Chris van Geel
29-11-2025
UIL
Heldere vriesnacht, heldere uil,
pas veroordeeld tot geluk
als de zon in maanlicht schijnt,
net niet op, de maan niet onder:
vliegen met zijn prooi alleen.
Bron: Uit de hoge boom geschreven, 1967
28-11-2025
Een enkel dor blad
tilt wind van de grond,
het roodborstje daalt in de schemering.
Bron: Uit de hoge boom geschreven, 1967
27-11-2025
MIJMER BIJ DE AANSCHAF VAN HANDSCHOENEN
Het wordt al guur, het staat zo deftig,
ik dacht dat ik ze nodig had
en ik vergat vergeten paren
en hoeveel stuks ik al vergat.
Bron: Barbarber, maart 1968
26-11-2025
NOVEMBERBOMEN
Lichter van kleur dan in het voorjaar
en niet zo voorzichtig van doen,
niet als hun groet bijna benepen,
nemen ze afscheid, de doorzichtige bomen.
Plotseling ritselen zij zich kaal.
Enkele blaren tot diep in de winter,
besluiteloos aan spitse graten,
roerloze ogen haken
in losse wind.
Bron: Uit de hoge boom geschreven, 1967
25-11-2025
HUIS
Windstil, mist, 3 uur ’s nachts, een laag huis in een rij waarbinnen met tussenpozen het bonzende geluid opklinkt alsof men een grote machine kantelt of een enorme vierkante kist die door geen enkele deur kan.
Bron: Barbarber, augustus 1968
24-11-2025
HET WAAIT
Planten prijzen zich gelukkig in de kamer,
mollen buiten graven zich een droge mond.
Bron: Tirade, februari 1971
23-11-2025
STILLEVEN MET WEKKER
De schilder kijkt op zijn stilleven
en ziet hoe laat het is.
Bron: datering: 1970; in Hun gratie is verborgen, postuum verschenen, 1991
22-11-2025
Wij die in leven zijn
gebleven, zijn, maar korter,
door jullie dood.
Bron: De Gids, april-mei 1966
21-11-2025
EENZAAMHEID
Er hangt een kluizenaar aan mijn skelet
G. Brands
Bron: Barbarber, december 1971
20-11-2025
VOOR..
Het boompje ruist alsof het nooit iets hoorde,
met dorre blaren staat het in de tuin,
het hield zijn blad alsof het zo behoorde.
Een eikje met gebalde vuisten. Ik schud
zijn stam en hoor! “je zult van mij nooit anders
horen dan wat ik ruis,” ruist het in de tuin.
Bron: Spinroc en andere verzen, 1958