Muziek als vlucht, twijfel als fundament

In de roman De Baptisten schetst schrijver Nyk de Vries een jeugd die draait om muziek, vriendschap en geloof, maar die tegelijk moeilijk vast te grijpen is. Het verhaal voelt aan als een herinnering: fragmentarisch en springerig, soms scherp, vaak ook vaag en ontwijkend. Die ongrijpbaarheid zie je terug in hoe hoofdpersoon Marten over geloof nadenkt:
Toen ik haar eens vroeg naar God zei ze: ‘Veel dingen weten we niet precies. Dat is ook niet erg. Eigenlijk gaat het daar ook helemaal niet om.’ Nadenkend had ik geknikt, hoewel ik me later afvroeg waar het dan wél om ging. Veel dingen van het geloof waren immers nogal wonderlijk.
Dit citaat laat al zien dat het geloof uit de titel niet nader wordt uitgelegd; het gaat meer om een gevoel of gewoonte. Mensen accepteren het zonder precies te weten wat het betekent. Marten gaat op het moment zelf mee, maar later begint hij te twijfelen. Daardoor wordt geloof in plaats van houvast iets verwarrends dat op de achtergrond aanwezig blijft en invloed heeft zonder echt duidelijk te zijn.
Marten is een jongen van het Friese platteland die moeilijk uit zijn woorden komt – elk antwoord begint met een aarzelend ‘eh’ –, maar die op het podium transformeert tot een krachtige persoonlijkheid. In de band die hij vormt met vrienden van school en kerk vindt hij een manier om even aan zijn onzekerheid te ontsnappen. Tussen versterkers, muziek en kapotgeslagen glas kan hij iemand anders zijn, iemand die zelfverzekerder en vrijer lijkt dan hij zich normaal voelt:
Ik begreep mezelf niet, waarom ik zo dubbel was. De band werd steeds bekender. Ik voelde hoe mijn zelfvertrouwen groeide. Met onze creatieve uitbarsting kwamen we steeds dichter bij de vorm die we zochten. Maar toch lukte het me niet om echt vrij te worden.
De muziek helpt hem tijdelijk, maar lost zijn innerlijke twijfel niet op.Hoe hecht de band eerst ook lijkt, toch valt die langzaam uit elkaar. Dat past bij het volwassen worden: vrienden veranderen, maken andere keuzes, hun verlangens verschuiven. In het begin bindt het geloof de jongens, later scheidt het hen juist. Sommigen blijven erin meegaan, anderen keren zich ervan af. Daardoor ontstaan spanningen die uiteindelijk ook de vriendschap ondermijnen. Marten merkt daarbij op:
Iedereen heeft z’n eigen dogma’s en verheven ideeën. Dat is niet alleen iets van het geloof. Als je dat denkt, dan heb je toch zelf precies hetzelfde bord voor je kop?
Zo laat De Vries zien dat niet alleen religie beperkingen oplegt, maar dat iedereen worstelt met starre overtuigingen.
Hij kiest voor een vertelstructuur die de lezer weinig houvast biedt. De gebeurtenissen lopen door elkaar heen, zoals herinneringen doen. Het lijkt soms alsof de tijd door elkaar is geraakt en alles via losse associaties wordt verteld. Dat voelt realistisch – zo werkt het geheugen nu eenmaal – maar kan ook vervreemdend zijn. De lezer moet voortdurend verbanden leggen en zoeken naar oorzaak en gevolg, naar betekenis. Wat overblijft zijn flarden: repetities, optredens, gesprekken die half worden gevoerd en half gedacht.
De nadruk op Martens innerlijk leven is zowel de kracht als de zwakte van de roman. Zijn onzekerheid en gevoeligheid zijn invoelbaar, vooral in zijn verhouding tot Wytse, de vriend die tegelijk spiegel en kompas is. Maar de buitenwereld blijft schetsmatig. Bijfiguren krijgen nauwelijks reliëf; ze blijven hangen in bijnamen en typeringen. Daardoor mist de roman soms de concrete wrijving die nodig is om emoties echt te laten landen.
Ook de passages in het heden, waarin Marten als vader optreedt en door een ogenschijnlijk alledaagse ontmoeting met een Marokkaanse familie wordt teruggeworpen op zijn jeugd, lijken bedoeld als ankerpunt. Ze suggereren reflectie en afstand, maar zijn niet altijd overtuigend uitgewerkt. De emotionele lading die ze moeten dragen, blijft vaak te impliciet en te weinig verankerd in tastbare gebeurtenissen.En toch resoneert er iets. Misschien de melancholie over een tijd waarin alles nog mogelijk leek, of de herkenning van een identiteit die zich moeizaam vormt in de schaduw van anderen. Misschien de manier waarop muziek wordt neergezet als een bijna mystieke ervaring, een kortstondige staat van genade. De Baptisten is een roman die eerder suggereert dan zich uitspreekt. Voor sommige lezers kan die vaagheid een gemis zijn; voor anderen juist een uitnodiging om mee te dwalen in het onaffe, het zoekende. Wat in elk geval blijft hangen, is het beeld van een jongen die pas werkelijk bestaat wanneer hij speelt – als een beest, los van zichzelf. Even vrij.
Laat een reactie achter