• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Anton van Duinkerken en Sint Nicolaas

5 december 2024 door Jos Joosten Reageer

Over een feuilleton en een boek

Onlangs verscheen een heruitgave van de fraaie Brabantse herinneringen van Anton van Duinkerken, schrijversnaam van de Nijmeegse hoogleraar letterkunde W.J.M.A. Asselbergs (1903-1968). Voor mij was het reden om ook weer eens zijn drie delen Verzamelde geschriften uit de kast te pakken, meer dan 2500 pagina’s dundruk met zijn belangrijkste cultuurhistorische werken, polemieken en essays, proza en ook gedichten (waaronder uiteraard het fameuze anti-NSB-gedicht ‘Ballade van den katholiek’, met de stokregel: ‘Daarom, mijnheer, noem ik mij katholiek!’). De aanleiding voor de lijvige publicatie geeft Van Duinkerken zelf in zijn beknopte ‘Voorwoord’ in deel één: ‘Ter gelegenheid van mijn zestigste verjaardag ben ik, mede door dankbaar aanvaarde steun van het Departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, in staat gesteld om een goed deel van mijn verspreide geschriften te verzamelen en herdukken.’ Begin jaren zestig besteedde Asselbergs in Nijmegen veel tijd aan dit enorme karwei, dat hijzelf ook als voortijdige terugblik op een overvloedig publicerend leven moet hebben gezien.

De Verzamelde geschriften zijn nog altijd boeiend – hoewel je je, bladerend en lezend in die duizenden pagina’s eruditie, realiseert dat wat voor Van Duinkerken een terugblik op en hernieuwde presentatie van een voor hem nog levend verleden was, nu definitief literair-cultureel erfgoed is geworden. Puttend uit een enorme parate kennis van twintig eeuw kerk- en cultuurgeschiedenis zijn het teksten van het brede gebaar, in woord en gedachte en in doen en laten. Anders dan zijn Het tijdperk der vernieuwing van de Noord-Nederlandse Letterkunde (1880-1905) uit 1951, dat, hoewel ook gedateerd, nog altijd beschouwd mag worden als indrukwekkend resultaat van ernstig onderzoek en als zodanig gepresenteerd wordt, en dan ook zijn wetenschappelijke magnum opus werd dat als finale meesterproef kan worden opgevat voor de Nijmeegse leerstoel die hij in 1953 aanvaardde, kregen de essays en beschouwingen in de Verzamelde geschriften vorm door een vrijere geest en dito hand, als geschriften van een wel zeer erudiete reisleider, wiens missie het is zijn lezers te gidsen door vele eeuwen christelijke cultuurgeschiedenis én actualiteit. (Lees je een paar dagen Asselbergs, dan schrijf je vanzelf brede zinnen.)

Binnen deze overvloed bleef ik dit keer (opnieuw) haken achter een curieus, weinig bekend prozawerk van Van Duinkerken, dat mooi past bij deze decemberdagen: Geschiedenis van Sinterklaas, dat als feuilleton in dagblad De Tijd was verschenen. Overigens niet ‘in 1948’ zoals Van Duinkerken in zijn ‘Bronvermelding’ schrijft, maar dagelijks tussen 15 november 1947 en 7 januari 1948, waarna het meteen als boek werd uitgegeven door Paul Brand in Bussum.

Het boek Geschiedenis van Sinterklaas werd in 1948 bescheiden maar positief ontvangen in de dagbladen. Het is een curieuze roman, die in De Tijd, daags voor de eerste aflevering, werd getypeerd als verhaal ‘dat berust op de oude levensbeschrijvingen van de goed-heilige man. De gegevens daaruit heeft Van Duinkerken met vrijmoedige verbeelding aangevuld.’ In de boekversie gaat Van Duinkerken in een laatste, niet in de krant verschenen, hoofdstukje in op zijn historische bronnen (onder wie Eusebius, Edward Gibbon en Jacob Burckhardt) en zijn creatieve gebruik ervan. Wie er bijvoorbeeld de levensbeschrijving van de heilige Nicolaas uit De Voragines Legenda Aurea bijpakt (die Van Duinkerken overigens niet noemt) ziet dat de auteur zich aan de grote lijnen van de bekende Nicolaas-verhalen en -mythes heeft gehouden.

In De geschiedenis van Sinterklaas zien we een geheel ander register dan de katholieke joligheid van Godfried Bomans als die het over Sinterklaas heeft. Van Duinkerkens domein is eerder de historische roman, zoals Vestdijk ze schreef, met de nodige aandacht voor couleur locale en plaatsing in de historische context van de verwikkelingen rond het vroege christendom.

Met ogen van nu verdient de rol van Sinterklaas zijn knecht natuurlijk aandacht. Voor hem, bij Van Duinkerken een forse, zwarte man genaamd ‘Piter’, is een prominente rol weggelegd: als onmisbare hulp, vriend, loyaal en sportief (hij klimt naar alle denkbare plekken om geschenken door ramen en schoorstenen te werpen) en uiteraard wordt hij, geheel conform de tijdgeest, veelvuldig aangeduid met het n-woord. Typisch is hoe Nicolaas Piter leerde kennen. Toen Nicolaas wees was geworden, was hij een zeer bemiddeld man en een dito begeerde vrijgezel. Hij had voldoende geld om helemaal te doen wat hij wilde. Landerijen kopen, bijvoorbeeld.

‘Maar landerijen kocht hij niet en dochters zou hij niet trouwen.

