Chris van Geel
08-09-2025
VROEGE POLDER
Drie eenden vluchten in paniek,
zij gillen van het kwaken –
zwak ratelen zij bij het nemen van
hun lage bochten na.
Bron: Hollands maandblad, juni-juli 1968
07-09-2025
DE LIEFDE ZEGT..
De liefde zegt dat ik een jas moet zijn,
een harnas van gevlochten hout, een helm
op het schedelveld van zand, een dicht vizier,
een lans, een liggend beeld slapend gestrekt,
in maliën gegespt, een schild van zij.
De liefde zegt dat ik als gras moet zijn,
een mantel voor een zandstuivende wond
van het duin, een mond waar zij haar woord in legt.
Bron: Spinroc en andere verzen, 1958
06-09-2025
Vandaag zag ik de zee
terug, de maan in rust.
Ik keek ernaar als naar
een stapel oude kranten
waarop een stoffer en
een blik.
Bron: Tirade, mei 1968
05-09-2025
SLAAP
De hele nacht liepen
hooiwagens naar haar toe,
wel tien, op stille sprieten stro,
het ratelen bleef achterwege.
Bron: Spinroc en andere verzen, 1958
04-09-2025
O.L.H. BEESTJE
Een onzelieveheersbeestje van 50 kilo
Bron: Barbarber, april 1970
03-09-2025
VLINDER
Zij is voor alles in,
zij zegt op alles ja,
er is geen bloem die zij
niet met haar tong bejegent.
En ook de lucht, er is
geen plekje leegte dat
zij overslaat.
Bron: Dierenalfabet, postuum gepubliceerd, 1978
02-09-2025
NAZOMER AAN DE RIVIER
Doodse achtermiddag,
aalscholver op een tak,
waar de rivier het breedst is
rimpelt het oppervlak.
Bron: Het Zinrijk, 1971
01-09-2025
Alleen in de nacht langs het slapende paard.
Zwak in de verte een malende zee.
Stil valt de regen. Bewaard heb ik alles.
De nachtwolken drijven het vergetene mee.
Bron: Spinroc en andere verzen, 1958
31-08-2025
KEVER IN STORM
Zes poten achter drukke sprieten
helpen hem dapper voort, zand stuift
en blad waait op, de grond holt voor
zijn voeten uit.
Bron: Uit de hoge boom geschreven, 1967
30-08-2025
DUIF IN HET NAUW
Een duif die tussen bomen
een kleine plek uitkiest
tolt dralend om zijn as
en komt spiralend neer.
De charme van zijn dalen stijgt
als hij gebrek aan ruimte heeft.
Bron: Enkele gedichten, 1973