Chris van Geel
20-07-2025
HONDSDAGEN
Niet groen rijpt het gras dit jaar,
bomen dragen hun bladeren wit,
het licht is niet uit het veld
te slaan, de dag reikt aan
de dag, in dromen zoeken
de nachten onderdak.
Bron: Uit de hoge boom geschreven, 1967
19-07-2025
SPROOKJE
Om middernacht word ik een pompoen en drijf ik weg in een muiltje
Bron: datering; 1971-1972; niet eerder gepubliceerd
18-07-2025
Van zomers die wij niet kennen
ritselen de blaren,
in winters die wij niet kennen
sneeuw onhoorbaar valt.
Bron: Uit de hoge boom geschreven, 1967
17-07-2025
ALSOF IK ER NIET GEWEEST BEN
Ik stel er prijs op na ergens gelogeerd te hebben geen sporen achter te laten. Zo wordt logeren een soort inbreken – trouwens, het hele bestaan lijkt er op.
Bron: Barbarber, september 1969)
15-07-2025
FOTO
Er stonden kinderen op het duin,
heel hoog, heel stil, in tegenlicht,
met kleine zonnen naast hun armen,
naast hun knieën, die werden waar
zo’n zon scheen dun.
Bron: Spinroc en andere verzen, 1958
14-07-2025
DROOM
Het goudgebekte dier
geroosterd in de zee
besprong goudbakken brood.
Bron: Soma, januari-februari 1971
13-07-2025
Weer staan de huizen hun gouden achterkanten in
de zon te branden.
De kamers in de nieuwe buurten
liggen van zon tot zon een middag leeg.
Bron: Uit de hoge boom geschreven, 1967
12-07-2025
LIBELLEN
Hier is de broedplaats, takken in elkaar gehaakt,
manshoge brandnetel slaapt tussen grijze
verdorde armen, dun dood sparrehout.
Libellen paren een snel ogenblik,
bidden in zwermen, zetten zich,
doorzichtige strikken, korte takken,
op taktoppen.
Bron: Dierenalfabet, postuum verschenen, 1978
11-07-2025
OEUVRE
Het oeuvre van de dood is wel onmetelijk,
maar elke bladzij, blad na blad, is vastgeplakt
en ieder deel staat vastgespijkerd op de plank
en elke plank: nog in de boom onuitgehakt.
Bron: Barbarber, december 1969
10-07-2025
ZOMER
Het water ligt ontdaan bijna
van water onder stof,
de bomen zien hun eigen ogen
en ik door groen hun groen niet meer,
ze zijn verborgen in de bomen.
De lucht betrekt over het vee –
wanneer het licht zo donker wordt
licht fel het wit van koeien op.
Bron: Enkele gedichten, 1973