Chris van Geel
18-09-2025
GRAFSPIEGEL
Galgevoet, harige bokspoot, aardtak boven mij,
druppels hoor ik die de toppen van de aarde raken,
lispelende ophitsende lippen iedere nacht.
Bron: De gids, april-mei 1966
17-09-2025
Een goed doek houdt ook onbeschilderd zijn waarde.
E.W.
Bron: Barbarber, januari 1968
16-09-2025
GANS
Hij is door slapen ingevuld,
zijn oog betrekt de wacht van kijken,
wat ons onthutst is zijn gemak
van paus die op zijn eieren zit.
Bron: Dierenalfabet, postuum gepubliceerd, 1978
15-09-2025
ONBEREIKBAAR DROMEN
Ik heb de overkant van de zee gezien.
Het was niet ver, er was naar toe te zwemmen.
Het was een kust met lage rotsen geel.
Ik wentelde mij om en droomde verder
hoe ik op een stad en op de rug van donkere
vliegtuigen die een doel najaagden keek.
Bron: Spinroc en andere verzen, 1958
14-09-2025
VOYEUR
Bij de mensen binnen kijken om boektitels te lezen.
Bron: Barbarber, maart 1968
13-09-2025
KON IK..
Kon ik wat woede is
maar in zijn deugd begrijpen
en er natuur van maken
als boom van wortel blad.
Bron: Enkele gedichten, 1973
12-09-2025
12 SEPT. ’69
De bomen klimmen tegen duinen op
en houden warmte vast, ik daal naar land
de polder in die tussen dijken zich
verheft.
Het is september en het najaar treft
een streep koud water onder sterren, stilstand
en dood, soms is de koelte voelbaar van
een sloot.
Ik loop het karrespoor van steenslag langs
om mijn vertrouwen op de proef te stellen,
om van het water vlucht te voelen in
de nacht.
Bron: Tirade, maart 1970
11-09-2025
TOR
Hij vrat. Zo is het om hem kaal gebleven.
Zolang hij leefde moest hij leven
en om te leven vrat hij blad.
Bron: Hollands maandblad, februari 1971
10-09-2025
Hoor de wind gaat door de bomen,
door de hoge lang gemisten.
O, hoe wisten ze mijn dromen.
Kom maar bij me, kom maar bij me,
buig je hoofd maar op het kussen,
al je weemoed zal ik sussen
in een najaar zo volkomen
dat de lente je zal missen.
Bron: datering: 1948-1955; Tijdrovertje, postuum gepubliceerd, 1992
09-09-2025
Als een scherf vuurtorenlicht
stond de rook op het land,
vertekend en verwaaid,
aan een eenvoudiger oorsprong vast,
door brand gevoed,
losser dan licht,
korter van duur,
langzamer weggevaagd.
Bron: Spinroc en andere verzen, 1958