
In december 2025 ben ik afgestudeerd in Nederlandse en Duitse taal en literatuur, en wel binnen de studierichting Europese en Amerikaanse talen en literaturen aan de Universiteit van Padua. In mijn masterscriptie Hoorter naer. Un’edizione del manoscritto Ge del Karel ende Elegast (Hoorter naer. Een uitgave van handschrift Ge van Karel ende Elegast) heb ik handschrift Gent, Universiteitsbibliotheek, 896-a (Ge) bestudeerd en daarvan een Italiaanse uitgave voorbereid.
Dit handschrift, dat uit de veertiende eeuw dateert, bestaat namelijk uit twee fragmenten van de beroemde Middelnederlandse tekst Karel ende Elegast (KE). Ik had dit als onderwerp gekozen, omdat de middeleeuwse Nederlandse literatuur in Italië weinig bekend is (maar opmerkelijk is de recente vertaling van Franco Paris uit het Nederlands van de Liederen van Hadewych bezorgd door Veerle Fraeters en Frank Willaert (2025): https://www.lelettere.it/libro/9788893665445
Voorts heb ik me op Ge willen concentreren, omdat het een relatief recent ontdekt fragment is.
Ik heb een uitvoerige analyse van deze tekst gemaakt, en daarvoor ben ik van de zogenoemde New Philology uitgegaan. Dit begrip verwijst naar een academische stroming die aan het eind van de twintigste eeuw is ontstaan. Anders dan de “Lachmannse” filologie, waarbij men probeert het “origineel” van een traditie te reconstrueren op basis van de vergelijking tussen overgeleverde exemplaren, biedt de New Philology de mogelijkheid aandacht te besteden aan één enkel exemplaar, dat als een apart literair product van een bepaalde periode wordt beschouwd. In dit geval speelt de reconstructie een veel minder belangrijke rol.
Daarom is mijn scriptie vooral neo-filologisch van aard: ik heb de voorkeur gegeven aan één handschrift, Ge dus, en niet aan het hele stemma codicum, d.w.z. de stamboom die de relaties illustreert welke onder de exemplaren voorkomen. Het stemma is noodzakelijk voor de Lachmannse filologie, want het draagt bij aan de reconstructie van het origineel. In ieder geval heb ik ook besloten de tekst van Ge voortdurend met de rest van de overlevering van KE te vergelijken.
Ik heb de tekst van Ge overgeschreven, wat tamelijk moeilijk was, omdat de folio’s ervan afgesneden zijn en er bijgevolg geen enkel volledig vers in voorkomt. In het geheel heb ik 588 van de 622 verzen van Ge overgeschreven, omdat 26 verzen onleesbaar zijn en er 8 verzen zijn afgesneden. Ik heb uiteraard aangegeven welke gedeelten van de tekst afgesneden of onleesbaar zijn wegens slijtage. Vanwege de fragmentarische aard van de verzen van Ge, die in veel gevallen zelfs maar één letter tellen, heb ik helaas geen Italiaanse vertaling kunnen toevoegen.
Zoals gezegd heb ik ook wat commentaar besteed aan de relatie tussen Ge en de rest van de traditie van KE: de overlevering van dit verhaal telt namelijk naast Ge nog 6 handschriften (M, N, Br, G, H en V) en zeven incunabelen (F, A, B, C, D, E en L), d.w.z. drukken die vóór 1500 verschenen. Er bestaat een andere tekst die belangrijk is voor de traditie van KE, namelijk Karlle ind Eligast (K): K is een letterlijke vertaling, die in het Ripuarisch, een Middelduitse taalvariëteit, werd geschreven.
Uit vergelijkingen blijkt dat het Gentse handschrift meer overeenkomsten met de handschriften toont dan met de drukken. Van de handschriften, die fragmentarisch zijn overgeleverd, vertoont Ge vooral overeenkomsten met M (dat één van de langste fragmenten is), Br en N. Het is opvallend dat Ge vaker met K overeenkomt dan de overige Middelnederlandse handschriften en drukken: er komen bijvoorbeeld verzen in voor, die uitsluitend in Ge en in K te vinden zijn.
Om zulke analogieën te onderstrepen en enkele materiële eigenschappen van Ge aan te geven, heb ik enige toelichtingen in voetnoten gezet.
Ik heb ook de taal van de tekst in Ge bestudeerd: de resultaten van mijn studie stemmen overeen met wat de meeste neerlandici stellen, met name dat Ge van Brabantse herkomst is. Dat blijkt uit fonologische (swert, ingel, istorie…) en morfologische (-scap, selc) kenmerken.
Tenslotte heb ik ook pogingen gedaan een stemma codicum te schetsen, maar dat was slechts een klein deel van mijn voornamelijk neo-filologische scriptie. In ieder geval zal ik daar in de toekomst weer aan werken.
Link naar de volledige scriptie, die een Nederlandse samenvatting inhoudt.


Foto’s 1 en 2: de twee Ge-fragmenten

Laat een reactie achter