Heliand zijn geraadpleegd, moet dan aangenomen worden dat hij werkte in een team. Beargumenteerd wordt dat er minimaal twee geleerde medewerkers, waaronder de abt van Fulda, Hrabanus Maurus, bij het werk betrokken waren. Recent taalkundig onderzoek maakt het aannemelijk dat de monnik die het gedicht van de zanger noteerde, afkomstig moet zijn geweest uit het klooster van Werden. Volgens RV voldoet de zanger Bernlef het meest aan het profiel bij de vraag wie de dichter van de Heliand is geweest. Hij vergeleek de informatie in de Levens van Liudger en die uit de Praefatio de Versus en de Heliand zelf en dat leverde een zevental indicaties op die een identificatie van Bernlef als dichter van de Heliand kunnen steunen.
Het werk van Redbad Veenbaas verdient meer aandacht dan hier gegeven kan worden in de aankondiging van zijn promotie. Op een later tijdstip zal ik dan ook uitvoeriger op dit werk terugkomen.
Hier volgende de gegevens over de promotie.
Datum en tijd: 12 februari om 11.45 uur.
Locatie: Aula, Hoofdgebouw Vrije Universiteit Amsterdam, De Boelelaan 1105, Amsterdam, vlakbij NS-station Amsterdam-Zuid.
Promotoren: August den Hollander (VU Amsterdam) en Rolf Bremmer (Universiteit Leiden).
De verdediging is openbaar toegankelijk, dus u hoeft zich niet aan te melden. Als u geïnteresseerd bent in het bijwonen van deze promotie en/of vragen of opmerkingen hebt, dan stelt de promovendes een bericht op prijs. Zijn mailadres is: R.H.Veenbaas@hotmail.com en telefonisch is hij bereikbaar op 0610834835 of 0206431851.
Laat een reactie achter