
•• Dit gedicht van Daniël Vis is opgenomen in de bloemlezing De 44 met daarin de beste voor de Herman de Coninck-prijs ingezonden gedichten.
Je organen, lief,
prachtig zijn ze, hoewel
ik de meeste
nog nooit heb gezien.
Ze stuwen deze warmte, deze geuren
naar je huid, dit vet,
dit spiegelende laagje op je ogen,
ze breken als ontluikend gewas uit de grond
driftig
op zoek naar voedsel en water en licht
en ik mag ze voeden,
voor zover
ik kan, en ik
mag ze van vocht voorzien.
Je naam is van alle woorden
het meest tastbare woord, je
neigt en je wijkt,
en ik vraag je te blijven.
Daniël Vis (1988)
uit: Aan wie, deze offers (Hollands Diep, 2025)
•• Abonnees van Laurens Jz Coster krijgen iedere werkdag een gedicht in hun mailbox
Laat een reactie achter