Chris van Geel
08-06-2025
RIJDEN
Wij hebben benzine genoeg, maar het land is op
Bron: Barbarber, december 1971
07-06-2025
JUNIOCHTEND
De dag breekt aan,
het licht is aarzelend en koel,
een koe komt als op grijs papier te staan,
uit bomen trekt het donker, ritselend met groen.
Torens herinneren zich hun groei,
stenen de hand die hen in mortel legde.
Het waait, men hoort de belboei. Dijk
droomt, glanzend veld droogt in de zon.
Halmen buigen zich bloot.
Bron: Uit de hoge boom geschreven, 1967
06-06-2025
BOSDUIF
De bosduif koert, bescheiden toonaard,
alsof geluid hem sterker maakt
in bomen vol van ongestilde honger.
Hij, eenmaal heilig met het goud
van larix aan zijn tenen,
hij zwiept zich door de gaten die
het bos hem laat.
Bron: Dierenalfabet, postuum verschenen, 1978
05-06-2025
NESTZANG
Uit witte kistjes kruipen.
Prachtig zoals zich wat vastzit
losmaakt
en vliegt.
Bron: Vluchtige Verhuizing, postuum verschenen, 1975
04-06-2025
’S NACHTS BUITEN
Het slapen bezig horen in het water,
de struiken zien door wimpers van de nacht,
naar de konijnen tussen bomen staren.
Zij kijken met hun rode oog mij aan.
Het onbegrijpelijke slapen door
de slaap heen overwogen op gevaar.
Bron: Enkele gedichten, 1973
02-06-2025
NON IN DE TREIN
Een non zit in een hoek bebrild
uit Goliaths manchet te zien.
Zij denkt aan God zo ongewild
als mannen aan een naakt misschien.
Bron: Spinroc en andere verzen, 1958
01-06-2025
AVOND IN JUNI
De heldere lucht van de avond tilt het oudste blauw.
Twee paarden, grote pauwen schaduwen
elkaar, de nek gekruist, hun staarten ruisen.
De wei stijgt in zijn naderende einder, schrompelt
omhoog, mist valt het land te voet, de aarde krimpt,
het water, rimpelend, het laatst.
Bron: Uit de hoge boom geschreven, 1967
31-05-2025
DROOM
Fazantenagel op de tichel tikt,
kinderen stappen op de tegels,
de stad waait of er zijde scheurt,
zoveel meer bomen staan er die er huizen
dan flats in blokken met liften tot de nok.
Bron: Het zinrijk, 1971
30-05-2025
SIBERIË
De rijkdom van dit land ligt in de diepte,
tot aan het maaiveld reikt de bodemschat.
Bron: datering: omstreeks 1967; in Een schrijvende partikulier, postuum verschenen, 1982
29-05-2025
KERKUIL KLOKKETOUW PLUIZEND
De dag is om, ik voel mijn nagels jeuken,
mijn snavel jeuken: pluizen
om tot mezelf te komen.
Elke nacht
opnieuw een eindje touw in het besef
geen tijd, geen eind in zicht voor een uileklauw.
Bron: Soma, maart-april 1971