
Hoe groot is de markt voor autobiografische romancycli van muzikanten uit de noordelijke provincies die de dagelijkse beslommeringen van hun muzikantenbestaan beschrijven? Niet alleen Bill Mensema, maar ook Meindert Talma onderneemt zo’n project bij Uitgeverij Passage. Gezinsverbijstering is het derde deel uit de cyclus Nederlands Onbekendste Popster en is gekoppeld aan een gelijknamige plaat. ‘Waren de eerste twee delen een gezamenlijke uitgave van Uitgeverij Passage en Excelsior Recordings, dit keer verschijnen boek en geluidsdrager (LP en cd) apart van elkaar, maar wel gelijktijdig,’ aldus Excelsior Recordings – en Uitgeverij Passage geeft iets prijs over de achtergrond van die keuze: ‘ze worden nu gescheiden aangeboden, omdat de lezers en luisteraars een eigen keuze willen hebben in het medium.’
Dat suggereert dat het boek op zichzelf zou moeten kunnen staan. Ook de aanmelding voor de Librisprijs doet dat. Niet in de laatste plaats doet Meindert Talma het zelf, wanneer hij zegt dat hij zich voor deze cyclus heeft laten inspireren door Het Bureau van Voskuil en het werk van Knausgård. Wat is voor hem de kern van die stijl?
Troch it hiel presys te beskriuwen, setst alles op in rychje. Do moatst der djipper yndûke en dêrtroch wurdt it foar dysels ek helderder. Ik ha no in better byld fan dy jierren as foardat ik mei skriuwen begûn. Tagelyk bliuwt it in roman en dan moat it fansels ek spannend wêze. (Bron)
‘Heel precies beschrijven’ zou volgens Talma dus de sleutel tot Voskuilproza zijn. Kees ’t Hart noemt in de Groene Amsterdammer dit soort werk zelfs een aparte stroming, Nederlandse romans die ‘rekenschap afleggen’, en weet de aard hiervan preciezer te omschrijven dan door te zeggen dat het draait om ‘precies omschrijven’:
Ze zijn vaak gebaseerd op dagboeken en hebben een voorkeur voor de beschrijving van het ‘kleine leven’. Dagelijkse beslommeringen en bespiegelingen van niet erg veel betekenende figuren, over een beperkt gezelschap, met vaste looplijnen, thema’s en rituelen. Vaak rond schrijverschap. […] Vaak hebben deze schrijvers de neiging ‘het leven’ als een aaneenschakeling van absurditeiten en kleine vernederingen op te vatten waarbij men zelf niet buiten schot blijft.
Het is natuurlijk flauw om hier een opsomming te geven van die beslommeringen en absurditeiten die Talma beschrijft. Als we voor Het Bureau droogjes zouden opsommen wat er feitelijk beschreven wordt, of voor de faxen van Nicolien Mizee, komt dat ook triviaal en weinig verheffend over. Toch geef ik wel zo’n kleine opsomming met als doel te laten zien hoe al te particulier de beschreven anekdotes uit Gezinsverbijstering zijn.
Net als bij Bill Mensema horen we vooral veel over de beslommeringen van het muzikantenbestaan (een willekeurige zin uit de talloze beschrijvingen van deze orde: ‘Janke zag ook flink op tegen de lange terugrit van Zeeland naar Friesland. Terwijl ze ging slapen op een door haar meegenomen matras in het bioscoopzaaltje van ’t Beest, gingen de mannen even Goes verkennen.’) Een breed uitgemeten kleine vernedering waar een heel hoofdstuk aan gewijd wordt, is het feit dat Meindert moet plassen tijdens een ellenlange busrit langs Friese gehuchten (‘Ondanks dat ik uit alle macht me probeerde te focussen op het lezen, had ik maar één gedachte: ik… moet… heel… erg… nodig… pissen.’) We zien hoeveel moeite het Meindert kost om een loodgieter te regelen, we lezen zijn lijstje met elf voordelen van wonen in Zuidhorn – het lezen van de afzonderlijke verhalen waarbij het verband met het grotere geheel vaak ontbreekt, is als het luisteren naar een oom die op een verjaardagsfeestje anekdotes opdist waar iedereen wel iets in kan herkennen (wie heeft er wel eens zónder problemen een loodgieter weten te regelen?), maar die de aandacht maar moeilijk vasthouden.
Het zou interessant zijn om te onderzoeken waar precies de grens ligt tussen het al te particuliere en het overstijgen daarvan. Bij de Librisprijsjury moet dit in ieder geval een criterium zijn dat een rol speelt – zo kunnen we opmaken uit de lezing ‘Tussen longlist en shortlist’ die Sheila Sitalsing gaf over de Librisprijs 2025. Zij benoemt de hausse aan ‘autofictie (de hele literatuurwetenschappelijke bijsluiter bij deze term laat ik even achterwege) en zegt: ‘Bij deze boeken hebben we meegewogen of een auteur boven het strikt particuliere uitstijgt, of het vertelde voor méér staat dan de persoonlijke anekdote, en of het resultaat kan worden gelezen als een op zichzelf staand kunstwerk, als een schepping.’
Daar zou de jury bij Gezinsverbijstering niet lang over te hoeven mijmeren. De cd is overigens wel een sterke, op zichzelf staande Talma-plaat, met het stuwende ‘Peter Pontiac’ als een van de hoogtepunten. Voor wie niet bekend is met Talma’s muziek: de 3voor12-kop ‘Cult-zanger Meindert Talma bezingt cult-dammer Jannes van der Wal’ geeft al veel weer van het soort muzikant dat Talma is. ‘Echtpaar in de band’, ‘Tennissen met mijn vriendin’: eigenlijk doet Talma, als muzikaal chroniqueur van het kleine leven, in zijn liedteksten veel van wat ‘T Hart kenmerkend vindt voor rekenschapsproza. Talma lijkt verdraaid Voskuils (Voskuiliaans? Voskuilig? Voskuilesk?) in zijn lyrics, maar wat in zijn muziek werkt en Talma al jaren tot een vaste waarde voor de Nederlandse popkenner maakt, werkt niet meer wanneer het van drie minuten luistervoer wordt opgerekt tot 250 pagina’s leesvoer. In het nummer ‘Heit en mem’ geeft Talma zelf alvast de voornaamste kritiek op zijn proza:
Heit en mem hadden mij nooit horen zingen
Wilden mij behoeden voor teleurstellingen
Ze zeiden: ‘Daar moet je niet aan beginnen.
Jij vindt geen emplooi met jouw zingen.
De zang is vals, de teksten vaak kwetsend.
Ook jouw proza is vaak veel gezwets en
we dachten: Meindert, word toch mooi journalist
of leraar, dat kan jij beslist.
Het boek Gezinsverbijstering is de moeite waard als uitvoerig aanhangsel bij de liedjes, voor liefhebbers van de plaat, voor meer ‘verhaal’ achter de nummers die op zichzelf eigenlijk al voldoende verhaal in zich hebben – maar het voldoet niet als op zichzelf staand boek. Uitgever en platenlabel doen er goed aan deel 4 weer als één geheel uit te brengen. Ik blijf intussen mijn hoop gevestigd houden op een roman over popmuziek uit Noord-Nederland die wél het strikt autobiografische overstijgt: we gaan het zien zodra de groslijstbespreking verschijnt van De baptisten, door Talma’s voormalig bandgenoot Nyk de Vries. Of zou Daniël Lohues al plannen hebben voor een roman over muzikaal opgroeien in Drenthe?
Laat een reactie achter