De laatste editie van de zomercursus op locatie in het Middellandse Zeegebied (2025) was net als het jaar voorheen georganiseerd en uitgevoerd door de vakgroep Nederlands van de Universiteit van Napels l’Orientale. In totaal schreven zich 34 studenten in, afkomstig uit Italië, Portugal, Spanje en Turkije. Ook enkele studenten uit Scandinavië waren geselecteerd voor deelname, aangezien hun regio geen zomercursus Nederlands heeft. De hele groep werd hartelijk verwelkomd door de rector van de universiteit, Prof. Roberto Tottoli, die zijn waardering voor dit internationale project niet verhulde. De titel van de editie van 2025 luidde: “Weer in de weer met kunst”.

Sinds 2009
Gefinancierd door de Nederlandse Taalunie, is de zomercursus MediterraNed sinds 2009 een vaste jaarlijkse traditie geworden. De cursus, gericht op studenten Nederlands die nog geen hoog taalniveau beheersen (meestal tot B1), is bedacht om een actieve leeromgeving te bieden waarin veel persoonlijke inbreng van de studenten wordt verwacht en de Nederlandse taal niet alleen studieobject, maar vooral communicatie-instrument is.
Organisatie en opzet
De organisatie was opnieuw in handen van Annaclaudia Giordano en Luisa Berghout, respectievelijk docente Nederlands en lectrice Nederlands aan de Orientale Universiteit. Dit docententeam ging met enthousiasme aan de slag om het centrale thema van kunst vanuit diverse invalshoeken te ontwikkelen. En waar elders dan in Napels kun je je van zo’n taak kwijten?
Elke cursusdag begon met de plenaire sessie Nederlands leren met kunst en muziek onder leiding van Henk Noorland (Universiteit van Amsterdam), waarin de studenten met de Nederlandse taal in de weer gingen met behulp van muziek als speels leermiddel.
Daarop volgden parallellessen in drie niveaugroepen, waarbij de studenten deelnamen aan interactieve workshops en zich verdiepten in kunst en literatuur. Elke docent gaf op eigen wijze invulling aan het traject. In zijn module Weerklank in de kunst en letteren legde Franco Paris (Orientale Universiteit) de nadruk op de literaire en culturele context van de Nederlandse taal, waarin hij een meester is. In haar lessen Taalplezier met het Nederlands putte Elisabeth Braem (Universiteit van Triëst) uit haar ervaring en passie voor taaldidactiek om het plezier in de Nederlandse taal tastbaar te maken. In zijn Oefening baart kunst koppelde Johan Vossen (Encora Antwerpen) taal aan kunst en visuele expressie, wat zorgde voor een stimulerende multidisciplinaire benadering. Gastdocent Marie Jadot (Universiteit van Luik) benadrukte op verrassende wijze de samenhang tussen taal, klank en ritme, waardoor literatuur en muziek elkaar verrijkten. Luisa Berghout en Annaclaudia Giordano verzorgden inspirerende coachingsessies die ruimte boden voor reflectie en gerichte feedback om het leerproces te optimaliseren.
Een culturele verstrengeling
Bij het ontwerpen van het cursusprogramma werd uitgegaan van een mengeling van Mediterrane, Nederlandse en Vlaamse klanken, kleuren en smaken. Dit kwam onder meer tot uiting in het logo en de afbeelding van programma en affiche, met een detail uit een schilderij van Caspar van Wittel. Dat was de vader van architect Luigi Vanvitelli, geboren in Napels en in Italië beroemd geworden vanwege onder andere de bouw van het Koninklijk Paleis van Caserta. Deze creatieve mix kreeg voorts concreet gestalte tijdens twee culturele uitstapjes naar twee van de belangrijkste en mooiste musea van Napels: de Gallerie d’Italia en het Museo di Capodimonte.
In de activiteit met de Gallerie d’Italia werden twee elementen gecombineerd: samenwerking met een lokale culturele instelling en actieve betrokkenheid van de masterstudenten als gidsen. Het museum was zelfs zo enthousiast dat het niet alleen gratis toegang verleende aan de hele groep, maar ook een schitterende workshopruimte ter beschikking stelde. Daar hebben de masterstudenten, Luigi Acone en Salvatore Ferace, een voorbereidende presentatie gegeven over de werken van landschapschilders zoals Pitloo en Van Wittel, terwijl de pas afgestudeerde master Martina Yuma in gesprek ging met de cursusgroep van het hogere taalniveau.
Na het museumbezoek trokken de drie groepen samen met hun gidsen naar het beroemdste plein van Napels, piazza Plebiscito. Daar gingen ze op zoek naar de architectonische elementen die ze in een aantal schilderijen hadden gezien en die vandaag de dag nog op het plein te vinden zijn. Dit zorgde voor een directe beleving van de koppeling tussen kunst en werkelijkheid.
Bij het Museo di Capodimonte begon de dag met een fotospeurtocht door de tuinen, waarin de studenten in drie gemengde groepen van verschillende taalniveaus op zoek gingen naar bijzondere details: van beelden en planten tot adembenemende uitzichten. Tegelijkertijd maakten ze vanaf specifieke plekken creatieve selfies, waardoor observatie, samenwerking en plezier op natuurlijke wijze samenvloeiden.
Vervolgens kreeg het bezoek een officieel karakter. Na het welkomstwoord van een vertegenwoordiger van het museum benadrukte de Vlaamse Vertegenwoordiger, Dries Willems, de nauwe samenwerking tussen Vlaanderen en Napels en het belang van culturele uitwisseling.
De aansluitende interactieve rondleiding door het museum bood studenten de mogelijkheid om kunstwerken vanuit diverse invalshoeken te ervaren en tegelijkertijd hun taalvaardigheid te verdiepen. Het bezoek werd afgesloten met een feestelijke lunch, aangeboden door de Vlaamse Vertegenwoordiging.

Afsluiting
Het einde van de cursus werd gevierd met een slotmiddag waar de studenten hun creatieve projecten konden presenteren. In kleine groepjes lieten zij zien wat ze gedurende de week in nauwe samenwerking met hun medecursisten hadden ontwikkeld. Voor de docenten en organisatoren vormde dit het tastbare bewijs van de vooruitgang en de zelf-ontplooiing van de studenten. Zelfs deelnemers met een lager taalniveau wisten hun ideeën om te zetten in een concreet eindproduct en durfden dit in het Nederlands te presenteren.
Uit de evaluatie-enquête blijkt dat alle deelnemers heel enthousiast waren over de gezellige en multiculturele leeromgeving. Hiervoor danken we het hechte docententeam, dat voor het tweede jaar met ons aan de slag ging, en natuurlijk ook de Nederlandse Taalunie, die dit alles mogelijk maakte.
Een speciaal dankwoord gaat tevens uit naar student-ondersteuner Salvatore Ferace, die al vanaf de voorbereidende fase een cruciale rol vervulde door praktische zaken te coördineren, advies en tips te geven, en de communicatie tussen studenten, docenten en organisatie soepel te laten verlopen.
Terug- en vooruitblik
Taal in beweging en kunst in actie: dat waren de hoofdingrediënten van deze zomercursus. Het bood een unieke mengeling van taal, cultuur en community-vorming (ook met onze diplomatieke vertegenwoordigingen). Het Nederlands werd zodoende buiten een strikt academische context gebracht, terwijl studenten nieuwe relaties opbouwden en hun blik op bredere perspectieven verruimden.
Dit lijkt ons een formule waarop kan worden voortgebouwd in de komende zomercursussen van MediterraNed.


Laat een reactie achter