Chris van Geel
19-06-2025
BIJEN
Als ik mij buk naar takken die ik raap,
naar honing die de grond van bloemen is,
ik die de tuin inloop, schrikken zij niet.
Verknocht als zij aan wat ze doen, verdiep
ik mij in wat ik breek, verzet hun zoemen
van bloem naar bloemen op begane grond.
Bron: Vluchtige Verhuizing, postuum verschenen, 1975
18-06-2025
ARS POETICA
Waar puin ligt en een oude fiets
keerde mijn schoen een kistje om,
ik keerde op mijn schreden,
keerde het om, ik dacht misschien
ligt het toch liever andersom.
Bron: Het Zinrijk, 1971
17-06-2025
NON VOYAGE
Het vermoeiende van reizen is het verdringen van het meemaken.
Bron: Barbarber, december 1971
16-06-2025
1837
Toen Dostojewski’s moeder stierf
doodde baron d’Antès Poesjkin.
Nog vijf jaar en Stendhal ontviel,
nog zes, toen stierf ook Hölderlin.
(“Literatuurhistorische overweging bij het lezen van een biografie van Dostojewski.”)
Bron: datering: tussen 1948 en 1955; Tijdrovertje, postuum verschenen, 1992
15-06-2025
In de juniavond was het dorp leeg,
uilen zoefden over,
iedere rieten pyramide zweeg.
Bron: Uit de hoge boom geschreven, 1967
14-06-2025
dromen
van je liefje dromen
vleesje eten
heel alleen
wandlen
in den avondwandel
been voor soepel
ander been
Bron: Barbarber, februari 1964
13-06-2025
OP EEN AFGEWEZEN HARING
Nee, haring moet je maar niet eten,
op zeebanket rust een bezwaar,
dan krijg je van die gekke dromen
met rare lintjes in het haar.
Bron: Barbarber, december 1971
12-06-2025
OP EEN HUISJESSLAK
Hij trekt een haperend spoor
onder zijn kalken huis
waarin hij boeken leest,
zijn leeszaal van voorname
stilte vol monter vlees.
Bron: Dierenalfabet, postuum verschenen, 1978
11-06-2025
SLOOT
Waar maan zijn witte hand op legt
stroomt water door een plas van licht,
de rimpels reppen zich, ontdekt,
uit donker naar elkaars gezicht.
Bron: Enkele gedichten, 1973
10-06-2025
HERTENKAMP
Meisjesoogschuw gaan zij hulpeloos staan,
naderen statig wie eten hun reiken.
Ik kijk op mijn klokje en laat het hun kijken.
Het wijst hoogdunpotig het uur precies aan.
Bron: Spinroc en andere verzen, 1958