Chris van Geel
06-02-2026
BOOM OM
De met een open oog gevallen boom,
donker van regen uit omzien getild,
zijn tak beklemd, de honger ongestild,
ligt waar hij viel, ruist in zijn kroon.
Bron: Vluchtige Verhuizing, postuum verschenen, 1975
05-02-2026
DE HULST DIE BIJ DE ROOMSEN GROEIT
Vollere bomen in de oude tuinen
van kerken in een straat die donker is,
zij steken rijke armen door het hek
en uit klein grint en zij verbazen aan
wie ’s nachts in mei de roomse bomen ziet,
de hulst die bij de roomsen groeit.
Bron: datering: 1970; Hun gratie is verborgen, postuum verschenen, 1991
04-02-2026
FEBR. ’55
Reeds weken ligt de sneeuw met opgetrokken lippen
te krimpen in de wind, te drogen aan zijn dorst.
Hij sterft niet aan de dooi, hij sterft aan de vorst.
Er stuiven korrels van zijn huid om te gaan drinken.
Bron: Spinroc en andere verzen, 1958
03-02-2026
EIKJE
De kou heeft hem verschroeid, maar hij,
ontplooid, bleef aan de zomer trouw,
open en strak,
een eikje dat zijn blad behield,
bruin en verdord, maar eetbaar bruin
en leefbaar dor.
Bron: Het Zinrijk, 1971
02-02-2026
Het is alsof de dingen die gebeuren
volmaakter zich aan ons voltrokken toen
wij heler onverbloemd beschikbaar waren.
Bron: Vluchtige Verhuizing, postuum verschenen, 1975
01-02-2026
TWEEËRLEI LINNEN
Ik ben veel liever een
bevroren laken buiten
dan een beschilderd doek
warm aan de wand onthaald.
Bron: Hollands Maandblad, maart 1969
31-01-2026
Hoor, hoor, het zal gaan dooien,
de zee ruist dagen-, nachtenlang.
Bron: Uit de hoge boom geschreven, 1967
30-01-2026
Een geur van vroeger maakt mij wakker,
een struik van niets, van eeuwig groen,
hij ruist.
Bron: Het Zinrijk, 1971
29-01-2026
SCHOORSTEENMANTEL
Hij stond bij het open vuur met zijn overjas aan.
Ik sloot mijn ogen om niet meteen te hoeven zeggen:
je jas heeft vlam gevat.
Bron: Barbarber, december 1969
28-01-2026
VORST
In de harde takken
zijn de duiven grijs.
De zon zal ze verblinden,
ze pikken bloed uit ijs.
Bron: Uit de hoge boom geschreven, 1967