Chris van Geel
16-02-2026
GRAF
Zoals het grint ligt ligt het goed,
je hoeft niet te bewegen.
Bron: datering: 1970; Hun gratie is verborgen, postuum verschenen, 1991
15-02-2026
INTERVIEW MET GANDI
– Wat denkt u van de europese kultuur?
– Een goed idee.
Bron: Barbarber, januari 1968
14-02-2026
DOOI
Dooi ritselt en de nacht door tuinen, tast
als wie zijn klompen zoekt terwijl hij naar
de wolken kijkt om tekens van de lente,
een droger teken dan de grond verlost
die moe van dorst, te moe om meer te drinken
verzadigt iedere struik, iedere boom.
Om vuur dat zich kan meten met de vorst
tast dooi op tenen tevergeefs.
Bron: Het Zinrijk, 1971
13-02-2026
EDUKATIEF
Het urinoir van Duchamp wordt in een semi-edukatieve t.v.-uitzending ‘het fonteintje’ genoemd.
Bron: Barbarber, december 1971
12-02-2026
DAL
Wij zijn in stilte steen, geen trap
voert naar de grond, geen weg wiegt ons
op weg, er is alleen maar zon
en wolken die als scherven zijn.
Dit is de grond die ons beweegt,
schreden uit ons bedoelen buigt.
Dit is het dal. De steilten zijn
bedekt door schaduw van wat daagt.
Bron: De Revisor, april 1974
11-02-2026
DICHTVEL
Dit is een papier vol dichte gaatjes
Bron: Barbarber, maart 1968
10-02-2026
FEBRUARINACHT
Als het voldoende waait om ze te horen
kijk dan aandachtig hoe onaangetast
het licht genoeg is om de bomen
oud te zien worden in hun lang gebrek aan blad.
Bron: Hollands Maandblad, maart 1969
09-02-2026
KLACHT DER AGRESSIE
Ik ben een langzame kogel die bij zijn baas wil blijven.
Bron: datering: 1970; Hun gratie is verborgen, postuum verschenen, 1991
08-02-2026
PROEFTUIN
In hun fragiele nood zijn zij omhoog gezonden
naar een geleerde die, vanouds, wat weten wou.
De kleinste haagjes zijn met paardehaar gebonden,
de grotere, gebloemd, besterven het van kou.
Bron: Het Zinrijk, 1971
07-02-2026
Verf nat de doden, schilder ze op.
Als grote zachte bloemen in de regen
slapen de bomen met de sneeuw.
Ovale wind waait dag en nacht
langs knoppen, bijna bladeren, sluit zich
in een voortdurend onderdak verlenen
om ieder ding.
De druppel van gedooide rijp
draagt vuurkleur van de regenboog,
het diepste geel, haast groen, koud blauw,
nieuw wit, water dat brandt.
Bron: fragment uit ‘Tussen seizoenen’; Uit de hoge boom geschreven, 1967