• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Wanneer is stracx?

11 januari 2026 door Jaap Jacobs Reageer

En enkele andere vertaalproblemen waarvoor het WNT de oplossing bood

Resolutie van 25 mei 1660 [bron: New York State Archives]

De Geïntegreerde Taalbank van het Instituut voor de Nederlandse Taal is iedere werkdag het eerste waar ik online naar kijk. Natuurlijk gebruik ik ook andere woordenboeken, zoals Van Dale Online, de Oxford English Dictionary en William Sewels Groot Woordenboek der Engelsche en Nederduytsche Taalen (Amsterdam, 1735), maar het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) steelt de show. Het aantal opgenomen woorden, de uitgebreide beschrijvingen en de daarin verwerkte citaten maken het WNT een onmisbaar hulpmiddel bij het vertalen van zeventiende-eeuwse teksten.

Gerechtsnotulen uit Nieuw-Amsterdam

In opdracht van het New Netherland Institute, gevestigd in Albany, vertaal ik archivalia van directeur-generaal en raden van Nieuw-Nederland, het koloniale bestuur gevestigd in Nieuw-Amsterdam, het tegenwoordige New York. Momenteel ben ik bezig pakweg 950 pagina’s aan gerechtsnotulen uit 1660 en 1661 te vertalen naar het Engels. Het is een prachtige klus, niet alleen omdat het een eer is om in de voetsporen te mogen treden van gerenommeerde voorgangers als Charles Gehring en Janny Venema, maar ook omdat het zulk afwisselend en boeiend materiaal is. Het zijn grotendeels rechtszaken die in beroep behandeld werden door directeur-generaal en raden, maar er komen ook allerlei andere kwesties in voor. Iedere pagina vormt een fascinerend venstertje op het dagelijkse leven in Nieuw-Nederland en de hoofdstad daarvan, Nieuw-Amsterdam.

De doelgroep van de vertaling bestaat voornamelijk uit Amerikanen, zowel wetenschappers als anderen, zoals genealogen en lokale historici. Voor Nederlandse onderzoekers is een vertaling in het Engels geen absoluut vereiste, aangezien zij veelal goed in staat zijn om de handschriften te lezen en de inhoud te begrijpen. Gezien de omvang van het materiaal (de New York State Archives alleen al hebben meer dan tienduizend pagina’s in de collectie) zijn de vertalingen voor hen wel nuttig als hulpmiddel om passages te vinden die relevant zijn voor specifieke onderzoeksvragen.

Transcripties en tekstbegrip

Voor dit project is de brontaal natuurlijk het zeventiende-eeuwse Nederlands. De doeltaal is vanzelfsprekend modern Amerikaans-Engels. Het overbruggen van de afstand tussen toen en nu begint uiteraard met de Nederlandstalige manuscripten, grotendeels geschreven in het redelijk leesbare klerkenhandschrift van die tijd, maar wel met lacunes door een brand in 1911. Gelukkig heb ik de beschikking over de transcripties die Janny Venema de afgelopen decennia gemaakt heeft. De ontbrekende woorden zijn soms aan te vullen aan de hand van negentiende-eeuwse vertalingen of overgeleverde citaten en soms door de inhoud te herleiden uit de context. Daarna komt het tekstbegrip. Dat betekent, zoals gebruikelijk bij vertalingen, dat ik, gewapend met vergrootglas en woordenboek, de tekst lees en alles zo goed mogelijk probeer te begrijpen. Uiteraard helpt het dat ik de geschiedenis van Nieuw-Nederland goed ken en door jarenlange ervaring vertrouwd ben met het zeventiende-eeuwse Nederlands. Het overgrote deel van de teksten levert dan ook geen problemen op. Soms heb ik wel een redelijk goed idee van wat er bedoeld wordt maar weet ik het niet zeker. Dan gebruik ik het WNT om mijn vermoedens te bevestigen of juist te verwerpen en zo valkuilen te vermijden. Maar in enkele gevallen heb ik echt geen idee. Ook dan biedt het WNT uitkomst.

Vertaalproblemen en de rol van het WNT

Bij het zoeken in het WNT gebruik ik vrijwel altijd ‘Basiszoeken.’ Ik sla ‘Modern Nederlands trefwoord’ over en begin meteen met het zoekveld ‘Origineel trefwoord.’ Dat maakt de kans wat groter om het juiste trefwoord te vinden, waarvoor ik dan soms de spelling moet aanpassen. De functie van de website om het zoekwoord aan te vullen maakt dat een stuk makkelijker. Dat geldt ook voor het zoekveld ‘Woord in citaat’ dat buitengewoon nuttig is als de spelling in het origineel ongebruikelijker dan normaal is. Vaak vind ik dan omschrijvingen met verhelderende context, alsmede de nodige citaten met uiteenlopende gebruiksjaren. Dat helpt om de meest waarschijnlijke betekenis van rond 1660 te achterhalen.

