Waterdrinker en (of beter: zonder) de Librisnominatie

Pieter Waterdrinker betoont zich buitengewoon ontevreden over de longlist van de Librisprijs 2026.
Dat is voorstelbaar, want elke longlist bevat traditioneel aanvechtbare keuzes. En hoewel ik het best een aardige lijst vind, mis ook ik een paar romans uit de oogst van 2025: zeker De laatste sessie van Saskia De Coster had er van mij bijvoorbeeld opgemoeten, Engelland van A.H.J. Dautzenberg en Liefde in het Derde Rijk van Martin Michael Driessen.
Verschil tussen Waterdrinker en mij is dat ik een doorsneelezer ben en hij een schrijver die ontevreden is over het feit dat zijn eigen boek ontbreekt op de longlist. Op zijn Facebookpagina laat hij geen spaan heel van de lezing die juryvoorzitter Noraly Beyer hield ter gelegenheid van de bekendmaking van de longlist. Hij slaat vooral aan op haar zinsnede ‘De oogst was in ieder geval rijk en relevant, maar minder divers dan we zouden willen’, die in Boekblad de ankeiler van Beyers gepubliceerde tekst werd.
Ik heb de USSR aan den lijve meegemaakt. Toen moest de literatuur van de Schrijversbond ook een bepaalde richting op. Deed je dat niet dan werd je door Moskou verstoten. Of je geraakte in een kamp. Of je werd gewoon gedood. Dit is wat er werkelijk broeit. In de wereld der letteren. En vooral eromheen. In Nederland. Men heeft een agenda. Een agenda met een masker op.
Dan volgt een oproep aan collega-schrijvers:
Hoe komt het toch dat ik altijd (bijna) weer de enige ben die tegen deze gevaarlijke onzin in opstand kom? Waar zijn mijn collega-schrijvers? Zijn jelui soms bang verder nooit meer op het schild gehesen te worden? En wel opkomen voor en tegen vreemde regimes! Prima! Maar kom ook eens op voor je eigen regime! Dat van de ultieme vrijheid van de geest! De zogeheten literaire vrijheid. Laat je NOOIT door jury’s iets voorschrijven. Jury’s die voorschrijven horen in de gracht. Vrijheid in de Nederlandse letteren begint stilaan een farce te worden.
Sooo.
Die is écht kwaad.
Spijtig alleen dat zijn vergelijking en oproep echt helemaal nergens op slaan.
Tijdsgewricht
Om te beginnen bij de gewraakte frase van Beyer. Het is hooguit vreemd dat de eindredacteur van Boekblad uitgerekend die zin tot opmaat van haar voordracht maakte, want die dekt de lading helemaal niet. Beyer schetst juist een behoorlijk pluriform en positief beeld van wat er in 2025 verscheen. (En wie die pluriformiteit zelf wil vaststellen, moet alleen de reeks op Neerlandistiek waar die complete oogst van 2025 wordt gerecenseerd maar eens bekijken).
Maar de vraag hoe reëel pluriformiteit is zal Waterdrinker hoogstwaarschijnlijk helemaal niet boeien. Hij valt evident over de oekaze die zou spreken uit de geciteerde zinsnede: suggereert die niet dat Beyer en haar medejuryleden iets eisen van literatuur, dat ze ‘willen’ dat zij ‘divers’ is?
Waterdrinker trekt daarbij die wat onhandige vergelijking met de situatie in de voormalige Sovjet-Unie. Om iedereen even bij te praten: daar was het zogenaamde ‘socialistisch-realisme’ de staatsdoctrine, en die eiste ‘van de kunstenaar de waarheidsgetrouwe, historisch concrete weergave van de werkelijkheid in haar revolutionaire ontwikkeling’. Literatuur had ‘de taak van ideologische omvorming en scholing van de arbeiders in de geest van het socialisme’. Die richtlijn werd ten doop gehouden op het beruchte schrijverscongres in Moskou van 1934, bij monde van Zjdanov, en naar verluidt muntte Stalin zelf de term. Met wie niet volgens deze richtlijnen schreef, kon het inderdaad, zoals Waterdrinker aangeeft, afhangend van het tijdsgewricht, op uiteenlopende wijzen erg slecht aflopen.
Nominabel
Meteen valt hier op hoezeer Waterdrinkers vergelijking scheef is. Er is in Nederland geen van staatswege opgelegde set regels en richtlijnen omtrent hoe goede literatuur eruit dient te zien, en de Libris-jury is geen instantie die op grond daarvan de meetlat langs de (toegestane) boekproductie legt. Libris is een particulier bedrijf dat op eigen initiatief en om eigen redenen bereid is om een geldbedrag uit te geven aan een literaire auteur en huurt voor een eerlijke verdeling daarvan jaarlijks een wisselend groepje deskundigen in.
Er is dus in de verste verte geen sprake van een jury die iets voorschrijft. Waterdrinkers oproep is lege pathetiek: ‘Laat je NOOIT door jury’s iets voorschrijven. Jury’s die voorschrijven horen in de gracht. Vrijheid in de Nederlandse letteren begint stilaan een farce te worden.’ Er is immers in Nederland geeneen jury of jurylid die de ‘Vrijheid in de Nederlandse letteren’ bedreigt en iets wil voorschrijven. Er zijn alleen jury’s en juryleden die achteraf boeken beoordelen naar de richtlijnen van de prijs waarvoor ze jureren.
En er blijken dus jury’s te bestaan die de boeken van Pieter Waterdrinker niet nominabel laat staan bekroonbaar vinden. Maar da’s toch echt wat anders. Waterdrinker produceert paranoïde geblaf tegen de verkeerde boom.
Sanctie
De ‘Vrijheid in de Nederlandse letteren’ betekent in de praktijk dat het iedereen vrij staat om veel of weinig geld te besteden aan het instellen van een literatuurprijs, of het nou de prijs voor, ik noem maar wat, de mooiste prozazin van het afgelopen seizoen is of een prijs voor een oeuvre in de geest van Sybren Polet.
Of de Librisprijs.
En de organisatie achter zo’n prijs mag geheel naar eigen inzicht de randvoorwaarden voor bekroning opstellen. Het is in dat licht alleen maar toe te juichen dat Noraly Beyer in haar toespraak transparant is met betrekking tot de kaders waarbinnen de jury dit jaar tot haar (eerste) oordeel kwam.
O ja, en dan zijn er, anders dan in de voormalige Sovjet-Unie, natuurlijk nóg wat vrijheden in Nederland. Bijvoorbeeld de vrijheid van Waterdrinker om op zijn Facebook-rant op ‘X’ te preluderen met een ferm ‘Flikkeren jullie toch een eind op!’ tegen de juryleden van de Librisprijs. Kan. Zonder enige sanctie. Niet verstoten, geen kamp.
En dan vergeten we haast de meest voor de hand liggende vrijheid. Waterdrinker kan in Nederland ongelimiteerd boeken publiceren over ongeacht welk onderwerp in ongeacht welke vorm, taalregister of stijl. Nul sanctie. Geen kamp.
Ten slotte is er in dit kader misschien nog wel nog de allerbelangrijkste vrijheid: Waterdrinker kan zich zonder enig probleem of consequentie onttrekken aan dat hele Librisprijs-gedoe. Hij kan zijn uitgeverij Nijgh & Van Ditmar simpelweg vragen om zijn boeken niet meer in te sturen voor de commerciële prijzen.
Probleem opgelost.
Laat een reactie achter