Was Hobius een Dolle Mina avant la lettre? Dat klinkt misschien vreemd voor een vrouw die schrijft dat vrouwelijke kennis de man tot eer strekt. Maar juist dáár wordt het zo spannend, want Hobius morrelt slim, geestig en soms schrijnend aan de patriarchale grenzen van haar tijd, vertelt hertaler Maud Vanhauwaert.
Ik kán lezen en leren, ik kán studeren, laat ons vrouwen dat doen, zegt Johanna Hobius in 1643. Ze voert een stoet bijzondere vrouwen op als bewijs, net zoals Christine de Pisan dat eeuwen eerder deed.
In De Lof voor alle Eerbare Vrouwen en jongh-vrouwen, en een tegenwerpinge aen alle verachters der selver bewijst Hobius zelf hoe goed ze de retorica beheerst. Het gedicht klinkt simpel, maar zoals Vanhauwaert concludeert: dat is schijn, het zit gehaaid in elkaar. Vanhauwaert had graag een kop koffie met Hobius gedronken. Luister maar.
Johanna Hobius (1614-1642) woonde in Brouwershaven.
Laat een reactie achter