
Herhalingen, in het leven en in muziek en poëzie, stellen gerust en beklemmen. Ze zijn een uiting van wat Freud ‘doodsdrift’ noemde, omdat ze gericht zijn op het herstel van een eerdere toestand, die uiteindelijk stilstand en levenloosheid betekent; tegelijkertijd blijven herhalingen het einde juist uitstellen.
Herhalingen kunnen dienen om betekenis te benadrukken en in het geheugen te verankeren, maar kunnen er ook voor zorgen dat die betekenis wordt ondermijnd en in de herhaling uiteenvalt. Wat dan overblijft zijn klanken, bewegingen en patronen die zich aan ons opdringen en een directe, fysieke uitwerking hebben.
Herhalingen maken het mogelijk tijd bij te houden: de cyclische bewegingen van de hemellichamen stellen ons in staat om jaren, maanden, seizoenen en dagen te tellen. In de lichamen van levende wezens herhaalt zich het kloppen van het hart, de ademhaling, de cadans van voetstappen, de afwisseling tussen slapen en waken. Het hele leven hangt van herhaling aan elkaar.
Toch is de ervaring van herhaling nooit zuiver identiek. Zij wordt altijd vergezeld door verschuivingen, breuken en kleine afwijkingen. Denken over herhaling is daarom altijd ook denken over de verstoring ervan: het doorbreken van een verwachting, een flits van irreduceerbare individualiteit, het plotselinge einde van een ritme. Alleen tegen de achtergrond van herhaling kan iets nieuws verschijnen.
Lees, luister en bekijk in De Gids 2026/1 essays, verhalen, poëzie en beeld van Mischa Andriessen, Maria Barnas, Jesse van Amelsvoort, Kyrke Otto, Renée van Marissing, Yasmin Namavar, Samuel Vriezen, Piet Gerbrandy, Claire-Louise Bennett, Izaak Nauta, Stephan Enter, Paul Demets, Wytske Versteeg, Roelof Schipper, Sarah Andrea Desplenter, Ronelda Kamfer, Nathan Trantaal, Amalia Pica en studenten Grafisch Ontwerp aan de Rietveld Academie Amsterdam.
Laat een reactie achter