Chris van Geel
31-03-2026
een ein-de is er aan
aan een ei?
ook aan u en mij?
aan mij is ook een ein-de.
aan u is een ein-de.
er is een ein-de aan het boek.
[einde van ‘Uit Aagje en Aafje of Eerste leesboekje naar de leeswijze van P.J. Prinsen’]
Bron: Barbarber, november 1963
30-03-2026
OVER HONDEN
Wat ik wil is wat honden doen:
op vloeren liggen en bekomen
van niets dan van een eindje los,
een lang eind aan de ketting om.
Bron: Enkele gedichten, 1973
29-03-2026
Vroeg in de ochtend geeft stilte gehoor,
de klinkers zijn het bezit van meeuwen.
De weg sluipt onder lage nevel door.
In het grijs licht ontwaken de bomen,
het eerste groen achter de kust,
karig in blad als eiken past.
Bron: Uit de hoge boom geschreven, 1967
28-03-2026
HOND (Bengaalse brak)
De hond verhaart, zijn stippen vallen uit.
Bron: Barbarber, maart 1968
27-03-2026
Het enige protest is doelloos zijn,
juist als een nieuw bedoelen zich verbeeldt.
Stijf en ineengekrompen zit het beest
omringd door wat hem overkomen is.
Bron: Vluchtige Verhuizing, postuum verschenen, 1975
26-03-2026
FAMILIE HERT
Wie is als ik gelukkig met drie herten,
vermeldt graag dat zij niesten tegelijk.
Bron: Barbarber, januari 1968
25-03-2026
VOORJAAR
Alleen de wind geeft vat op zich,
ik luister aan een stam, ik hoor
boven de dood een stem in hout,
een slag in de lucht, stilte
blijft onbegraven op wind
gedragen in blinkende paniek.
Bron: Uit de hoge boom geschreven, 1967
24-03-2026
KERKHOF TUITJEHORN
Steen in de grond kan niet verweren,
blank is de voet die niet kan vergaan.
Ik klop aan het kruis om het wakker te krijgen,
moet daartoe op doden gaan staan.
Bron: Het Zinrijk, 1971
23-03-2026
WELBEKEND VOGELTJE
Geen vogel zo geschikt
voor korte stukjes vliegen:
roodborst die in een meter
snel nog nuances legt.
Bron: Enkele gedichten, 1973
22-03-2026
STOFZUIGER
Als we de stofzuiger lenen van de buren gaat ons huis ruiken naar hun hond.
Bron: Barbarber, november 1965