
‘Doe maar een havercappu’, zegt de vrouw resoluut tegen de jonge ober. Ik zie dat hij aarzelt, maar dan toch de bestelling invoert. Een cappu, en dan ook nog met havermelk, dat is wel heel hip voor haar leeftijd. ‘We hebben ook matcha lattes’, zegt hij uitdagend. De vrouw denkt even na voordat ze antwoordt: ‘da’s ook slay.’ Ook aan andere tafeltjes merken mensen het gesprek op. ‘Oma, doe niet zo cringe!’ zegt het meisje dat tegenover haar zit. ‘Ach, heb ik van mijn kleindochter’, plaagt de vrouw terug. Als de ober even later ergens anders bestellingen opneemt, complimenteer ik haar. ‘U bent goed op de hoogte.’ Ze knikt en zegt dat ze wel met haar tijd mee wil gaan. ‘Houd je ook van taal?’ vraagt ze aan mij. ‘Ja nou en of, ik doe er zelfs onderzoek naar!’ antwoord ik. We hebben een leuk gesprek over de laatste taaltrends. Over de invloed van TikTok en WhatsApp op de taal van jongeren. Ze weet zelfs wat memes zijn. Ze weet ook dat 6-7 is genomineerd voor Kinderwoord van het Jaar 2025, en dat vorig jaar bro won. O nee, het was bruh! Skibidi vindt ze nog wel lastig om uit te spreken, dat klinkt uit haar mond eerder als skiebiedie. Maar wat zou het, dat is toch alweer uit de mode.
‘Kom we gaan’, zegt de vrouw plots tegen haar kleindochter. Ik merk op dat het wel druk zal zijn op de weg. ‘Ik ben absoluut geen spitsmijder’, antwoordt ze, terwijl ze haar tas dichtritst. ‘Het is toch meesterlijk hoe mensen versnellen, vertragen, kronkelen, toeteren. En dan af en toe eens flink hard remmen.’ Haar reactie verbaast me. ‘Maar heeft u dan geen last van al die chaos?’ vraag ik. Nu kijkt ze mij bedenkelijk aan. Ik zie dat ze zoekt naar de juiste woorden, maar zodra ze die heeft gevonden, zegt ze onomwonden: ‘Het verkeer is eigenlijk net als de taal: een rommeltje. Veel mensen houden zich helemaal niet aan de regels. Soms leidt dat tot botsingen, maar meestal gaat het goed. Dan begrijpen mensen elkaar voldoende en geven ze elkaar de ruimte.’ Het is een bijzondere ontmoeting.
Wennen
‘Je moet je blijven verwonderen!’ roept de vrouw, terwijl ze nog een laatste keer zwaait bij het naar buiten gaan. Ik pak mijn telefoon en pas dan zie ik dat ik me helemaal heb vergist in de dag. Het is záterdag. En het is helemaal geen spitsuur. De tijd springt op 11:00 uur als ik door het raam naar buiten kijk en in de verte de vrouw met haar kleindochter in de auto zie stappen. Nu snap ik wat ze bedoelde toen ze zei dat ze geen spitsmijder is – in zekere zin is het wél spitsuur.
Ik besluit ook op te stappen en onderweg naar huis nog eens de radio aan te zetten. Nog één keer luisteren naar Frits Spits in De Taalstaat. Altijd speels, sprankelend en spitsvondig. Een wekelijks podium waar taal niet wordt bekritiseerd, maar wordt uitgeplozen – met plezier en zonder ergernis. Ik heb genoten van de mooie gesprekken en muziek, van de keren dat ik zelf te gast mocht zijn en over mijn onderzoek naar het Brabants en jongerentaal mocht vertellen. Het zal wennen zijn zonder Frits.
Houdoe!
Voor deze gelegenheid heb ik gezocht naar een origineel woord dat Frits zou kunnen typeren. Geen jongerentaal, maar wel een neologisme, volgens betrouwbare bronnen voor het eerst opgemerkt in 2013. Het woord komt uit het voetbaljargon, maar laat zich ook prima naar andere situaties vertalen: een kapstokspits. De betekenis is als volgt: ‘een diepe spits die min of meer geïsoleerd voorin staat, vaak lange ballen ontvangt en vasthoudt tot hij ze kan afspelen, en aan wie het spel min of meer ‘opgehangen’ wordt.’ Dat lijkt me zeker van toepassing. Nu ken ik Frits’ voetbalkwaliteiten niet, maar ik weet wel dat hij vaak alleen met zijn gasten in de studio zat. Ondersteund door een sterke redactie speelde hij de bal door naar zijn gasten en schoot en kopte hij alle taalnieuwtjes binnen.
En nu neemt Frits na 52 jaar afscheid van de radio, van De Taalstaat. Net als in ons eerste gesprek kan ik maar één toepasselijk woordje bedenken: houdoe! Of vooruit, nog eentje dan: bedankt!

Laat een reactie achter