Wat hebben een tinnen bord met een ingekraste inscriptie uit 1616, de collectie Overgekomen Brieven en Papieren, de Pas-Kaart Van de Zee Kusten van Niew Nederland of de talloze oude drukken van de universiteitsbibliotheek van Wrocław met elkaar gemeen?
Het zijn Nederlandstalige bronnen die te maken hebben met alle uithoeken van de wereld.
Het intrigerende bekraste tinnen bord is nu te vinden in het Rijksmuseum, maar werd in oktober 1616 achtergelaten op de westkust van Australië. De inscriptie geeft aan dat het schip ‘de Eendracht’ van de VOC-kamer van Amsterdam op 25 oktober 1616 aangekomen is op deze toen nog voor de Europeanen onbekende kust. In 1697 werd het originele bord mee teruggenomen naar de Nederlanden door een ander VOC-schip, de Geelvinck. Een kopie werd achtergelaten op de oorspronkelijke plek. Het bord uit 1616 is nu te zien in het Rijksmuseum in Amsterdam.
Het eiland waar de landing plaatsvond heet vier eeuwen later Dirk Hartogs Island, naar de naam van de schipper. Dit bord is het eerste artefact van buiten Australië dat er achtergelaten werd. Het Nederlands is duidelijk een wereldtaal, dat blijkt telkens weer.
Centrum
De Overgekomen Brieven en Papieren zijn ook gerelateerd aan de VOC. Het is een indrukwekkende collectie van documenten die door de Compagnie zijn gegenereerd tussen 1609 en 1795. Die Brieven en Papieren komen uit archieven in, onder meer, Indonesië, Sri Lanka, India en Zuid-Afrika. Het gaat om miljoenen documenten (of, zoals archivarissen het graag uitdrukken, lineaire kilometers archieven). Ze geven een bijzondere inkijk in vrijwel heel Azië over een ongekend lange periode van twee eeuwen. Dat maakt ze uniek en een waardevolle bron.
Omdat Nederlandse schepen overal ter wereld kwamen, waren goede kaarten allicht essentieel. De Pas-Kaart Van de Zee Kusten van Niew Nederland geeft aan hoe de kust van Noord-Amerika er aan het eind van de zeventiende eeuw uitzag in de regio van wat nu New York is. Zulke kaarten zijn te vinden voor vrijwel alle kustgebieden die toen bekend waren.
En dan de boeken: de Lage Landen werden al heel vroeg een centrum van de drukkunst, en Nederlandse drukken, waaronder – saillant detail – een flink aantal in het Nederlands, zijn dan ook overal te vinden. Zo ook, onder meer, in Wrocław.
Raadplegen
Deze vier voorbeelden geven al aan hoe verschillend van aard Nederlandstalige historische documenten kunnen zijn: objecten, kaarten, documenten, boeken. En er is nog bijna oneindig veel meer. Alleen al in de archieven van Jakarta (Arsip Nasional Republik Indonesia) liggen er 25 kilometer documenten in de Nederlandse taal. Ongeveer tien procent daarvan stamt uit de VOC-tijd, de rest is uit de negentiende en twintigste eeuw, de ‘Nederlandse tijd’.
Dergelijke fondsen zijn er in de hele wereld: van medische boeken in Japan tot archiefstukken in, bijvoorbeeld, Indonesië, Sri Lanka, India, Taiwan, Zuid-Afrika, Suriname, de Antillen, de regio van New York. En ook de Belgische aanwezigheid in Afrika heeft Nederlandstalige documenten geproduceerd die erop wachten bestudeerd te worden. Dit gedeelde erfgoed is zowel een kans als een uitdaging. Voor neerlandici, historici en geïnteresseerden zijn er fascinerende bronnen beschikbaar, die inzicht geven in de geschiedenis en de cultuur, maar ook in de economie of de ontwikkeling van het klimaat.
Er zijn veel meer Nederlandstalige schatten beschikbaar dan je misschien wel zou vermoeden. Veel van die documenten zijn tegenwoordig heel eenvoudig toegankelijk via internet. Dankzij de digitalisering is het in veel gevallen verbluffend eenvoudig geworden om Nederlandstalige bronnen te raadplegen.
