
Deze maand kun je twee blijspelen van de Amsterdamse Abraham Louis Barbaz (1770–1833) ontdekken op DBNL. In De lichtzinnige (1807) vertelt Barbaz het verhaal van Elmance, een jonge, rijke en onbezonnen weduwe die verzeild raakt in een driehoeksverhouding met twee broers. De ernstige Saint-Orme en de charmante D’Armand dingen beiden naar haar hand, terwijl Elmance, gehecht aan haar onafhankelijkheid, hen aan het lijntje houdt. Uiteindelijk komt ze tot inkeer en kiest ze voor een huwelijk met Saint-Orme. Bovendien krijgen lezers een inkijkje in de levens van het huispersoneel. Zo wordt De lichtzinnige bijna de Downton Abbey van de vroege negentiende eeuw! In De gelijkheid (1795) moet een trotse vrouw erkennen dat titels en hiërarchische omgangsvormen niet langer passen bij de nieuwe tijd. Barbaz onderstreepte deze boodschap op de titelpagina van het toneelstuk met een citaat dat hij aan Voltaire toeschreef: ‘De menschen zijn gelijk; geboorte is niets dan schijn: De ware deugd alléén doet hen verschillend zijn.’
Naast deze toneelstukken zijn er vanaf deze maand ook drie gelegenheidsgedichten van vrouwelijke achttiende-eeuwse auteurs beschikbaar op DBNL. Zo is er de begrafenisrede van de Dordrechtse predikant Simon Brand uit 1800, geschreven door Katharina Hofman. Een vrolijkere gelegenheid staat centraal in het gedicht van Jacoba Cornelia Huntum over het huwelijk van Theodorus Cornelis van Herzeele en Dina Jacoba Handler uit 1791. Ook kunnen lezers kennismaken met de Amsterdamse Catharina den Beer Poortugael Wassenbergh (1771–1834). Zij was lid van het Amsteldamsch Dicht- en Letteroefenend Genootschap en schreef vooral poëzie naar aanleiding van familiegebeurtenissen, zoals voor de ondertrouw van haar zuster met één van haar vrienden in 1796.
Uit dezelfde periode dateert Dichterlyke bespiegelingen, over Gods voorzienigheid, de dood, het graf, de opstanding, en andere zedelyke onderwerpen (1795) van Anna Maria Moens (1775–1832). Net als veel andere vrouwen combineerde ze doceren in een kostschool met schrijven. Dichterlyke bespiegelingen was haar eerste zelfstandige bundel en verscheen bij de Amsterdamse boekhandelaar P.J. Uylenbroek. In het voorwoord van haar debuut kondigde Moens aan dat ze, bij gebrek aan succes, ‘gewillig de pen [zou] neerleggen, verheugd dat ik niet te vooringenomen was om niet te willen inzien dat het mij aan die genie haperde.’ Maar het tegendeel bleek waar: vooral met haar inzendingen voor de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen, over de verbetering van het onderwijs, oogstte Moens erkenning en ontving ze zelfs twee prijzen.
Wie liever recentere lectuur ter hand neemt, kan voortaan ook terecht bij de laatste memoires van Willem Oltmans (1925–2004), die de periode van 2002 tot en met 2004 beslaan. De Nederlandse buitenlandjournalist hield zijn hele leven dagboeken bij – goed voor maar liefst 1300 schriften – die later werden bewerkt tot de 76-delige Memoires. Die reeks was al grotendeels beschikbaar op DBNL, maar omvat nu dus ook zijn laatste levensjaren. Oltmans’ journalistieke werk werd lange tijd door de Nederlandse overheid tegengewerkt, onder meer vanwege zijn interview met het eerste staatshoofd van het onafhankelijke Indonesië en zijn steun voor de Nieuw-Guinese onafhankelijkheid.
Tot slot kun je vanaf heden snuisteren tussen nieuw ontsloten tijdschriften. Voor de filologen en taalliefhebbers zijn er nieuwe edities van Levende Talen (jaargangen 1948 en 1949) te ontdekken. Dit tijdschrift brengt wetenschappelijke inzichten op het gebied van taal en taalonderwijs en richt zich vooral op docenten. Daarnaast verschijnen jaargang 1993 en 2012 (de laatste!) van Leesgoed, het tijdschrift over jeugdliteratuur en literatuuronderwijs. Het laatste nummer bevat een ontroerend in memoriam voor jeugdauteur Jan Simoen.
Laat een reactie achter