
De vakantie is begonnen. Terwijl onze leerlingen zich hossend en springend in het feestgedruis van carnaval storten, lezen wij met een kritische blik de column van Özcan Akyol (Het onderwijs moet AI omarmen en niet weer afwachtend toekijken, 12/02), die leraren kwalificeert als digitale analfabeten die voortdurend achter de feiten aan lopen en vooral ‘reikhalzend uitkijken naar hun pensioen’. Die carnavaleske karikatuur van de docent behoeft een tegengeluid.
Akyol begint zijn relaas met een persoonlijke ervaring. Trots vertelt hij dat hij 25 jaar geleden op de middelbare school zijn boekverslagen van de website Scholieren.com haalde. Zijn docenten hadden niets in de gaten. Er is volgens Akyol in al die jaren weinig veranderd: Scholieren.com werd ChatGPT, maar de docenten van tegenwoordig zijn nog even onwetend als toen. Ze hebben niet door dat leerlingen complete schrijfopdrachten door kunstmatige intelligentie laten maken.
Winnen en verlieze
Dat klopt volgens ons niet helemaal. Natuurlijk weten onze leerlingen ook de weg naar ChatGPT te vinden. Toch kijkt niet één docent Nederlands op onze school een schrijfopdracht na die thuis is geschreven. Leerlingen maken onze schrijftoetsen tijdens de les, in een speciaal programma dat ervoor zorgt dat leerlingen geen hulpmiddelen (ook geen internet) kunnen gebruiken. Is dit systeem waterdicht? Vast niet. Maar we zijn niet onwetend of naïef, zoals Akyol denkt.
Sterker nog, we gaan in de les Nederlands met de leerlingen het gesprek aan over kunstmatige intelligentie, want wij vinden net als Akyol ‘soevereine kennis en zelfstandig denken’ belangrijke kenmerken van een veerkrachtige burger in een technologische wereld. In de vijfde klas lazen we onlangs nog met leerlingen een mooie tekst over de gevaren en mogelijkheden van kunstmatige intelligentie, waarin werd gesteld dat je intellectueel zelfvertrouwen alleen ontwikkelt door ook zelf te blijven denken. We denken dat we op deze manier leerlingen wel degelijk ‘vertellen wat ze winnen en verliezen dankzij AI’.
Hoe moet het onderwijs omgaan met de aanwezigheid van kunstmatige intelligentie? Akyol lijkt op die uitdagende vraag geen duidelijk antwoord te geven. Het klassieke curriculum is volgens hem weerloos tegen de eigentijdse techniek, maar hij verlangt ook naar boeken lezende jongeren, wars van ‘desinteresse en luiheid’. Docenten zijn ook zoekende als het gaat om het wel of niet gebruiken van kunstmatige intelligentie in hun lessen. We lopen daarbij niet in een polonaise, maar zetten soms een stapje naar voren en doen dan weer een stapje terug. We nodigen Akyol van harte uit om eens bij ons te komen kijken en constructief mee te denken.
Tom Borsten en Lukas Meijsen zijn docent Nederlands op het Koning Willem II College in Tilburg.
Een opdracht die met AI is uit te voeren is iets in de vorm van Exercises de style van Queneau. Laat leerlingen een voorval op verschillende manieren beschrijven: met metaforen, in dialect, overdreven emotioneel, juist met een stiff upperlip, zonder de letter e te gebruiken, enzovoort. Dat vraagt per definitie om aandacht voor stijl.