• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

‘Esther Milonetti’ (1863)

21 juni 2020 door Ewoud Sanders Reageer

Jeugdverhalen over joden (95)


Esther huilt nadat ‘de baldadige Ferdinand’ koopwaar uit haar bakje heeft geslagen. Andere schooljongens leren Ferdinand een lesje. Illustratie uit Almanak voor de jeugd (1863) door G.J. Bos (1825-1898).

Door Ewoud Sanders

Door Nicolaas Antonie van Charante (1811-1873)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

Nicolaas Antonie van Charante, auteur van het verhaal ‘Esther Milonetti’, was van 1846 tot zijn dood predikant in Zaandam. Hij was een groot voorstander van kinderpreken en schreef verhalen en poëzie voor de jeugd. Enkele van zijn werken zijn: De Bijbel voor jonge kinderen (1855), Kinderpoëzy (1861) en een hervertelling van De Levensgeschiedenis van Robinson Crusoe (1863). Daarnaast schreef hij voor kinderen in almanakken, jaarboekjes en tijdschriften.

         ‘Hij was een vroom christen’, aldus de Arnhemsche Courant in 1873 in een korte necrologie, ‘iets wat vooral uitkwam in droevige omstandigheden. Hij was, ofschoon niet misdeeld van talenten, als kinderschrijver niet zoo’n humorist als in het dagelijksche leven.’

         ‘Esther Milonetti’ werd twee keer gepubliceerd: in 1863 door de Amsterdamse uitgeverij H.J. van Kesteren in Almanak voor de jeugd en in 1865 door de Amsterdamse uitgeverij Gebroeders Koster in Op school en in huis.

Samenvatting

Esther Milonetti is negen jaar oud, heeft ‘heldere, bruine kijkers’ en zwart krulhaar.

         Esther is de oudste dochter van een joodse winkelier die snuisterijen verkoopt. De familie Milonetti is ooit, vanwege ‘eene geloofsvervolging’, uit Italië naar Nederland gevlucht.

         Nadat haar vader (‘een eerlijk Israëliet, maar arm, doodarm’) plotseling is overleden wordt zijn winkel door schuldeisers gesloten en de inboedel verkocht. Uit medelijden krijgt het vaderloze gezin ‘nog eenige kleinigheden’ om op straat een ‘kleine negotie’ te kunnen beginnen.

         Van een tafellade maakt Esther een bakje dat ze met een band om haar hals hangt. Haar ‘marskramerij’ loopt goed. ‘Dit had zij deels aan hare vriendelijke lieftalligheid, deels aan hare gevatheid te danken. Zij ontzag geene moeite en gaf het niet spoedig op.’ Desondanks verkoopt Esther op sommige dagen niets. Dan wordt ze door haar moeder uitgescholden en moet zij zonder eten naar bed.

         Op een dag ziet Esther enige ‘jongeheeren’ uit ‘het Gymnasium’ komen. Ze twijfelt. ‘Haar hartje beeft, zij durft niet, zij is bang voor hunne guitenstreken; maar

aan de andere zijde vreest zij voor de bedreigingen en slagen harer moeder.’ Een van de schooljongens, ‘de baldadige Ferdinand’, heeft Esther gezien en roept: ‘Kom jongens! laten we dat lastige jodenkind eens beet nemen’. Ferdinand heeft rijke ouders en kijkt op ‘zijne minderen’ neer. Hij slaat zo hard tegen Esthers bakje dat haar koopwaar op straat valt. ‘Grabbelen, jongens!’, roept Ferdinand. ‘Trapt het boeltje maar aan stuk! Ruimt die voddenwinkel maar op!’

         De andere jongens worden boos op Ferdinand. ‘Je zult de schade betalen, je komt er zóó niet af. We zullen met je afrekenen, brutaal ventje!’ Als Ferdinand weigert te betalen, krijgt hij ‘een paar ferme oorvijgen’. Daarna rent hij weg.

         Esther huilt. ‘Op de straatsteenen lagen de scheerspiegeltjes gebroken, de glazen sigarenpijpjes verbrijzeld, de reukfleschjes aan scherven, de porseleinen pijpenkoppen vaneen gebarsten.’ De jongens kopen een paar snuisterijen maar omdat de schade daarmee niet is gedekt, nemen zij Esther mee naar Ferdinands huis.

         Ferdinands vader straft zijn zoon en laat hem de schade ‘dubbel vergoeden’. Esther is heel blij. ‘Tranen van dankbaarheid sprongen haar uit de donkere oogen.’

         Als Esther het huis wil verlaten, hoort zij Ferdinands zusje zingen. Esther zingt zelf ook wat – van haar vader heeft zij een Italiaanse aria geleerd.

         De muziekmeester is verbijsterd over Esther stem. Samen met een paar vrienden zorgt Ferdinands vader ervoor dat Esther een gedegen zangopleiding krijgt: eerst in Nederland, daarna in Brussel en Parijs. Uiteindelijk groeit Esther uit tot een bekende zangeres die heel Europa bereist.

         Met Ferdinand loopt het slecht af. Nadat zijn vader is overleden, verbrast hij zijn erfdeel en wordt hij zelf van ‘rijke jongeheer’ een ‘arm man’.

Receptie

Van dit verhaal heb ik geen besprekingen gevonden.

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: 19e eeuw, jeugdliteratuur, Jeugdverhalen over joden

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Jan Elemans • De jaren twintig

Veel aardappelen,
zeer zoute boter
en bitterheid aan tafel,
de boer vaak en ver van huis,
de boerin alleen.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

VLIEGEN

Als je vliegen een stevige mep verkoopt terwijl ze in de kamer rondvliegen (fel naar hun slaat met een vliegenklapper/mepper) en je zet dan een raam of deur open naar buiten, dan weten ze ineens heel gauw de weg naar buiten te vinden, heb ik vaak gemerkt.

Hanlo

Bron: Barbarber, april 1970

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

11 februari 2026: Het vergeten taalwonder Giacomo Prampolini

11 februari 2026: Het vergeten taalwonder Giacomo Prampolini

14 januari 2026

➔ Lees meer
23 en 24 april 2026: Neerlandistiekdagen

23 en 24 april 2026: Neerlandistiekdagen

14 januari 2026

➔ Lees meer
10 februari 2026: Nascholingsmiddag Lezen voor waarden

10 februari 2026: Nascholingsmiddag Lezen voor waarden

13 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

sterfdag
1991 Jan de Zanger
➔ Neerlandicikalender

Media

Vertel het iemand van Rachida Lamrabet

Vertel het iemand van Rachida Lamrabet

13 januari 2026 Door Vlogboek Reageer

➔ Lees meer
In gesprek met auteur Jeroen Theunissen

In gesprek met auteur Jeroen Theunissen

12 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Ik zie op tegen interviews…

Ik zie op tegen interviews…

11 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d