Bonusauteurs bij aflevering 6 van Historische Klassiekers over Isabella de Moerloose.
Literatuurwetenschapper Evi Dijcks vertelt over Cornelia Teellinck, Maria Petyt en Sibylle van Griethuysen en Fleur Speet vertelt over Elisabeth Strouven; schrijvers die allen religieuze literatuur schreven in de vroegmoderne tijd (1500-1800). Saai? Niet bepaald, want ze bedreven er politiek mee!
Maria Petyt en Elisabeth Strouven waren katholiek. Om aan het huwelijk te ontsnappen, niet ondergeschikt te zijn aan mannen én om zich intellectueel te ontwikkelen kozen maagden (én weduwen) vaak voor een katholiek religieus leven: dan konden ze zingen, lezen en schrijven. Een vroege vorm van emancipatie dus.
Daarbij: nadat het calvinisme eind zestiende eeuw tot staatsgodsdienst was uitgeroepen, bleven begijnhoven en kloosters nog lang bestaan in de Republiek, zeker in Haarlem en Amsterdam. In 1680 waren er 5000 katholieke kloppen en begijnen actief in de Republiek tegenover 450 priesters. 90 Procent van de katholieke professionals was vrouw. Vaak rijk, hielden zij met hun geld en inzet de katholieke kerk overeind!
Laat een reactie achter