
De appel.
gij lezer zult geen gelaat van mij doen rijzen,
geen vorm naar wat de letter inkt,
gij ezel schaduw van wat woorden prijzen,
geen spiegeling op het water drinkt.
niet buigen zult gij voor mijn part,
noch dienen wat voorhanden vouwt;
want Ik een appel, de treffer die straft,
wies ijver krom recht buigt.
van schuld t brein draag Ik voort
tot derde, vierde kinderlijn
van hen wier spel zich van mij keert
t zal niet Mijn spelen zijn.
mild hij die de appel doorboort
voor wie Me liefheeft, Me bewaart, Mij;
die kuiert achter M’n Gestalt koorts,
voor letters in het bladlicht Mijn Mij.
onsterfelijk woord hemels doof,
oogt de appel niet zal splijten,
zwicht loze woorden,
wormstekig platga-
Geïnteresseerd in een van de schrijversportretten – of een andere tekening – van Robert Kruzdlo? Neem contact op met de maker.
Laat een reactie achter