
Op het schoon zingen van juffer Appelona Pijnbergs
In ’t rijzen van de koele dag,
Als ieder nog te slapen lag,
Zat Appelona, die ik zag
’t Zijn mij geen dromen –
In de schaûw der bomen,
En streelde een luit,
Terwijl zij uit
Een heldere boezem zong.
Stil hield de tong,
Die ’t geveert’*
Van het hele woud braveert*.
Het zingen,
’t Springen,
’t Fluiten,
’t Tuiten
En ’t zwieren,
Gieren,
Dat
In de
Linde
Leefde,
Zweefde,
Was nu stil en zat
Te luisteren;
’t Fluisteren
Van de blaân ging zacht;
O goôn,
Zo schoon
Een zang
Haar dwang
Heeft mij verkracht.
Jan Luyken (1649-1712)
*geveert = gevogelte
*braveert = overtreft
*verkracht = overweldoigd (ofzo)
•• Abonnees van Laurens Jz Coster krijgen
Laat een reactie achter