
Zomeravond te S.
Het lage water graaft
in de liezen van de wind
en de wind blaast
een danspas voor het riet.
Visioenen liggen tussen het gras
voor het oprapen en o de geliefden
houden van elkaar.
Een aak daalt slapend naar de zee.
Het veer haalt de overkant.
Zo moest het maar blijven dacht ik.
Maar de geliefden verlaten elkaar.
De aak verdwijnt in de bocht
en het veer komt al weer terug.
•••
Winter
Onder de vliezen van de zwaan
rust de rug van de vijver. Dodelijk
langzaam zingt een ballade
nader over het ijs.
De maan is een barre stem
over de boerderijen.
Op de weg staat iemand
die dunne zwarte bomen schrijft
in het midden van de wind.
Frank Koenegracht (1945)
•• Abonnees van Laurens Jz Coster krijgen ieder werkdag gratis een gedicht in hun mailbox
Laat een reactie achter