
De eerste zinnen geven direct een intrigerend, mysterieus begin. Er volgt opwinding en verwarring. Bij de psycholoog loopt het op niets uit. Daarna kalft het verhaal (voor mij) langzaam maar zeker af. Er worden ‘pogingen’ gedaan gesprekken filosofisch te laten lijken. De gesprekken, met om het even wie, blijven echter oppervlakkig. Echte diepgang zit er niet in. Pogingen om psychologische kijkjes op te graven lukken wat mij betreft ook niet echt. Het hoe en waarom van vroeger en vooral van het hier en nu, wordt niet uitgediept. Alles komt heel vlak over.
De nieuwe passie die gevonden wordt, is uiteindelijk niet meer dan een terugkeer naar het oude vertrouwde. Onderwerping. De manier van leven van het hoofdpersonage, vanaf haar 7de t/m haar 27ste is er, sec gezien, een van zelfverloochening, afhankelijkheid, pleasen en onderwerping. Haar privéleven (lees: geluk) is gestoeld op haar verworven status, zeker ook bij haar aanstaande schoonfamilie. Haar vriendschappen blijken uiterst broos en zelfs niet serieus bestaand. Na het drama kalft alles af. Alles komt nog steeds (te) emotieloos en vlak over. Ik voel geen spanning of tomeloos verlies c.q. verdriet.
Haar grote voorbeelden, leermeesters en goeroes zijn niets minder dan, op het narcistische af, zelfgenoegzame mannen, die het altijd bij het rechte eind hebben qua dans, choreografie, uitvoering en alle ander keuzes. En van communiceren, met of zonder hulpmiddelen. Onderdrukking van, en lijden door, allen waar ‘zeggenschap’ over is. Geen idee hoe dat in DIE echte wereld werkt, maar de beschreven manier wekt vooral veel afkeer en wrevel.
Het einde van het boek laat ook veel vragen open en onbeantwoord. De flarden gedachten gangen en het quasi vermanende toespreken van de hoofdpersoon aan haarzelf komen best flauwtjes over. Echte strengheid ontbreekt, het blijft bij gelatenheid.
Het plotseling opduiken van een vroegere protegé van haar huidige sensei vult een aantal bladzijden, maar voegt mijns inziens niets toe. Er komt totaal niets uit.
En wat gebeurt er nou na dat duet in Parijs?!
Waarom grijpt het einde van het boek terug op een laatste moment met haar grote 1e voorbeeld. Ook met een aantal suggestieve zinsneden over die 20-jarige verbondenheid blijft het een wazig, voor allerlei speculaties, openstaand geheel.
Het verhaal is niet zozeer warrig of verwarrend maar komt oppervlakkig over. De enige ‘diepgang’ zijn de flarden karaktertrekken van ‘de grote heren’ in haar beschermende wereldje. Een wereld waarin zij denkt IK gericht te zijn, maar in werkelijkheid volledig gericht is op één ander levend wezen: haar leermeester(s).
Zelfkennis, zelfexpressie (buiten haar vakgebied), het eigen ik op waarde proberen te schatten ontbreekt en enemale. Alles blijft bij pogingen. De psyche zit inderdaad gevangen in het lichaam. Het zal daaruit ook nooit bevrijd worden zolang alles is gericht op een voorgeschreven perfectie, zelfs na de overstap op het experimentele, en geen eigen keuze cq wil ontwikkeld wordt. Zolang die wil opgelegd wordt door alles eisende ‘grootheden’, en deze ook willoos wordt nagevolgd blijft het een grijs leven met vlakke emoties. Emotionele diepgang in het boek wordt node gemist.
Laat een reactie achter