
Het nieuwe dubbelnummer van Zacht Lawijd draait om vondsten: boeken, manuscripten en objecten die op een veiling, in een archief of op de antiquarische markt opdoken en ons beeld van de literatuurgeschiedenis net een beetje verschuiven.
Sjoerd van Faassen reconstrueert de geschiedenis van In Agris Occupatis, de kleine clandestiene uitgeverij die in 1944 in Groningen opereerde rond dichters A. Marja en W.H. Nagel, met drukwerk van H.N. Werkman. Manu van der Aa brengt het netwerk in kaart van de Antwerpse Pink Poets rond Patrick Conrad, een genootschap dat dichters, fotografen en grafische kunstenaars bij elkaar bracht en een reeks bibliofiele uitgaven voortbracht.
De opvallendste vondst deed Kris Steyaert: op een veiling verwierf hij een album uit voormalig Nederlands-Indië met handgeschreven poëzie van een tot dusver onbekend gebleven dichteres. Heilna du Plooy — zelf dichteres en onderzoeker aan de Noordwes Universiteit van Potchefstroom — gaat in een uit het Afrikaans vertaalde bijdrage op zoek naar trauma in de recente poëzie van Ronelda S. Kamfer, Jolyn Phillips en Joan Hambidge.
Wout Vlaeminck haalt het werk en leven van Ria Scarphout uit de vergetelheid, op basis van een aantal welhaast onvindbare poëziebundels. Lieke von Berg onderzoekt het merkwaardige lot van Anna Blamans Eenzaam avontuur: een roman die in veertig drukken meer dan 150.000 exemplaren bereikte, maar van wie geregeld beweerd wordt dat de auteur ‘vergeten’ is. In de rubriek ‘De Dingen’ aandacht voor de verlovingsring van Ninette Walschap en voor de rattenuitwerpselen van Maarten ’t Hart.
Dit is het laatste nummer onder de vlag van Amsterdam University Press. De redactie zoekt nog naar een nieuwe uitgever (en financiën).
Laat een reactie achter