Oosterbeek, de Concertzaal, Museum Veluwezoom, Jan Kneppelhout en de gemeente Renkum

Welk dorp met zo’n elfduizend inwoners kan er zich op beroepen zelf een concertzaal te hebben? Die bovendien bijzonder mooi ligt tussen de Rijn en een beboste heuvelrug, met in de diepte zicht op het historische kerkje, en in de hoogte zicht op het landgoed de Hemelsche Berg?
Die concertzaal in Oosterbeek wordt op dit moment weinig meer gebruikt voor concerten. Hij is eigendom van de overkoepelende gemeente Renkum, die er een vergaderruimte voor raadsvergaderingen van wil maken. Het zou doodzonde zijn als de zaal daardoor van zijn publieke culturele functie ontdaan wordt. Bovendien komt dat in het geheel niet overeen met de bedoeling van de schenker van de concertzaal.
Om die bedoeling te kennen, gaan we de geschiedenis in.

Maar eerst dit: de Stichting Museum Veluwezoom (1995) moet per mei van dit jaar het kasteel Doorwerth leegruimen, waar zij al sinds 1986 tot heden haar schitterende collectie tentoonstelde en waar zij nu een magnifieke tentoonstelling heeft van de befaamde Théophile de Bock. In 2001 kreeg het Museum het predicaat ‘Erkend Museum’ toegekend. Het werkt dan ook samen met nationale en internationale musea, zoals het Rijksmuseum in Amsterdam en het B.C. Koekkoek-Haus in Kleef (Duitsland).
In 2023 vond in de Oosterbeekse Concertzaal een grote tentoonstelling plaats van werken over ‘de Veluwezoom’, uit diverse collecties. Die tentoonstelling werd een groot succes en bewees dat de Concertzaal uitstekend geschikt is voor exposities. Kanonnen uit de negentiende eeuw waren er toen te bezichtigen: Johannes Bilders, Anton Mauve, Jacob Maris, Cornelis Lieste.
Hoe mooi zou het zijn als de Stichting definitief huisvesting zou kunnen vinden in de Concertzaal, die dan als Museum Veluwezoom ingericht zou kunnen worden. Er zouden ook andere culturele activiteiten plaats kunnen vinden: kamermuziekconcerten, literaire presentaties, solotoneelvoorstellingen.

Nu dan de geschiedenis.
De Concertzaal is in 1868 gebouwd op initiatief van de schrijver Johannes Kneppelhout, vooral bekend als schrijver over het studentenleven onder de naam Klikspaan. Kneppelhout was steenrijk én een groot liefhebber van cultuur. In 1848 kocht hij het landgoed De Hemelsche Berg, sinds 1867 woonde hij er permanent, en ontving er vele schrijvers, schilders, politici en musici tot zijn dood in 1885. Twee jaar na zijn overlijden stelde zijn weduwe een akte op waarin zij de Concertzaal schonk aan de gemeente, mits die zich verklaarde het te gebruiken zoals Kneppelhout het bedoeld had.
Sinds de aanleg in 1845 van een spoorlijn vanuit het Westen naar Arnhem, bloeide de cultuur in Oosterbeek. Schilders van grote naam vestigden er zich definitief of tijdelijk. Ook schrijvers als Jacob van Lennep, J.J. Cremer en Augusta de Wit trokken er heen. Belangrijk is dat daar voor het eerst in Nederland in de open lucht geschilderd werd. Oosterbeek werd later ‘het Nederlandse Barbizon’ genoemd, naar de Franse groep die dat voor het eerst ging doen. Op dit moment is er in Barbizon een tentoonstelling van die Hollandse groep! Helemaal nieuw was dat er ook een kunstenaarskolonie ontstond, met schilders als Johannes Bilders uit Utrecht, die andere schilders aantrok: Anton Mauve, Willem Roelofs, Jozef Israëls, de drie broers Jacob, Matthijs en Willem Maris. Ook vrouwelijke schilders vestigden er zich: Marie Vos, Adriana Haanen en Marie van Bosse, de vrouw van Bilders. Kneppelhout had met al deze schilders contact en ondersteunde hen zo nodig.

De Concertzaal was bedoeld voor, natuurlijk, muziekuitvoeringen maar ook voor toneelopvoeringen. Uit advertenties blijkt dat de Oosterbeeksche Harmonie Vereeniging en de plaatselijke Mannenzangvereniging er optraden, maar er werd ook een algemene vergadering gehouden om een plaatselijke afdeling van het Rode Kruis op te richten. De Oosterbeekse Concertzaal kreeg een soort sociëteitsfunctie voor de gemeenschap.
Wat maakte Oosterbeek zo aantrekkelijk voor schilders? Waarom trok het talenten aan? Het is de combinatie van bos, hei, heuvel en water die het hem doet: dat uitzicht op de Rijn en dan die verhevenheid van de bossen op de heuvels of de lege paarse heidevelden die de bossen afwisselen. Sinds de Romantiek geldt de natuur als de plek waar je het meest de eeuwigheid kunt ervaren. De Romantici geloofden niet meer in God, maar wel in het oneindige en dat wilde men uitbeelden.
Oosterbeek was een soort natuurlijke Engelse romantische tuin, zonder ingrepen van de mens.
Er was (en is) stad en platteland, er was binnenland en buitenland, er was verleden en toekomst: het oude kerkje, de grafheuvels, de eeuwenoude bomen waaronder de Wodanseiken, en toch ook toen fabrieken op stoom, bestrate wegen en het spoor.

Juist die contrasten maakte Oosterbeek en omstreken zo geschikt voor schilders. De natuur dient er als schildersmodel – en indirect zijn portretten van de natuur toch ook portretten van mensen. De verbeelding van de natuur is de verbeelding van de ziel van de mens. Of van de geest, als u het wat minder religieus wilt zien.

En dan nu waar het om gaat: de Oosterbeekse Concertzaal lijkt wel voorbestemd te zijn als huisvesting voor Museum De Veluwezoom. Culturele manifestaties kunnen in het nieuwe museum blijven plaatsvinden, zoals ook het Rijksmuseum dat doet in zijn gebouw. De gemeente zou daarmee realiseren wat zij beloofde bij de aanvaarding van de schenking in 1887, namelijk dat zij zich verbindt het ‘zooveel mogelijk te gebruiken volgens de bestemming daaraan door genoemden Heer Erflater gegeven’, dus aan de culturele bestemming die Jan Kneppelhout eraan toegekend had! En dat was echt niet een gemeentevergaderruimte…
TEKEN DE PETITIE, KOM KIJKEN NAAR DE TENTOONSTELLING THÉOPHILE DE BOCK, GA NAAR BARBIZON WAAR NU EEN TENTOONSTELLING IS ‘Le Barbizon Hollandais’, WORD VRIEND VAN DE STICHTING!
Teken hier: https://museumveluwezoom.nl/
Laat een reactie achter