voorbarig

Een klein aantal van de vertaalproblemen die ik met behulp van het WNT kon oplossen zal ik hier als voorbeeld gebruiken. Allereerst zijn er de binnentaalse varianten op de valse vrienden: sommige woorden betekenden toen iets totaal anders dan nu. Een voorbeeld is straks of stracx, dat in de eerste helft van zeventiende eeuw ‘aanstonds’ of ‘onverwijld’ betekent (betekenis 1), maar al enkele decennia later de moderne betekenis van ‘spoedig maar niet dadelijk’ (2) aanneemt. Een ander voorbeeld is overbodig. De moderne betekenis (‘meer dan nodig is’, A3) stamt uit de achttiende eeuw. Een eeuw eerder betekende het ‘aanbiedende iets te doen’ (A1). Dus als ‘den suppliant: overboodich blijft […] sufficante borge te stellen’ betekent dat niet dat het ten overvloede is, maar dat hij gaarne bereid is om zulks te doen. Voorbarig is de derde valse vriend. In 1660 waren de Nederlandse kolonisten in oorlog met wat zij de ‘Esopusse wilden’ (zie bovenstaande afbeelding, regel 3) noemden, de inheemse groep die woonde in de omgeving van Wiltwijck, nu Kingston, op de vruchtbare gronden langs de Esopus Creek. Elf van hen waren gevangen genomen en worden omschreven als ‘stoute, en onvertsaegde schelmen en de voorbarighste onder die natie.’ Het WNT geeft voor voorbarig een breed palet aan betekenissen en subbetekenissen. In de context van de Esopusoorlog springen er twee uit: ‘aanzienlijk, voornaam’ met betrekking tot personen (I a α) en de moderne betekenis ‘te voortvarend’ met betrekking tot personen en handelen (III 6 a en b). En dat betekent dat ik in de doeltaal een woord moet vinden dat beide betekenissen in zich verenigt of een voetnoot moet toevoegen.

impetrant

Ten tweede bevatten de archivalia van directeur-generaal en raden tal van zeer specifieke woorden. Deels zijn het juridische termen, vanwege de oorsprong in Romeins recht, vaak in vernederlandst Frans of Latijn. In civiele zaken in eerste aanleg gaat het om eijscher en gedaegde (plaintiff en defendant), maar als het een beroepszaak is worden ze impetrant en gedaegde genoemd. Het WNT vermeldt, ongetwijfeld terecht, dat impetrant ontleend is aan het Franse impétrant, waarin het Latijnse werkwoord impetere (door vragen gedaan krijgen) doorschemert. Daarnaast zijn er specialistische termen die met handel of landbouw te maken hebben. Schotten of schotsen (WNT: schotsI) komen niet noodzakelijkerwijs uit Schotland, maar zijn handelsreizigers die na een tijdelijk verblijf in Nieuw-Nederland weer teruggaan naar patria. ‘Kort als meede lanckvoer’ was blijkens de context bedoeld voor de cavaleriepaarden van het garnizoen in Nieuw-Amsterdam, maar dankzij het WNT kwam ik erachter dat kortvoer gesneden veevoer is (haver, erwten en bonen) en dat het bij langvoer om hooi en stro gaat. Verdere voorbeelden zijn paerdelijn (een touw waarmee een trekschuit met het paard verbonden was), stock knecht (gebruikt voor een cipier) en boekschult (een schuld genoteerd in een rekeningboek).

lamieren

Ten derde, de uitdrukkingen en zegswijzen. Voor niet alles heb ik het WNT nodig: wat bedoeld werd met ‘den soeten inval’ is wel duidelijk. ‘Het lamieren vanden dagh,’ waarschijnlijk gevormd van het Franse lumière, is volgens het WNT alleen gebruikelijk bij zeelieden en komt als uitdrukking onder meer voor in een scheepsjournaal van Michiel de Ruyter in 1659. Johannes La Montagne, een kolonist van Waals-Franse herkomst, gebruikt het in Nieuw-Nederland om het krieken van de dag aan te duiden. Hij was zeker bereisd, maar misschien mogen we in zijn woordgebruik ook een spoortje van zijn francofone achtergrond bespeuren.

In bijna alle gevallen helpt het WNT me om de betekenis van zeventiende-eeuwse woorden te achterhalen en mijn vertalersvergrootglas scherp te stellen. De omschrijvingen die ik vind helpen me om waar nodig in de annotatie nuances te belichten zodat de gebruiker van de vertaling een beetje gevoel krijgt voor de taalrijkheid van de zeventiende eeuw. Voor de eerste stappen in het vertaalproces is het WNT onontbeerlijk. Voor de daaropvolgende stap, het vinden van het juiste woord in de doeltaal, zijn er andere hulpmiddelen, zoals de Oxford English Dictionary. Maar het WNT zorgt voor een scherp begin.

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: gerechtsnotulen, New Netherland Institute, New York State Archives, Nieuw-Amsterdam, WNT

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Johannes Antonides van der Goes • Aan juffrouw Suzanna Bormans, ziek zijnde

Waar is dat blozend rood geweken,
Dat aangename rozebloed,
’t Geen eedle zielen kon ontsteken,
Om uwe waarde, in minnegloed?

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

Mijn landgoed is niet groter dan
mijn eigen huid, de omvang van
mijn schoen, de omvang van mijn vuist,
ik gaf het namen in de kleur van regen,
ik keek er dwars doorheen, vluchtige stof
en zag de horizon, de lengte van
mijn armen, van mijn benen.

Bron: Het Zinrijk, 1971

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

8 januari 2026

➔ Lees meer
17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

7 januari 2026

➔ Lees meer
16 januari 2026: Tweede studiemiddag Forensische taalkunde

16 januari 2026: Tweede studiemiddag Forensische taalkunde

4 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

sterfdag
1992 Theo Weevers
➔ Neerlandicikalender

Media

Ik zie op tegen interviews…

Ik zie op tegen interviews…

11 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

10 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Buitenleven van Willem Sluiter

Buitenleven van Willem Sluiter

10 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d