“Mensen zeggen ‘wauw’ als ik vertel dat ik Nederlands spreek”. Karolína Bergerová is trots op haar werk als docent Nederlands in Olomouc. Student Kristýna Štĕrbová zit in haar derde jaar en wil tolk worden. Ze houdt erg van onze mooie taal.
Mijn broer verhuisde vorig jaar van Frankrijk naar Olomouc in Tsjechië. Wij gingen hem opzoeken in zijn ruime appartement, op de vierde verdieping van een rozegepleisterd laat-19de-eeuws huis. De Tsjechische provinciehoofdstad Olomouc is vol prachtige oude gebouwen: huizen, paleizen, kerken en torens, maar er komt geen toerist naar kijken. Wel zijn er studenten, want Olomouc kan bogen op een oude universiteit.
We ontmoeten studente Kristýna Štĕrbová, 20 jaar, die mijn broer Tsjechisch leert. Daar heeft ze zelf ook wat aan, want ze is derdejaars Nederlands. De universiteit in Olomouc heeft een van de grootste afdelingen Nederlands in Midden- en Oost-Europa. In heel Tsjechië kun je op vier plaatsen terecht voor dit vak, net als in Nederland.
Kristýna leidt ons rond in de bibliotheek, waar we allerlei dierbare bekenden tegenkomen: De kleine Johannes, De donkere kamer van Damocles, Thijssens De ochtend van het leven, De kinderkaravaan van An Rutgers van der Loeff. Er zijn ook kasten vol vertalingen van Nederlandse literatuur.

We praten even met de jonge docent Karolína Bergerová. Zij is nog niet zo lang geleden afgestudeerd, legt uit dat ze erg van talen houdt en verliefd is op Nederlands. “Nee, niet op Nederlandse mannen!” Met een rare, moeilijke taal maak je wel de blits, vertelt ze. “Mensen zeggen ‘wauw’ als ik vertel dat ik Nederlands spreek.”
Kristýna koos Nederlands omdat het een kleine taal is. “En een heel mooie!” Haar toekomstplan: tolk worden. Sommige van haar medestudenten willen naar Nederland verhuizen, voor de liefde of om economische redenen. Geldt dat ook voor haar? “Nee, ik wil wel veel reizen en tijdelijk ergens anders wonen, maar niet voorgoed.” Ze was al eens een paar maanden in Nederland, voor een taalstage in een restaurant in Lauwersoog. “Ik mocht mee op een vissersboot, dat was prachtig!”
Wat vindt ze het moeilijkste aan Nederlands? Het antwoord weten we eigenlijk al: de lidwoorden en de woordvolgorde. “Daar moet je mee geboren zijn”, denkt Kristýna. Ze geeft toe dat de Nederlander die Tsjechisch wil leren voor grotere uitdagingen staat. Zeven naamvallen: dat is voor de meeste West-Europeanen niet te doen. Maken Tsjechen daar zelf eigenlijk veel fouten in? “Nee, helemaal niet. Het zit in onze hersenen ingebakken.”
De stichting van de Palacký-universiteit van Olomouc moest ooit bijdragen aan de contrareformatie in de Boheemse landen. Halverwege de 16de eeuw was 90 procent van de bevolking protestants. De nieuwe Habsburgse heersers nodigden in 1566 de Jezuïeten uit om het katholieke onderwijs op poten te zetten. Zo kreeg Olomouc in 1573 een universiteit, twee jaar voordat duizend kilometer westelijker de Leidse universiteit werd gesticht als protestants bolwerk.
Na ons bezoek aan de universiteit gaan we boodschappen doen in de Albert, onderdeel van Ahold en dus een broertje van Albert Heijn. We staan bij de kassa met twee flessen Tsjechische Chardonnay en mijn vriend vraagt om een tasje. In het buitenland doet hij dat automatisch in het Frans. Net als ik wil zeggen: “Dat verstaan ze hier echt niet”, antwoordt de kassière in foutloos Frans. Mijn broer, die bijna veertig jaar in Frankrijk heeft gewoond, weet niet wat hij hoort. De vrouw blijkt op een lycée Français in Olomouc te hebben gezeten. Het buitenland is ook in Oost-Tsjechië niet ver weg.
over de auteur
Mieke van Baarsel is historica, schreef boeken en artikelen en was als redacteur verbonden aan het Leids Universitair Medisch Centrum, waarvan ze in 2021 een geschiedenis publiceerde. Ze is nu gepensioneerd en woont in Oegstgeest.


Laat een reactie achter