Chris van Geel
11-10-2025
Bloemen voor de honger,
de donkerste, de blauwe,
van as, van grijs graniet,
zwart ijs,
een kamer zonder raam,
een telraam zonder kralen,
een kamer zonder mens,
gegeten knaagt de tijd
voorbij,
de tanden uit de kam,
de grafkrans leeggeschranst,
een steen.
Bron: uit de reeks ‘Slaapwandelen’; Vrij Nederland, 22 december 1962
10-10-2025
zwijgen
zoals wind nog voor hij langswaait
rook die door de open deuren weg
wou glippen, in de kamer terug kan drijven
..
Bron: Uit de hoge boom geschreven, 1967
09-10-2025
PETIT BEURRE
Ik weet op een stil plekje een koekje te liggen,
verregend maar goed leesbaar.
Bron: Barbarber, augustus 1968
08-10-2025
OKT. ’59
Een borstelige zee, schuim, regen slaat het schuine raam.
Ik slaap, dichte oogleden dansen schelpen op het glas.
De regen wil niet wakker worden, stroomt,
ik slaap, slaap schrijft, blind blijft de nacht.
Bron: Tirade, juli-augustus 1961
07-10-2025
DALMATINER ONWEER
Het blaffen is begonnen,
de bastaards spuwen vuur,
licht rent, in plassen spat
het hoog om duizend poten.
Mijn hond, de kop omlaag,
hij bibbert in zijn stippen,
draalt om de tafelpoot.
Bron: Hollands maandblad, december 1972
05-10-2025
WEES
Zijn moeder raakte hem niet aan.
Hij had een Käthe Kruse-pop
waar ondergoed op was geschilderd –
hij had geen beer.
Bron: Barbarber, maart 1968
04-10-2025
N.A.V. EEN ZIENDENDE ZWERM SPREEUWEN OP EEN OKTOBEROCHTEND
Of duizend bladeren tegelijk
van heel hoog vallen, dwingend
met kracht en voor de grond bereikt
tot licht vergaan.
Bron: Hollands maandblad, juni-juli 1969
03-10-2025
DIE PORT VAN CLEVE
Sinds 1870 verkopen wij biefstuk. Dit is no. 4879238.
Bron: Barbarber, maart 1968
02-10-2025
Wij gingen samen in de duinen lopen,
wij stonden, zagen zee, wij zagen land,
wij keken neer op wat laag overvloog.
Er lag een vlies van vochtig zand op zand.
Bij iedere stap van haar beperkte benen
viel witte grond in ruime plassen droog.
Bron: Het Zinrijk, 1971
01-10-2025
OCTOBER
De natte blaren zetten sporen
van reigers en van zwanen op
de weg. En ginds, de vingers wijd
gespreid, zijn dat geen handafdrukken?
De weg komt door de takken schemeren.
Liep er een acrobaat? voor ons,
opdat we elkaar vinden zullen
en kussen zullen, vlinders tussen
de bomen – gele lampen houden
zij in de armen, brandend blad.
Bron: Spinroc en andere verzen, 1958