
Het veulen
Knaap.
Veulen, flink en aardig dier,
Ei, kom hier,
Draag mij eens gezwind en vlug
Op uw rug,
Veulen.
Nee, o neen, daar komt niets van,
Kleine man,
‘k Wierp u, zette ik ’t op een draf,
Zeker af;
Op uw houten paardje dáár
Loopt ge daarvan geen gevaar.
Hij wou ’t nog vatten bij den kop,
Maar ’t Veulen liep op een galop.
Toen dacht de knaap: ’t kan mooglijk zijn,
Dat gij gelijk hebt, — ‘k ben nog klein,
Ik heb van rijden geen verstand
En lag misschien al gauw in ’t zand;
Doch word ik groot, ‘k verzeker u,
Ge ontsnapt mij dan niet, zoo als nu;
Gij wordt mijn paard dan, ik uw heer,
En ‘k doe met u, wat ik begeer.
J.J.A Gouverneur (1809-1889)
uit: Gouverneur’s fabelboek. Het laatste boekje (1879)
•• Abonnees van Laurens Jz Coster krijgen iedere werkdag gratis een gedicht in hun mailbox.
Laat een reactie achter