
•• Vergeten dichter: Jan Elemans.
In de jaren twintig
In de jaren twintig
werden de kinderen
in armoe groot
op het platteland,
zonder bananen en sinaasappels.
Wilde herfsten
met hoog water,
de koeien vroeg op stal,
de bieten laat van het land.
Ziekten onder het vee
en onder de mensen
nog zedelijk verval.
De pastoors preekten vergeefs,
ook de kapelaans
hielden het niet in de hand.
Menig boeremeisje
trouwde buiten de boerenstand.
Vee leed gebrek
en tongblaar
ging van stal tot stal.
Op zwerende voeten
stonden koeien melkloos
met ziek schuim om de bek.
Zilveren melkbussen
sloegen langs de weg
bruin uit.
In arren moede
vingen boeren urine op
van zwangere paarden
in een hoge hoed,
bruikleen van Organon.
Over Zevenhoven c.a.
kwam in die dagen
de ramp met de beer
van de fokvereniging,
een geweldige ever,
machtige ballen en borstels,
uit Zweden geïmporteerd.
Alleen reeds voor het transport
en de reis
van de veelkoppige aankoopkommissie
heeft de penningmeester
moeten zweten,
maar het beest deed het goed
en veel en lang
en elke sprong raak maar
bij alle 1400 biggen
van dat jaar
heeft het de aars vergeten
en dat hebben de boeren
en ook mijn vader
tot in verre omtrek
en lengte van dagen geweten.
Ramp over ramp.
Zwaluwen,
te vroeg vertrokken,
keerden niet weer.
Veel aardappelen,
zeer zoute boter
en bitterheid aan tafel,
de boer vaak en ver van huis,
de boerin alleen.
Maar rampen
drijven vrouw en man opeen:
in de bedsteden
werd de vraag besproken
van lening en hypotheek,
trouwbreuk en dronkenschap
en schuld.
Harde woorden over en weer.
Bij dag
onder baai en manchester
is het leven rouw,
bij nacht
achter de gesloten deuren
van de herstelde huwelijkstrouw
wordt de harde hand zacht
en de boer van de beesten
de minnaar van de vrouw,
warm geweldenaar,
voorjaarsman en zaaier.
Was dit zo niet geweest
dan had later
niemand nog geweten
van de rampen,
van het hoge water
en de buitensporige kou.
Jan Elemans (1924-2019)
•• Abonnees van Laurens Jz Coster krijgen iedere werkdag een gedicht in hun mailbox
Laat een reactie achter