Chris van Geel
20-10-2025
OKTOBER
Op het imperiaal van een auto een touw losmaken om een boot door de nog groene takken heen van een boom waaronder de auto geparkeerd staat.
Bron: Barbarber, augustus 1968
19-10-2025
GEKAPT PERCEEL
Blauw licht daalt in de open
plek over puntige sporen
van het gekapte bos,
doopt ogen, wit, lidloos,
die met één bijlslag zijn geboren.
Wat starend op de bok
zijn hout de zaag aanbiedt
schoot kronkelend dooreen
in kronen en in stam,
de bomen van hun stuk gebracht.
Bron: Het Zinrijk, 1971
18-10-2025
GRAFNAALD
Een dichte mond die roept, een oog stijf in
de rozen, streep van koud fluweel, van koel
wit marmer in de korte schokjes regen.
Schaduw van blaren die graniet bewegen.
Bron: Het Zinrijk, 1971
17-10-2025
BEZUINIGING
Op alle publikatieborden van de Koninklijke Militaire Academie hangt een circulaire van de volgende inhoud:
‘Zij, die worden uitgenodigd voor het openen van gebouwen door middel van het doorknippen van een lint wordt verzocht dit lint bij een der bevestigingspunten door te knippen, zodat dit lint nogmaals gebruikt kan worden.’
Bron: Barbarber, februari 1968
16-10-2025
HERFST
Ik hoorde lopen in de bladeren
of vechten om elkander vast te houden?
Stilzwijgende ronde nooit buiten adem.
Blad valt waar zij hun voeten zetten,
in nauwelijks aanraken.
Bron: Spinroc en andere verzen, 1958
15-10-2025
HET LEZEN VAN EEN TEKST IN EEN DRUPPEL
Vroeger kon ik lezen
Vroeger kon ik in een druppel lezen
Vroeger kon ik in een druppel die op tafel lag lezen
Wat er op de lamp geschreven stond.
Letje
Bron: Barbarber, november 1964
14-10-2025
OKTOBER
Vlierbessen, handen vol
schermbloemige druiven,
zwartglanzend van vel,
paarsrood het vlees.
Geel licht, geel licht als
door matglazen ruiten
in een oker portaal,
geel licht overal.
Men leeft in toevlucht zoeken
verdiept in wat ons aanwaait,
men leeft om te veroveren
een lange bladerenval.
Bron: Tirade, 15 november 1958
13-10-2025
SPOOKSPRINKHAAN
(wandelende tak)
Een goede goudsmid zit doodstil,
het topje van zijn wijsvinger beweegt:
hij tipt er goud mee op.
Als kind verzamelde ik eieren
van wandelende takken met
een natgemaakte vingertop.
Bron: Hollands maandblad, mei 1971
12-10-2025
HET BEEN
Altijd loop ik in mijn stilste paden
om in een boom met wind
als ruisen op te gaan,
been
waarop ik uit ben om te staan.
Bron: Enkele gedichten, 1973
11-10-2025
Bloemen voor de honger,
de donkerste, de blauwe,
van as, van grijs graniet,
zwart ijs,
een kamer zonder raam,
een telraam zonder kralen,
een kamer zonder mens,
gegeten knaagt de tijd
voorbij,
de tanden uit de kam,
de grafkrans leeggeschranst,
een steen.
Bron: uit de reeks ‘Slaapwandelen’; Vrij Nederland, 22 december 1962