
•• Net als schrijvers als Marlowe, Goethe en Mann was ook Fernando Pessoa gegrepen door de geschiedenis van Faust, de man die naar alles streefde en niets overhield. Hij werkte zijn hele leven aan deze tragedie in verzen die hij niet geheel heeft voltooid. Het werk is in het Nederlands vertaald door Harrie Lemmens, en tweetalig uitgegeven.
Wanneer twee doodgewone
jongeren elkaar hartstochtelijk beminnen,
lijkt het alsof zich alom harmonische zang
verspreidt als geuren op velden in bloei.
Maar als ik me voorstel dat ik zelf bemin,
hoor ik een schorre, diepe schaterlach
van het bestaan in mij, alsof wat gewoon is
belachelijk en ongebruikelijk zou zijn.
Alleen wanneer ik aan de liefde denk,
voel ik me zo vervreemd en misplaatst,
zo vol haatgevoelens jegens mijn lot
en vol woede jegens dat wat leven is.
En dan ontstaat bij mij uit dat gevoel
een zwarte weerzin en immense haat
waarbij de grootste en ploertigste misdaden
in hun bescheiden volkse platvloersheid
verbleken tot dingen van niks.
Als ik een verliefd stel voorbij zie lopen
voel ik niet echt afgunst of haat,
maar wrok en immense afkeer
van het heelal omdat het dat stel bevat.
Als de hogere machten en hun wezens
het ideële mysterie in een mensenlichaam
van dichtbij zouden zien en kennen,
zou geen mens sneuvelen of in ongenade
vallen, zo groot is de angst die het inboezemt
en het ontzag dat voortkomt uit die angst!
Het menselijk lichaam verdicht het mysterie.
Fernando Pessoa (1888-1935)
uit: Faust (De Arbeiderspers, 2026)
•• Abonnees van Laurens Jz Coster krijgen iedere werkdag een gedicht in hun mailbox
Laat een reactie achter