Chris van Geel
08-05-2025
APRIL
Schoon en helder is het voorjaar
aan zijn dodelijk beminnen,
aan zijn nieuwe dood begonnen.
Strakgetrokken is de tuin
laat nog op kort in april.
Bron: Hollands maandblad, maart 1969
07-05-2025
GETWEEËN
Twee lange stokken met een vaantje
wil ik naast haar steken in de grond
als de soldaten deden in de tijd
van toen met hun gevangen vrouwen.
Ik zit dan voor haar voor mij uit
te staren naar de lucht aan de einder,
de storm toe te spreken soms.
Geëmailleerde vaantjes kletteren
in de woestijn, gelijk het palmblad
van plaatijzer, de palmen aan
Djiboeti’s boulevard’. Ik wil haar
trouwen.
Bron: Spinroc en andere verzen, 1958
06-05-2025
VOORJAAR
De varens steken vuisten op,
op springen staat de tuin,
vlier schiet zijn mergpijp uit,
het groene kwaad verschijnt,
de rozen zijn gestrikt.
Wat edel is heeft duur,
geen kwinkslag heeft geheugen.
Bron: Het zinrijk, 1971
05-05-2025
’S LANDS END
Als ik iets hoor is het het vliegverkeer,
de wind, het knagen van de rupsen ’s nachts
en soms een trein met niemand onderweg
die in de nacht zijn licht vervoert naar zee.
Bron: datering: 1973; postuum gepubliceerd in Tirade, maart-april 1992
04-05-2025
TERRITORIUM
De vogels zijn weer bezig elkaar
door fluiten te verdrijven, ook
de uitgelezen nachtegaal.
Zij komen in een zon die stijgt,
gillend zolang het donker is,
lichtvrezend, langzaam op verhaal.
Bron: De Gids, mei 1967
03-05-2025
BLIK
Vannacht keek ik in de eerste kamer, van vóór mijn negende, en ontdekte dat het lichtje onder de theepot er nog brandde.
Bron: Barbarber, januari 1968
02-05-2025
Liefde is mooi wanneer bestaan zijn zin krijgt,
wanneer kieskeurigheid niet langer kiest,
wanneer genot in vol geduld genoten,
wanneer genot zijn ongeduld verliest.
Bron: datering: omstreeks 1971; in Over de grenzen van de zee, postuum verschenen, 1984
01-05-2025
VOORJAAR
Kleine bergen vuil en mest
branden, smeulen onder dunne blauwe rook.
Zwarte kippen, niet veel kleiner,
vuren kam laag bij de grond,
zoeken voer op het groen veld.
Bron: Uit de hoge boom geschreven, 1967
30-04-2025
DIER
De ogen vol met oorlogstuig,
een potig arsenaal van nagels,
de kaken klemmen zich tot beet,
de spieren spannen zich om kaken.
Bron: Hollands maandblad, oktober 1972
29-04-2025
OUD VUIL
Oud vuil, omdat het zo mooi ritselt
een vreemde stem heeft in de wind.
Bron: Enkele gedichten, 1973