Chris van Geel
30-04-2025
DIER
De ogen vol met oorlogstuig,
een potig arsenaal van nagels,
de kaken klemmen zich tot beet,
de spieren spannen zich om kaken.
Bron: Hollands maandblad, oktober 1972
29-04-2025
OUD VUIL
Oud vuil, omdat het zo mooi ritselt
een vreemde stem heeft in de wind.
Bron: Enkele gedichten, 1973
28-04-2025
BINNENPLAATS
Het boompje staat omringd door muren op het gras.
Het zal nog jaren duren voor zijn blad de rand
bereikt, voordat zijn huid zich wast omhoog,
top zonder blad, in hogere regen buiten muren.
Bron: Hollands maandblad, februari 1974
27-04-2025
DIEP IN DE DUINEN
Hier waar het ruiterpad de schelpen kruist
staat IK geschreven in het gras met gruis.
Bron: Het zinrijk, 1971
26-04-2025
ONGEDEERD
Wie rampen op zijn rug gebonden heeft,
zijn eigen spoorwegramp, reist eerste klas,
rookt een sigaar, hij ziet het landschap aan,
bukt naar zijn veter die is losgegaan.
Bron: datering: 1970; in Hun gratie is verborgen, postuum verschenen, 1991
25-04-2025
Ik zal je lichaam zijn, ik zal je dragen,
ik ben de kleinste en alleen door jou
bemind – wat het ook zijn mag, moeder, kind,
ik zal het zijn, ik ben de laatste.
Bron: datering: omstreeks 1971; in Over de grenzen van de zee, postuum verschenen, 1984
24-04-2025
TANDEM
Alleen op een tandem
Bron: Barbarber 79, december 1969
22-04-2025
Zwijgen al wat ik ben wat ik zeg,
brandnetelhout, brandnetelheg.
Bron: Het zinrijk, 1971
21-04-2025
RAPUNSEL
Een vrouw met zóveel haar
bewoont één villa maar.
Als ’t zomert hangt ze het uit alle ramen,
in het midden van haar woning zit de dame.
Bron: Spinroc en andere verzen, 1958
20-04-2025
GELUK
Een steen tegenkomen in een hap krentenbrood
zonder er eerst op gebeten
te hebben. Een groot geluk, vol diepe geruststelling.
Bron: Barbarber 79, december 1969