Zoeken naar de mensfiguur

Roman, staat er op het opvallende geel met roze omslag van Een luisterend oog. Wie het boekje oppakt zal dat misschien verbazen: het telt slechts 111 bladzijden, inclusief nawerk. Is de genreaanduiding ‘roman’ niet een maatje te groot? Aan ambities geen gebrek, dat is de indruk die het boek mij geeft nog voor ik een bladzijde gelezen heb. Maakt Koeleman ze waar?
Can You See Me
Het verhaal draait om een intrigerend werk van de jonge kunstenaar Boris Němec. Dit werk is een afbeelding in zwart-wit van een strak ingerichte huiskamer, die in fotorealistische stijl geschilderd lijkt te zijn. Het heet Can You See Me en er zou een ‘mensfiguur’ in verwerkt moeten zitten, aldus de galeriehouder.
De quasi-gepensioneerde advocaat Maarten en zijn vrouw Iris kopen het werk, maar hoe ze ook zoeken, een mensfiguur kunnen ze niet vinden. Wat zien ze over het hoofd? Moet je er op een bepaalde manier naar kijken? Ontgaat de clou ze?
Maar als het kunstwerk eenmaal thuis in Maartens werkkamer hangt, raakt hij er volledig door geobsedeerd. Hij blijft er dagen- en nachtenlang voor zitten, met oortjes in om de bijbehorende ‘soundtrack’ te beluisteren. Hij sluit Iris volkomen buiten, en dat terwijl hun huwelijk toch al slijtplekken vertoont: Iris kan moeilijk verkroppen dat het aangekondigde pensioen van Maarten er maar niet van komt.
Een noodzakelijke uitlaatklep
Doordat je als lezer net zomin als Iris weet waarom dit geheimzinnige kunstwerk Maarten zo in de greep houdt, blijft de spanning er goed in. Koeleman rekt de boog nog verder op met een hoofdstuk vanuit het perspectief van Thomas, de zoon van Iris en Maarten, die slecht kan omgaan met onverwachte gebeurtenissen en mensen die zich niet aan de regels houden: ‘Het kwaad kent vele vormen en het ontstaat wanneer anderen geen rekening houden met mij.’
Thomas raakt uit balans nu zijn ouders zich door het kunstwerk anders gedragen dan normaal. Toch komt hij langs om het te bekijken. En hij ziet het meteen: het is geen foto, geen schilderij, het is in zijn ogen niet eens kunst. Het is een Two Way Eye, een camera die twee kanten op werkt, een levensgroot scherm om mee te beeldbellen. Wat een foto leek, zijn camerabeelden van een strak ingerichte huiskamer waarin kunstenaar Boris af en toe opduikt om gesprekken met Maarten te voeren.
Boris kan wel een luisterend oog gebruiken nadat zijn geliefde Dion hun relatie heeft verbroken. En zo is Can You See Me, dat bedoeld was als ‘ludiek commentaar op het persoonlijke in de kunst’, veranderd in een ‘noodzakelijke uitlaatklep’.
Waarom Maarten dit niet aan Iris heeft verteld wordt niet uitgelegd, maar voor haar is de maat vol: ze slaat het scherm stuk. Maar Maarten kan Boris niet loslaten en gaat naar hem op zoek. Boris laat zich snel vinden. Hij legt Maarten uit dat hun gesprekken tot nieuwe inzichten hebben geleid. ‘Door mijn gesprekken met jou (…) besef ik dat ik nu pas het leven kan leiden zoals het is bedoeld. Ik moet mijn vader gelukkig maken. Dat is waar ik voor gemaakt ben, letterlijk.’ Hij walgt ervan dat zijn kunst alleen over hemzelf gaat.
Meent Boris dit? Of is het onderdeel van een performance? In elk geval zweert hij de kunst niet meteen af. Hij vraagt Maarten of hij door een ander werk van hem wil lopen, een installatie die door oplichtende teksten op tegels je levenspad verbeeldt. Maarten loopt er drie keer doorheen en komt zo ook tot een nieuwe visie op zijn eigen levenspad, zoals blijkt uit de epiloog.
Post-credit sequence
Koeleman trekt in dit korte boek veel uit de kast. Er zijn vier verschillende perspectieven, vanuit een jij-, een hij/zij- en een ik-verteller. De personages hebben een uitgewerkte achtergrond en reflecteren op hun leven, hun relaties en kunst. Er is ook nog een verhaallijn rond Viktor, de vader van Boris, die uit alle macht trots op zijn zoon probeert te zijn, maar eigenlijk jaloers op hem is. Het thema van kunst als persoonlijk communicatiemiddel wordt breder getrokken tot vragen over relaties in het algemeen: Hoe belangrijk is het om gezien of gehoord te worden? Hoeveel aandacht kun je van anderen, en met name van je ouders of kinderen, verwachten, en wat ben je zelf aan hen verplicht? Tot welke keuzes kom je daardoor op je levenspad?
De kunst van Boris is daarbij de aanjager. Waar de personages een luisterend oor missen, springt zijn luisterend oog in het gat, en niet alleen voor zijn publiek, ook voor hemzelf. Zo komen ze tot nieuwe stappen.
Wat erg goed past bij de verschuiving van luisterend oor naar oog is het filmische karakter van het verhaal. Het wordt beeldend en met veel vaart verteld; je ziet het voor je. De epiloog is na het dankwoord geplaatst en heet ‘post-credit sequence’, een extra scène na de aftiteling zoals we die in films of Netflix-series wel zien. Die verwijzing naar films benadrukt het visuele nog eens.
Er valt, kortom, veel te beleven aan dit boek: het is spannend, filmisch, afwisselend en het snijdt diepere vragen aan. Toch heeft de roman ook iets onbevredigends. Doordat het allemaal zo veel is in zo weinig tekst, worden de grotere thema’s eigenlijk alleen even aangestipt, in plaats van uitgewerkt. Misschien is dat de reden dat de meeste romans een stuk dikker zijn.
Laat een reactie achter