• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Is alles nog naar wens?

10 november 2017 door Redactie Neerlandistiek Reageer

Door Guusje Jol

Sommige vragen voelen zich het beste thuis in een bepaalde omgeving, zowel fysiek als qua gesprekssoort. Ter illustratie het volgende experimentje… Probeer voor vraag a-e eens te bedenken in welke situatie u ze zou plaatsen. Bedenk ook wie die vraag zou stellen.

Bij voorkeur eerst zonder te kijken naar mijn antwoorden onderaan deze column, natuurlijk.

  1. Mag het een onsje meer zijn?
  2. Spaart u koopzegels?
  3. Zullen we even gaan douchen, meneer De Vries?
  4. Wat zijn wij van plan, jongeman?
  5. En wat zeg je dan tegen oma?

En? Heeft u dezelfde associaties? Mijn vermoeden is van wel.

En dat is bijzonder. Kennelijk zijn er vragen die heel sterk verbonden zijn een bepaalde context. Bovendien zijn er bij sommige vragen sterke verwachtingen over wie de vraag stelt. Bij d) stel ik me een puberjongen en een politieagent voor (of misschien een strenge docent). En daarbij is er – in elk geval in mijn hoofd – een duidelijke rolverdeling. Stelt u zich eens voor dat een puberjongen vraagt aan een politieagent: ‘waar gaan wij naar toe jongeman?’. De politieagent zou waarschijnlijk humeurig reageren: ‘Denken we dat we grappig zijn?’

Of stel je voor dat kinderen tegen hun ouders zeggen: ‘En wat zeg je dan tegen oma?’.

Dan zouden alle aanwezige volwassenen waarschijnlijk luid lachen en dingen zeggen als ‘wat een wijsneus’ en ‘het is wel duidelijk van wie hij/zij het heeft’. De betreffende ouder kijkt waarschijnlijk om zich heen met een verontschuldigende blik ‘sorry, dit kan ik ook niet helpen’.

(Overigens, als je preciezer formuleert, zijn het natuurlijk zinnen die grammaticaal een vraagvorm hebben. Zin c) is bijvoorbeeld qua vorm of grammatica een vraag, maar de spreker doet een voorstel. Maar de correcte terminologie is zo lang en het gaat me hier vooral om de verbondenheid met een bepaalde context. Dus ik houd het toch maar even op ‘vragen’.)

Is alles nog naar wens?

Juist omdat die verwachtingen over de context en spreker zo sterk kunnen zijn, kan het erg verwarrend zijn als zo’n vraag in een andere context opduikt. Zo  hoorde ik laatst de vraag: ‘Is alles nog naar wens?’

Misschien ligt het aan mij, maar ik zou deze vraag direct plaatsen in een horeca-gelegenheid. En niet zomaar op een willekeurig moment tijdens een horeca-bezoek. De situatie die ik voor me zie: je hebt al iets besteld en gekregen, en de horeca-medewerker komt nu  kijken of er nog een bestelling op te nemen valt. Een extra drankje, bijvoorbeeld.

Maar in dit geval was het in de trein. De deur van de coupé ging open en iemand vroeg ‘is alles nog naar wens?’. Omdat mijn associatie met horeca zo sterk is, keek ik wild zoekend om me heen naar zo’n pakezel/ railcateraar. U kent ze wel, die immer montere, voortwankelende personen die oploskoffie, dito warme chocolademelk, Bifi-worstjes, gevulde koeken en opladers voor je mobiele telefoon te koop aanbieden.

Verwarring

Het bleek de conducteur te zijn.

Vermoedelijk ging het om een nieuw offensief van serviceverlening aan klanten van de NS. Misschien heeft deze conducteur het wel bij een cursus communicatie geleerd: als je toch door de coupé heen moet, vraag dan of alles nog naar wens is.

Dat is natuurlijk toe te juichen, maar ik vond het ook erg verwarrend. Voor ik door had dat het de conducteur was, en (met m’n abonnement al bijna in m’n hand) dat hij dit keer niet mijn kaartje wilde zien, was hij alweer voorbij.

Ik bleef achter met de verwarde vragen: wat gebeurde hier? En aan welke reactie had de conducteur gedacht? En moet ik zo alsnog m’n kaartje laten zien? En als ik me niet vergis, zag ik dezelfde verwarring bij mijn medereizigers.

Moraal van het verhaal: het werkt niet zonder meer een formulering te ‘lenen’ uit een andere context.

De antwoorden zoals ik ze zou geven zijn: antwoorden zoals ik ze zou geven: a) slager/kaasboer/groenteboer tegen klant, b) kassamedewerk(st)er van supermarkt/winkel(keten) tegen klant, c) thuishulp/verpleegkundige tegen patiënt/cliënt, d) politieagent/docent tegen burger, e) ouder tegen kind als het kind iets heeft gekregen.

 

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: communicatie, conversatieanalyse, vragen

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Elise Vos • Het bewaren van een mens

uit je botten bouwde ik
twee nieuwe lichamen
profeten van een oud geloof
een tweeling die bestond
uit goed en kwaad

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

LENTEKOU

Er is niets dan de wind.
De tuinen zijn doorzichtig,
men ziet hun achterkanten leven. [lees meer]

Bron: Spinroc en andere verzen, 1958

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

27 maart 2026: Culturele verbeeldingen van het Waddengebied

27 maart 2026: Culturele verbeeldingen van het Waddengebied

23 februari 2026

➔ Lees meer
13 maart 2026: Westerse boeken met een Japans tintje

13 maart 2026: Westerse boeken met een Japans tintje

23 februari 2026

➔ Lees meer
28 februari 2026: Lezing Die Wrede Een met die Rode Baard en sy viervoetige jambes

28 februari 2026: Lezing Die Wrede Een met die Rode Baard en sy viervoetige jambes

22 februari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1930 Dana Constandse
sterfdag
2007 Bert Vanheste
➔ Neerlandicikalender

Media

Waarom voelt prima zo passief aggressief?

Waarom voelt prima zo passief aggressief?

23 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek 1 Reactie

➔ Lees meer
De Twintigers: Juicy

De Twintigers: Juicy

22 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Safae el Khannoussi Translation Project

Safae el Khannoussi Translation Project

21 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
%d