Chris van Geel
09-12-2025
WINTERAVOND IN NEDERLAND
Het vriest. Wij zijn nog stiller dan een struik
en lezen bij de lamp ons leven uit.
Het is de klok die tikt, het is de wind
die staat en valt, apostelen onder glas.
Bron: datering: 1969-1970; Begane grond, postuum verschenen, 1985
08-12-2025
WILHELMINA
bij haar laatste koningschap
Rust zacht. De uitvaart van de witte wijfjesbeer,
de witte pad van het verzet, mis ik. Zij gaat
de tombe in, de poolnacht van een beer en baart
in ingesneeuwde winterslaap, zonder ontwaken,
bij vijftig, zestig graad min nul, geen knotklein broed.
Zij zoogt niet meer, zij zwijgt, zij slaapt als beren slapen,
dieper, adem ontberend, vorst bedekt de groef.
O koningin en oudste god, sneeuwhoen en -beer,
slaap voort verknocht aan klok en knook, de poolster waakt
over de grote beer, voor u ontdooit de melkweg.
Uw jongen zullen niet te tellen zijn, uw geest
blaast slapend geest van het verzet in jonger geest.
Rust zacht, straks woon ik op het water dat bevriest,
een schots drijft smeltend langs met uw in bont gehulde
krentkleingeoogde majesteit puntgaaf er op.
Het zal dan nacht zijn, nacht – want wie de oorlog kent
leeft met de oorlog voort, de honger toen is nu –
en iedere beer een pad en iedere pad bevriest.
Vorstin en oudste God, bevroren Koningin.
(op acht december 1962 in een stad elders)
Bron: Het Zinrijk, 1971
07-12-2025
Stomme H – om voor je uit te prevelen als er niets meer te zeggen is.
Bron: Barbarber, november 1967
06-12-2025
ABEELTJES
Zij staan als wie zijn hand ophoudt
niet hoger dan een kind. Het sneeuwt.
Het lange staan van kleine bomen
waar weer en wind de hand in had,
het is wat ze is overkomen
hun levenslange bedelpad.
Bron: Vluchtige Verhuizing, postuum verschenen, 1975
05-12-2025
De koeien schemeren door de heg,
het paard is uit taaitaai gesneden,
in ieder duindal ligt dun sneeuw.
De branding vlecht een veren zee
waar zon over omhoog stijgt, licht waarin
geen plaats om uit te vliegen is.
Bron: Uit de hoge boom geschreven, 1967
04-12-2025
KLEUTER
Hij zet zich aan tafel
als achter een stuurrad
vol knoppen en hendels
vol radar en lood.
Bron: Het Zinrijk, 1971
03-12-2025
UITSTAPJE
De bus trilt sneeuw uit het onbuigzame
skelet van het beijzeld bos,
stopt op een ruggegraat van sporen.
Ouden van dagen werpen zaad
voor de fazanten in de bomen.
Bron: Uit de hoge boom geschreven, 1967
02-12-2025
DOR BLAD OP WEG
Op weg naar zee haalt een dor blad mij haastig in,
het maakt zich snel van plassen los, loopt over water,
ratelt op klinkers, rolt en ritselt, drinkt, mij ver
vooruit, uit onverwachte plassen dicht bij zee.
Bron: Het Zinrijk, 1971
01-12-2025
DEC. ’55
Een boom alleen tussen de bomen,
tussen de boompjes, gras en grint.
Begin nu langzaamaan te komen,
ik krimp ineen tot bijna wind,
een boomstrohuls, een wikkelblad,
een schors rondom een koker lucht,
een wortelstomp, een hol, een gat
weg in de lucht gevlucht.
Bron: Spinroc en andere verzen, 1958
30-11-2025
OUD
Als vlindervleugels voelt ze aan
zo zacht en aan gewicht ook licht
is wat ze geeft, een hand, een speld
van pijn –
wij worden vlinders tot
in ons gewricht en ogen in
het stof getekend, droog, voor wij
doorstoken in het donker gaan.
Bron: Enkele gedichten, 1973