
De afdeling Nederlandse letterkunde van de Universiteit Gent vernam het droevige nieuws dat oud-collega Werner Waterschoot (1941-2026) overleed. Ze blikt dankbaar terug op zijn academische verdiensten als onderzoeker, lesgever en collega.
Werner Waterschoot heeft in zijn academische carrière vooral furore gemaakt als pionier op het vlak van onderzoek naar de eerste renaissancedichters in de Zuidelijke Nederlanden. Al voor zijn licentiaatsverhandeling (1963) in de opleiding Germaanse filologie richtte hij zich op het werk van Gentse zestiende-eeuwse dichter Lucas d’Heere. Dit leidde tot een tekstuitgave van Den hof en boomgaerd der poesien, die in 1969 in druk verscheen bij Tjeenk Willink. De dichter-schilder uit Gent zou door het onderzoek van Waterschoot veel meer bekendheid krijgen dan voordien, met erkenning voor zijn literaire productie en zijn pioniersrol bij de introductie van het sonnet in de Nederlanden.
Met zijn onderzoek naar de Antwerpse collega van D’Heere, Jan van der Noot, plaatste Werner Waterschoot zich in een langere Gentse onderzoekstraditie die teruggaat tot het werk van August Vermeylen, die in 1899 promoveerde op een studie naar Van der Noot en later rector werd van de Gentse universiteit. Het proefschrift van Waterschoot betrof een editie van diens Poeticsche Werken, die in 1975 in drie delen verscheen bij de KANTL. Hiervoor ontving hij de Prijs voor Letterkunde van de KANTL. Het minutieuze bibliografische onderzoek dat ten grondslag ligt aan de uitgave kenmerkt de filologische aanpak van Waterschoot, met veel aandacht voor het boek als fysiek object. Met een uitgebreide analytische bibliografie en een afzonderlijk deel met verklarende aantekeningen legt hij historische, biografische en bibliografische achtergronden van de lyriek van de Antwerpse renaissancedichter bloot.
De kritisch-historische edities die Waterschoot verzorgde, zijn belangrijke standaardwerken op het terrein van het onderzoek naar de Nederlandstalige renaissanceliteratuur. Ook na een halve eeuw kunnen we nog altijd niet zonder de edities van Werner Waterschoot als we iets over D’Heere of Van der Noot willen zeggen. Tien jaar geleden voegde hij daar samen met Frederica van Dam nog een belangwekkende editie aan toe: de uitgave van het toen net herontdekte manuscript Tableau Poetique van Lucas d’Heere (2016, KANTL). Zijn wetenschappelijke verdiensten zijn veel uitgebreider en betreffen zeer zeker ook de Middelnederlandse literatuur, met nadruk op de Reinaert, maar ook schreef hij over de achttiende-eeuwse dichter Jan Frans Cammaert, en zelfs – nog in 2010 – over Hendrik Conscience (als bibliofiel). Bovendien was hij een eminent bibliofiel met internationaal renommee, met een enorme collectie aan oude drukken en met grote kennis van de boekgeschiedenis van met name de Zuidelijke Nederlanden. Dit blijkt uit zijn vele bijdragen aan de historische bibliografie, alsook uit zijn publicaties over de emblemataliteratuur die gedrukt werd bij Plantin, of over de Gentse drukkers Joos Lambrecht en Jan Cauweel. Opstellen van Werner Waterschoot zijn in 2002 verzameld in Schouwende fantasye (Academia Press).
Door zijn pioniersrol op het vlak van de editie van oudere literaire teksten uit de Zuidelijke Nederlanden, zijn brede oriëntatie in het vakgebied van de historische Nederlandse letterkunde, evenals zijn eruditie en collegialiteit zullen we Werner Waterschoot missen in de letterkundige neerlandistiek en aan de Universiteit Gent in het bijzonder. Aan die universiteit was hij tot 2007 verbonden, vanaf 1992 als docent en vervolgens als hoofddocent (2000-2007). In 2007 werd hem de titel van emeritus toegekend. We herinneren hem ons als een nauwgezette, integere lesgever die studenten de blijvende waarde van de filologie bijbracht, en als een innemende collega.

Laat een reactie achter