Daar is de lente; daar is de zon! Wat is er fijner dan met een boek in de hand te genieten van het voorjaarslicht? Dat kan met deze nieuwe titels op DBNL.

Zo kun je je wagen aan Het nuttig en genoeglyk tyd-verdryf, of geestelyke punt-dichten (1802) van Jan Antoon Frans Pauwels (1747–1823). In zijn tijd stond hij bekend als ‘de Poëet Pauwels’. Pauwels wordt soms beschouwd als de Antwerpse stadsdichter avant la lettre; hij schreef honderden gelegenheidsverzen over Antwerpen en haar inwoners. In zijn puntdichten – korte, geestige gedichten met een strak rijmschema – verheerlijkte hij humanisten, schilders en schrijvers zoals Anna Bijns. Pauwels betreurde de culturele situatie tijdens het Franse regime en kleedde zich ook naar die mening: in de stijl van het Oostenrijkse regime, compleet met een gepoederde pruik. Hem een opvallend figuur noemen, is dus geen overdrijving. Zijn gedichten hadden vaak een moralistische inslag en moedigden lezers aan tot een deugdzaam, christelijk leven.
Willem Bilderdijk (1756-1831) was in zijn tijd een controversieel figuur. Als royalist weigerde hij in 1795 een eed van trouw te zweren aan de Bataafse Republiek en werd hij verbannen. Onder koning Lodewijk Napoleon keerde hij terug in Nederland. Ondertussen publiceerde hij van alles: poëzie, geschiedenis, toneel, polemische teksten en theoretische verhandelingen over recht, filosofie, theologie, taalkunde en spelling. Hij werd bekritiseerd om zijn stijl, maar geprezen om de inhoud: ‘Zoo erg, ja “zoo goddeloos,” durven wij wel schrijven, kan het Bilderdijk nooit maken, of wij zullen ons over hem verwonderen met dankbaarheid, en gaarne bij hem in de leer gaan’. Deze maand verschijnen er vijf nieuwe delen van de (Nieuwe) Taal- en dichtkundige verscheidenheden, met artikelen over allerlei taal- en letterkundige onderwerpen.

Van Sara Maria van der Wilp (1716–1803) verschijnt deze maand haar dichtbundel uit 1772. Ze begon al op haar zestiende te dichten. Haar oeuvre omvat vooral gelegenheidsgedichten en religieus geïnspireerde berijmingen. Over haar leven is weinig bekend, maar ze trok wel de aandacht door een conflict met portretschilder Joseph Marinkelle. Hij beeldde Van der Wilp af met een diepe decolleté op het auteursportret van deze dichtbundel, wat zowel bij het publiek als bij haarzelf niet in de smaak viel. Een criticaster noemde haar ‘een onbeschaamde Hoer, met Borsten als Koe-uiëren,’ terwijl zij Marinkelle verweet haar als een ‘viswijf’ en een ‘dragonder’ te hebben afgebeeld. Bij deze beschimpingen verbleken zelfs de meest dramatische ruzies in The Real Housewives of Amsterdam en Antwerp tot een beschaafd gesprek.
Ook voor kinderen valt er deze maand weer heel wat te ontdekken op DBNL. Zo verschijnt er een viertal nieuwe deeltjes van de reeks ‘In sprookjesland’ (1950) van Carroliena Angenita Klooster (1880–1971): Sneeuwwitje, Klein Duimpje, De sneeuwkoningin en De witte slang. Haar interpretaties van Roodkapje en Doornroosje staan reeds op DBNL. Klooster was een feministe en lerares die streed voor betere onderwijskansen voor meisjes en vrouwelijke docenten. Die sociale betrokkenheid is ook voelbaar in haar kinderboeken.
Ten slotte kom er deze maand weer een flink aantal tijdschriftjaargangen beschikbaar, o.a. van Moer, Levende Talen en Spiegel over taalonderwijs, en van de Nieuwsbrief van het Gezelschap van de 16e Eeuw, waarin niet alleen de 16e, maar ook de 17e eeuw aan bod komen.
Laat een reactie achter