De positie van het Nederlands op Sint Eustatius

Het eiland Sint Eustatius is sinds 2010 geen onderdeel meer van de Nederlandse Antillen (die ook niet meer bestaan), maar een ‘openbaar lichaam’. Dat wil zeggen dat Sint Eustatius qua status een gemeente is bedoeld als alle andere Nederlandse gemeenten, maar vanuit Nederland bezien met een wat meer exotische ligging en met een aantal speciale regels. Maar hoewel de bestuurlijke structuur dus sindsdien meer op Nederland is georiënteerd, lijkt het cultureel een andere kant op te gaan, met name door een andere positie van het Nederlands. ‘Lijkt’ is een aanname die ik graag wilde onderzoeken.[i] Voor deze spagaat van cultureel de ene kant op en bestuurlijk de andere, is de taal een metafoor. En ik had aanwijzingen dat de geschetste spagaat c.q. problematiek nog een laagje dieper gaat en dat de taal, Engels of Nederlands, voor iets staat.
Het onderzoek was oriënterend en daarom kort en beperkt vanuit een tweetal vragen[ii]:
- Hoe verhoudt het Nederlands zich (nog) ten opzichte van het Engels, de voertaal?
- Wat gebeurt er op het eiland aan activiteiten rond de Nederlandstaligheid?
Bij deze vragen zijn de volgende invalshoeken c.q. issues geformuleerd.
Ten eerste de aansluiting op het Nederlandse onderwijs. Ik ben naast schrijver adviseur en ik heb jaren geleden via de toenmalige Stichting Studiebegeleiding Nederlandse Antillen (SSNA) me verdiept in de problematiek van de studiebegeleiding van Antilliaanse studenten.
De tweede invalshoek is het Nederlands als instructietaal in het onderwijs.
In de gesprekken kwamen nog nieuwe invalshoeken boven, waaronder een al dan niet vermeende sociaal-culturele kloof die door het Nederlands wordt veroorzaakt.

Uitgangssituatie
Samen met Saba en Bonaire vormt Sint Eustatius een bestuurlijke entiteit die we de BES eilanden noemen, zijnde deze drie Caribische gemeenten die rechtstreeks onder Nederland vallen. Dit in vergelijking met de andere drie Caribische eilanden Aruba, Curacao en Sint Maarten, die met Nederland aparte landen binnen het Koninkrijk zijn.
Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten worden de SSS eilanden genoemd. Ze liggen dicht bij elkaar (en ver verwijderd van de andere drie Nederlandse Caribische eilanden). Naast het Fries in Friesland zijn het de enige plekken in het Koninkrijk waar naast het Nederlands nog een andere taal de officiële taal is.

Historie
Sint Eustatius, ook aangeduid als Statia, is een plek met een boeiend historisch verleden. Sint Eustatius is 22 keer ver- en heroverd, een nummertje stuivertje wisselen door het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Nederland dat zijn weerga niet kent.
Statia was een hub, plat gezegd overslagplaats, in de gruwelijke en misdadige werkelijkheid van de slavenhandel. In deze tijd heeft Sint Eustatius de functie van overslag nog steeds vanwege een grote olie terminal op het eiland.[iii]
Economie
Die terminal staat op zichzelf in het eiland leven, zowel de activiteiten als de mensen die er werken bevinden zich in een parallelle wereld. Hetzelfde geldt voor het resort The Golden Rock aan de andere kant van het eiland, een verbluffend project dat door haar luxe behoorlijk contrasteert met de Statiaanse werkelijkheid.
De olieterminal, het toerisme en de overheid zijn de pijlers waarop de economie rust.
Die economie doet het substantieel beter dan die van de omringende onafhankelijke eilanden.[iv] Dat aspect wordt met cijfers ondersteund ontleed in het boek Ongemak. Zes Caribische eilanden en Nederland van Geert Oostindie en Wouter Veenendaal. Op het buureiland Saint Kitts is dat in de hoofdstad Basseterre duidelijk zichtbaar. Op een schijnwereld in een enclave in de vorm van een shopping mall na, waar dagelijks drie tot vier enorme cruiseschepen worden uitgeladen en waar het na vijven uitgestorven is.
Taal
Het Engels is altijd de voertaal geweest op Sint Eustatius na de komst van de Europeanen en de gedwongen komst van de Afrikanen. Het is de constante factor in de geschiedenis.
In zijn boek over de geschiedenis van Sint Eustatius verklaart Johannes Hertog de prominentie van het Engels.[v] De Nederlanders lieten hun gekoloniseerden hun taal. Dit in tegenstelling tot de Engelsen, de Fransen en de Spanjaarden die de inwoners van de door hen gekoloniseerde gebieden niet alleen hun macht oplegden, maar van daaruit ook hun taal. Zie het taallandschap in de wereld van vandaag de dag (en tel het door Hertog niet genoemde Portugees daarbij op) als onmiskenbaar bewijs van deze stelling.
Dat leidde er wel toe dat het Nederlands een elitetaal werd, vooral gesproken door de Nederlandse bovenlaag. De tot slaaf gemaakten hadden vrijwel geen contact met de Nederlandse cultuur.
Blijkbaar had de Britse kolonisator zijn aanwezigheid zodanig laten gelden, dat het Engels een blijvertje was en als native language werd en wordt gezien. In het onderwijs is Engels ook veelal de (instructie)taal geweest. Tot 1933, toen het Nederlands de eerste positie werd toebedeeld. In1976 is dat weer deels teruggedraaid en in 2014 helemaal.
Het Nederlands is nu vooral de taal van de wet. Dat levert een dilemma of obstakel op voor de wetgever, namelijk de keuze te moeten maken van wetten in verschillende talen of niet. Hetzelfde geldt ook voor Saba dat in dit opzicht vergelijkbaar is. Daarnaast geldt dat op Bonaire de kloof wellicht nog groter is met Papiaments als culturele taal en de invloed van veel Nederlanders en latino’s. Wellicht dat met digitale mogelijkheden (A.l.) ook oplossingen voorhanden zijn of komen.

