
Aan eene Roos
Teeder roosje! dat den boezem
Van de schoone Chloë siert,
En van wellust om den zetel,
Met een hooger blosje tiert;
Leer aan Chloë, jeugdig roosje!
Als een knopje nu, zeer frisch,
Op haar zwoegend hart zal werken,
Hoe verganklijk schoonheid is,
Zeg dan stervend: schoone Chloë,
Jeugd is ijdel, schoonheid schijn,
Chloë kan een Engel worden,
Roosje! leer haar deugdzaam zijn.
Rhijnvis Feith (1753-1824)
•• Abonnees van Laurens Jz Coster
Laat een reactie achter