
Zin om je te verdiepen in Multatuli? Dat kan, want deze maand worden allerlei werken over hem opgeleverd op DBNL – een cadeautje voor zijn verjaardag op 2 maart. Zo kun je neuzen in de correspondentie tussen Eduard en zijn oudste broer, dominee Pieter Douwes Dekker. Tussen hen was het niet altijd koek en ei: Eduard beschreef Pieter in een brief aan zijn eerste vrouw Tine als zijn tegenpool, die hem ‘meesterachtig’ opvoedde. In hun brieven lees je onder meer hoe Eduard zijn broer smeekt om meer geld.
Wie graag de filosofische toer op gaat, vindt waarschijnlijk zijn gading bij één van de volgende werken. Anton Levien Constandse schreef in 1977, als groot bewonderaar van Multatuli, een verhandeling over de band tussen Multatuli en Spinoza. In navolging van de Nederlandse filosoof geloofde Douwes Dekker dat de mens de wetten van de inherent goede natuur moest volgen en zich niet moest laten leiden door regels die tegen de natuur ingaan, zoals religieuze voorschriften. Ook de humanist Piet Spigt zag Multatuli als een zielsverwant: niet alleen nam Spigt zijn ideeën over twijfel over, hij was ook lid van het Multatuli Genootschap en publiceerde talrijke verhandelingen over hem – waaronder Multatuli in Nijmegen (1962) en Multatuli, minister in spe (1953), beide vanaf nu te vinden op DBNL.
Andere werken over Multatuli die deze maand op DBNL verschijnen, zijn onder andere De bron van Multatuli’s Peruaanse vertelling (1957) van taalkundige en politicus Kornelis ter Laan. Hij schreef eveneens de postuum uitgegeven Multatuli Encyclopedie. Wie meer wil weten over Multatuli’s bekendste boek kan voortaan Het ontstaan van de Max Havelaar (1956) van Dirk de Vries raadplegen. Tot slot kun je bijleren over Humor, ironie en sarkasme bij Multatuli (1954) van dichter, letterkundige en toenmalig voorzitter van het Multatuli Genootschap, Garmt Stuiveling. Al deze werken verschenen overigens in de context van de inmiddels welbekende vereniging: het gaat om een reeks brochures, getiteld Geschriften van het Multatuli Genootschap, die tussen 1953 en 1977 werden uitgegeven.
Daarnaast worden ook de Nagelatene gedichten van Vrouwe Anna Rethaan en van Juffrouwe Anna Maria Vincentius (1730) van Anna Rethaan opgeleverd. Op haar 42ste begon ze gedichten te schrijven, wellicht omdat er een dichtende schoonzoon in de familie was gekomen: Pieter Boddaert. Geen enkel gedicht werd tijdens haar leven gepubliceerd. Pas een jaar na haar dood zorgde diezelfde Boddaert ervoor dat haar gedichten werden gebundeld en uitgegeven, ingeleid door een biografisch voorwoord van zijn hand. Rethaans gedichten waren vooral religieus geïnspireerd. Ze dichtte over het gevoelsleven van de gelovige: van de ervaring van Gods liefde tot de omgang met de eigen zonde. Bovendien schreef ze ook enkele gelegenheidsgedichten, zoals een begrafenisgedicht voor een vriendin.
Een andere dichtende vrouw uit de achttiende eeuw is Juliana Cornelia de Lannoy. Zij beschouwde dichten als haar levensvervulling en verwierp de notie dat vrouwen uitsluitend voorbestemd zouden zijn om moeder of echtgenote te worden. Ze bleef ongehuwd en wilde aantonen dat vrouwen even goed konden schrijven als mannen. Dat lukte ook: De Lannoy had vele bewonderaars, was als eerste vrouw honorair lid van het Haagse dichtgenootschap en won verschillende medailles voor haar dichtkunst. Vanaf heden kun je haar treurspel Cleopatra (1776) lezen, waarin ze de vrouwelijke personages een prominentere rol gaf dan gebruikelijk. Na haar dood werd haar overige werk uitgegeven door één van haar grootste bewonderaars, de dichter Willem Bilderdijk, van wie je voortaan ook zijn Taal- en dichtkundige verscheidenheden kunt lezen op DBNL.
Wie wat lichtere lectuur verkiest, kan terecht bij drie postuum gepubliceerde boeken van kinderboekenschrijfster Aagtje Martha Nachenius-Roegholt (1892-1941). Deze werden omschreven als ‘meisjesromans’: ideaal voor oudere meisjes die het gewone meisjesboek waren ontgroeid. Ook twee kinderboeken van Simon Franke (1880-1957) zijn vanaf nu te vinden op DBNL. Hij schreef meer dan dertig kinderboeken, historische romans over Nederlands-Indië en streekromans. Daarnaast verschijnen enkele jeugdboeken van Hans de la Rive Box (1906-1985). Hij was een veelschrijver: in de jaren 1930 schreef hij gemiddeld tien boeken per jaar. In totaal publiceerde hij meer dan zeventig jeugdboeken, zowel ‘jongens-’ als ‘meisjesboeken’.
Zoals vorige keer verschijnen er ook heel wat gelegenheidsgedichten en tijdschriften deze maand. De vier gelegenheidsgedichten dateren uit de achttiende eeuw en zijn geschreven door vrouwen: drie ter gelegenheid van een begrafenis en één voor een bruiloft. Wat betreft tijdschriften zijn er opnieuw verschillende edities van Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden, het wetenschappelijke tijdschrift gewijd aan de geschiedenis van de Lage Landen. In de nieuw opgeleverde jaargangen lees je onder meer over kleermakers, vroedvrouwen en landschapsbeheer in de negentiende eeuw. Andere nieuw ontsloten periodieken zijn Moer, het tijdschrift voor onderwijs in het Nederlands, Nederlandse Taalkunde en TvL. Tijdschrift voor Literatuurwetenschap.
Laat een reactie achter