Chris van Geel
07-04-2025
ONDERBROKEN BINNENSPELEN
Ik geef volmondig toe, er viel een toren om,
een hazelnoot verging in room, een kers en nog een kers
liep letsel op, glacé kreeg schâ van breuk,
maar toen de deur weer dichtsloeg smulden wij weer voort.
Bron: Barbarber, juli 1970
06-04-2025
MAALTIJD
De slang geeft blijk van goede appetijt
en likt zijn bek en kijkt en kijkt,
het knaagdier roffelt met zijn achterpoten,
met trommeldansen schildert hij
zijn hazehap zo vies af als hij kan.
Bron: Tirade, februari 1971
05-04-2025
THEE DRENKEN
Nacht in een theepot
waar water blad,
blad water koestert,
een lichte damp
de tuit verlaat.
Bron: Enkele gedichten, 1973
04-04-2025
Ik die tot niets kom,
zelfs niet besluit om met
een cirkus mee te reizen,
het rustig aan te doen,
schoenen te poetsen van
een enkele pygmee.
Bron: Het zinrijk, 1971
03-04-2025
SLAK
Wie, naar waar, kan verhuizen als slak?
Zijn tenen kunnen geen steen overslaan
en elke diepte heeft zijn oppervlak.
Wie zijn kamer verlaat zal vergaan.
Bron: Uit de hoge boom geschreven, 1967
02-04-2025
Het klemt als pootjes van
een nachtuil op een vinger.
Wat is zij mooi. Een vlinder
verdient een stoel in de morgen
vroeg in de zon.
Bron: Spinroc en andere verzen, 1958
01-04-2025
PORTRET
Alleen op stijve vellen kan hij tekenen
in minuskulen en op klein formaat.
Hij is een man die met een hamer
de kiezelstenen in zijn tuinpad slaat.
Bron: Barbarber 76, september 1969