Chris van Geel
09-07-2025
VIS-VERBOD
Vissen mogen in dit water
zich niet voortbewegen lager
dan met voorgeschreven spoed
en zij mogen het niet wagen
van hun baan te wijken en te
aarzelen, hun aarzelvinnen
werken goed, te eten zonder
vragen en de wagen even
te verlaten weeklijks om te
wisselen van ondergoed.
Bron: Soma, januari-februari 1971
08-07-2025
BEDELDEUN
“’k Heb kalk in m’n hoofd,
hoor je ’t rammelen,
hoor je ’t rammelen,
maak je ’t goed?
Heb je niet een paar kousen,
niet een lapje of een hoed,
hoor je ’t rammelen,
hoor je ’t goed?”
(Bedeldeun)
Bron: Barbarber, januari 1961
07-07-2025
BEKENDMAKING
Ik ben een lege peperbus, een koker
waarin ik op mijn tenen
met dichte ogen draaiend om mijn as
op de gebogen wand
mijn eigen voorschrift lees.
Bron: datering: 1970; in Hun gratie is verborgen, postuum verschenen, 1991
06-07-2025
RIELEKST
Met rolschaatsen aan rusten in een draaibare fauteuil
Bron: Barbarber, december 1969
05-07-2025
ZOMERNACHTUIL
Nachtvlinder op het blad van mijn hand,
lijnen van toekomst,
ogen van God, onder droog stof bedolven.
Nachtvlinder, nachtvlinder, driekante blinde in hel licht,
de dag is een waaier van duivels.
Bron: Tirade, januari 1959
04-07-2025
Zij stijgt, zij domineert, niemand
nog op, zij brandt nog voor zij goed
en wel de kim bereikt en wint
aan kracht naarmate schaduw krimpt.
Ze loopt de huizen om en achter,
in luwte loopt ze vast, de zon.
Bron: Het Zinrijk, 1971
03-07-2025
MUG
Een mug nog vrij raakt in
’t betegelde toilet
hoog in een hoek in rag
en gilt, kind in een wieg,
de spin, snel, is er bij.
Bron: Dierenalfabet, postuum verschenen, 1978
02-07-2025
KOELE KAMER IN DE ZOMER..
Als er een emmer water in de kamer gezet wordt, blijft de kamer koel.
Bron: ‘gevonden tekst’, Barbarber, januari 1961
01-07-2025
GELUK
Ik heb het vanmiddag gevoeld
hoe het zou kunnen zijn.
De rotsen versteend,
het water gewassen.
Een zon die maar schijnt.
Bron: Spinroc en andere verzen, 1958
30-06-2025
MUIZENBLIK
Zijn oog keek uit zijn losse hoofd
dat over van een maaltijd was.
Er niet meer zijn heeft op zijn blik
geen vat. Een stip van git vol glans.
Bron: datering: 1973; postuum gepubliceerd; Tirade 339, maart-april 1992