Hij kocht niet anders dan een klein zwart jongetje, een ouderloze Ethiopiër, zwart als roet, die door zeerovers buit was gemaakt en voor slaaf werd geveild. Toen hij het gekocht had, zei hij: ‘Je bent vrij.’

Het jongetje ging echter nooit meer weg bij Nicolaas ‘die niet zijn meester wilde zijn, doch zijn vertrouwensman’.

Een ander frappant accent is dat Van Duinkerken zijn verhaal inbedt in de actualiteit van 1948, waarbij een ik-verteller een episode beschrijft uit de naoorlogse politieke zuivering. Het betreft de casus van zuster Sidonia, een Franciscanesser non. Zij is tegenwoordig juf op een lagere school, maar was tijdens de oorlog actief in het verzet en werd beschoten door een NSB-veldwachter die nu berecht wordt bij het Bijzonder Gerechtshof. Zuster Sidonia moet getuigen tegen de schutter, tijdens de rechtszaak die plaatsvindt op 6 december – naamdag van de Heilige Nicolaas en toevallig ook haar eigen verjaardag. Haar verhaal voor de rechtbank getuigt van mildheid tegenover de man die haar beschoot. Het zal geen toeval zijn dat zij de naam van de vijftiende-eeuwse Heilige Sidonia van Bohemen toebedeeld kreeg. Over haar is bekend dat zij oorlog en geweld verafschuwde en in haar bewaarde correspondentie pleit voor vrijlating van gevangenen. Van Duinkerken vermeldt het uiteindelijke oordeel van de rechtbankpresident (bewust) niet, maar legt de nadruk op mededogen en vergeving in de geest van Nicolaas.

Deze tweede verhaallijn in Geschiedenis van Sinterklaas zet ook de toon van het historische verhaal van de vierde-eeuwse Nicolaas van Myra. We lezen over verraad, geschipper, huiszoekingen, arrestaties, martelingen, vroegchristelijke burgemeesters in oorlogstijd: voor zover Van Duinkerken hier geen universele verhoudingen schetst, die wij nu meer dan 75 jaar later ook herkennen, moet de feuilletonlezer anno 1948 beslist hebben teruggedacht aan de nog zo recente Duitse bezetting. En over Van Duinkerkens appel tot verzoening zullen ze ook hun gedachten hebben gehad.

Het feuilleton eindigt met een bezoek van Sinterklaas aan de eerste klas van zuster Sidonia. De non, en wij als lezer, herkennen in de Sint de president van het Bijzondere Gerechtshof, voor wie zij net nog verschenen was. Ook voor haar heeft de goedheiligman een cadeautje bij zich.

‘Piet grabbelt in zijn zak en reikt, geheel van de bodem, aan zuster Sidonia een langwerpig pakje met een rode strik. Een boek. Het heet Geschiedenis van Sinterklaas. Het is dit boek!’

Dan haalt Van Duinkerken een aardige kunstgreep uit. Zuster Sidonia, zo schrijft hij, heeft de gewoonte om eerst de slotregels van een boek te willen lezen. Zo ook nu. Zodat Geschiedenis van Sinterklaas eindigt met Sidonia’s lectuur van de slotregels van het boek zelf.

‘Getrouw aan haar gewoonte, kijkt zij ook nu instinctmatig naar het einde van de laatste bladzijde. Daar leest ze:

‘Hier eindigt door de vrome dood van de bisschop van Myra, omgeven door zijn getrouwe gelovigen en tot het laatste toe in zijn gebeden bijgestaan door Piter, op 6 december van het Jaar onzes Heren 341, in het 71ste jaar van zijn leven en het 52ste van zijn episcopaat, de geschiedenis van Sinterklaas. Voor volwassenen met rijper levenservaring. Voor kinderen heeft zijn geschiedenis geen einde.’

Van Duinkerken maakt subtiel duidelijk: Sint Nicolaas zijn verhaal is van vroeger, is van 1948, en is zo dus van alle tijden.

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: Anton van Duinkerken, letterkunde, Sinterklaas

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Toon Hermans • Jezus

‘k zou willen weten of Hij appels at of noten
en hoe hij hoestte als hij bij de oever stond
hoe hij zijn baard geknipt heeft en zijn neus gesnoten
iets van zijn oogopslag, zijn tanden en zijn mond

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Agenda

24 april 2026: Lezing Geschiedenis in scherven

24 april 2026: Lezing Geschiedenis in scherven

3 april 2026

➔ Lees meer
12 juni 2026: LitLab jubileumdag 2026

12 juni 2026: LitLab jubileumdag 2026

1 april 2026

➔ Lees meer
8 april 2026: Symposium Japanse literatuur in vertaling

8 april 2026: Symposium Japanse literatuur in vertaling

1 april 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

sterfdag
2000 Redbad Fokkema
2009 Anthony Mertens
2010 Rudy Kousbroek
2011 Ton Vallen
➔ Neerlandicikalender

Media

Bonusauteurs Adriana van Rijnsdorp, Anna van der Aar en Petronella de Timmerman

Bonusauteurs Adriana van Rijnsdorp, Anna van der Aar en Petronella de Timmerman

2 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Historische Klassiekers: Juliana de Lannoy

Historische Klassiekers: Juliana de Lannoy

1 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
SteedsDink met LitNet Akademies: Marni Bonthuys oor haar akademiese navorsing

SteedsDink met LitNet Akademies: Marni Bonthuys oor haar akademiese navorsing

30 maart 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d