Als je het nieuws van vandaag soms te deprimerend vindt, kun je op www.delpher.nl, een database van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, nieuws van vroeger lezen. Op Delpher zijn 130 miljoen pagina’s Nederlandstalige kranten en tijdschriften te vinden, die teruggaan tot 1618. Ook zijn er 1,5 miljoen radionieuwsbulletins te vinden, uit de periode tussen 1937 en 1989. Dankzij OCR-techniek is alle informatie doorzoekbaar en zijn de transcripties beschikbaar. Deze bronnen geven een weergaloze inkijk in wat mensen in de afgelopen eeuwen in hun dagelijks leven belangrijk vonden.
Ook veel historische private archieven zijn sinds de jaren 2000 gedigitaliseerd. Zo werden tussen 2000 en 2007 veel VOC-stukken digitaal toegankelijk gemaakt door het internationale project TANAP (Towards a New Age of Partnership). Dat was een samenwerking tussen archieven in Nederland, Indonesië, Sri Lanka, India en Zuid-Afrika. Die basis van 25 miljoen (sic!) documenten wordt sinds 2022 verder toegankelijk gemaakt met het gebruik van de nieuwste technieken (waaronder AI) met het project Gobalise van de Koninklijke Academie van de Wetenschappen. Hierdoor worden transcripties niet alleen beschikbaar gemaakt, maar ook onderling gekoppeld via glossaria met trefwoorden, namen en plaatsen.
Paradox
De verhoogde toegankelijkheid en een toenemend besef dat deze documenten van historische en culturele waarde zijn, hebben een paradoxaal effect. Vroeger hadden alleen goed getrainde specialisten toegang tot de fysieke documenten in archieven op verschillende continenten. Tegenwoordig heeft hoegenaamd iedereen via internet toegang tot deze gedigitaliseerde schatten. Dat maakt het potentiële gebruik van deze bronnen veel algemener. En in veel van de gebieden waar deze documenten betrekking op hebben zijn er weinig lokale archieven. Dat verhoogt de relevantie van de documenten.
Maar veel van die bronnen zijn oud, handgeschreven en gesteld in historisch Nederlands. Dat maakte het niet altijd eenvoudig om er iets mee te doen. Soms is het daarom ontmoedigend om in de Nederlandstalige bronnen te duiken. Wat kun je ermee doen? Hoe kun je ze lezen en begrijpen?
Netwerk Nederlands als bronnentaal
Het netwerk Nederlands als bronnentaal stelt zich ten doel om de drempels voor het gebruik van Nederlandstalige documenten te verlagen, door gebruikers, specialisten en geïnteresseerden met elkaar in contact te brengen. In ons digitale tijdperk hoef je niet meer alleen oplossingen te zoeken om deze bronnen te benutten. Door ervaringen te delen, ter inspiratie en om concrete problemen op te lossen, kan het gebruik van deze schatten bevorderd worden. Dit kan (medio 2026) via een forum, waar geïnteresseerden en experts elkaar kunnen vinden en helpen. Een bestuur van acht leden, van vier continenten, treedt op als lokale bemiddelaars. Zij hebben kennis van de bronnen in hun gebied en kunnen geïnteresseerden bijstaan met raad.
Ook de kennis van oude handschriften is een potentieel knelpunt. Het netwerk biedt via het Leercentrum van de Taalunie (leercentrum.taalunie.org) een gratis online-cursus aan: Dutch for Reading Knowledge. Deze Engelstalige cursus is vormgegeven door Arlette Verdonk, en is gebaseerd op de cursus Historical Dutch. Grammar Exercises and Reading Strategies, samengesteld door Frans R.E. Blom, expert in historische Nederlandstalige literatuur aan de Universiteit van Amsterdam.
Het netwerk ambieert ook om projecten te steunen, door advies te geven en mensen onderling in contact te brengen en competenties te delen. Het algemene doel is om te fungeren als kenniscentrum, om het gebruik van de Nederlandstalige bronnen te stimuleren. Alle (internationale) neerlandici en studenten zijn van harte welkom om mee te werken. Geïnteresseerd? Word gratis lid en ontdek een wereld aan Nederlandstalige bronnen!
Deze tekst is een geschreven versie van de lezing die Andreas Nijenhuis-Bescher presenteerde tijdens het Colloquium Neerlandicum 2025 in Brussel.


Laat een reactie achter