Chris van Geel
09-03-2026
VOOR S.V. (DOORN)
Een houthakker wist zich zweet
van het gezicht en zegt: ’t is heet.
Zijn makker leunt tegen de stam,
zegt: in de schaduw is het koel.
naar Paul Ernst
Bron: Barbarber, mei 1966
08-03-2026
Er zijn er jong vermoord,
er zijn er oud vermoord,
het toeval dat wij leven,
zeldzamer dan de dood.
Bron: Het Zinrijk, 1971
07-03-2026
RAAM VOL NACHTVLINDERS
Zij trillen tot zij zitten op
hun plaats als het niet waait, het raam
verlicht, stil tot het einde van
de nacht, stijf op een doel gericht,
uit op bezweren van het licht.
Zij dragen niet als opgeprikten
op vleugels van stilleven as
van ’t ademloze om de naald,
maar levend stof van licht beogen
als van de nacht die ademhaalt.
Bron: De Revisor, april 1974
06-03-2026
KERKHOF
De bomen op het gras staan wijd uiteen.
Hier liggen de getelden, steen aan steen.
Zij houden zich stil in het ruisende licht,
de onderkant van bomen boven hen opgericht.
Bron: Het Zinrijk, 1971
05-03-2026
LENTE ’57
Voor wat het mooie weer verstoort,
het ritselen van dorre bladeren, de wind,
de grijze veren aan de horizon,
ben ik een stal met open deuren
om in te rijden, uit te rijden,
het nadenken een bergplaats.
Voor zon heb ik geen oog,
zij laat mij koud, zij klimt onhandelbaar
en speelt haar sluiers eindeloos.
Zij is misplaatst, verspild.
Ik kies de nacht, het distelblad,
een koepel voor gestorven
muziek,
een afdak voor verdriet,
een winter in het gras.
Bron: Spinroc en andere verzen, 1958
04-03-2026
NAAR EEN BRETONS VOLKSLIEDJE
We hebben een winterkoninkje gevangen,
We hebben het vetgemest,
We hebben het naar de slager gebracht,
We hebben de veertjes op de markt verkocht.
Bron: Barbarber, september 1964
03-03-2026
LATE VORST
Wind, alle wind is beeldspraak van hun zwijgen.
De bomen schuilen in een bast van ijzel,
appelaar, den en ijle es,
engelenhulst, plataan in onschuld;
voelsprieten van de ruimte, vonken zijn
iedere tak en elke kleine twijg.
Bron: Spinroc en andere verzen, 1958
02-03-2026
BOUWDOOS
Je oogopslag ligt in een bouwdoos,
je nagels, haren, je stem;
voorzichtig het spanen deksel in
de houten gleuven schuiven – dicht.
Nog even het plaatje bekijken
waarop vijfmaal een ander huis
te bouwen van dezelfde stenen.
Zo bouwde ik nooit, naar tekening,
maar ook dit keer waren wij blij
met een zorgvuldig opgeborgen
afbraak waaraan geen steen ontbreekt.
Bron: Het Zinrijk, 1971
01-03-2026
SCHRIJVEN
Je kunt schrijven met schelpen en met
gruis van schelpen,
met denneappels, met mos, in mos,
met sneeuwklokjes of
met krokussen (even wachten), in zand
en met bakstenen.
Bron: Barbarber, december 1967
28-02-2026
29 FEBRUARI ’68
Drie hazelaars verguld door ijs,
mystiek voor wie zijn plaats niet vindt.
O het houten geduld van een boom.
Bron: Het Zinrijk, 1971