Politiek-bestuurlijk
De bestuurlijke vernieuwing, algemeen aangeduid als 10-10-10 naar de datum van inwerkingtreding, was niet de keuze van Sint Eustatius. In een referendum in 2005 was de nieuwe structuur afgewezen.
Politiek is het beeld van Sint Eustatius te omschrijven als veranderlijk en instabiel. Het regent afsplitsingen en nieuwe partijen in de Statiaanse politiek, waardoor het aan daadkracht ontbreekt om de problemen op het eiland op te pakken. Tel daarbij op de bestuurlijke drukte van elf ministeries die zich met dat openbaar lichaam bemoeien en allerlei toezichthouders die dat ook doen en waar tussen de taakverdeling en de bevoegdheden soms onduidelijk zijn. In dat speelveld speelt zich de krachtsverhouding tussen het Engels en het Nederlands eveneens af.
In 2018 ondernam de Nederlandse regering actie door de eilandsraad te ontbinden en een regeringscommissaris te benoemen. De bedoeling was om hervormingen door te voeren in het bestuur van het eiland, de overheidsfinanciën en in het onderwijs, de gezondheidszorg en de infrastructuur. Sommigen steunden het als een noodzakelijke stap om de uitdagingen van het eiland aan te pakken.
Anderen hadden harde kritiek vanwege het teniet doen van lokale autonomie en het democratisch zelfbestuur. Clyde van Putten van de Progressive Labour Party (PLP) is de charismatische en populaire spokesman van dit deel van de bevolking met een even consequent als eloquent idioom van onderdrukking, slavernijverleden en rekolonisatie met een vleugje zevende dag adventisme. Vanwege het onder curatele stellen zou Nederland zich gedragen zoals Rusland dat doet met Oekraïne volgens Van Putten. In 2024 werd dat democratisch zelfbestuur op het eiland hersteld.
In hun boek Ongemak schetsen Geert Oostindie en Wouter Veenendaal een somber stemmend beeld van de politieke situatie op Statia.[vi] Zij tekenen daarbij aan dat nergens in Caribisch Nederland de weerstand tegen Nederland zo sterk is als op Statia. Dat gegeven is een leidende factor bij de bepaling van de positie van het Nederlands. Een deel van de bevolking ziet het als de taal van de rekolonisator. Sommigen brengen daar tegen in dat dat ook geldt voor het Engels.

Bevolking
Het is een klein eiland met rond 3500 inwoners. Die 3500 zijn verdeeld over veel zaken, te beginnen over het geloof. Sint Eustatius kent katholieken, zevendedags adventisten en methodisten die elk zo’n 20 tot 25% van de bevolking uitmaken.
Het grootste gedeelte van de bevolking stamt af van tot slaaf gemaakten. Met name de laatste decennia is er immigratie op gang gekomen. Tussen 1995 en 2015 is het aantal inwoners van Statia verdubbeld door medewerkers van de olieterminal, een Amerikaanse medische universiteit (van 1999 tot 2013) en de constitutionele veranderingen van 2010 brachten een stroom van ambtenaren en aanverwante functionarissen op gang. De traditionele inwoners van Statia, de families die er al eeuwenlang wonen, vormden in 1995 nog de overgrote meerderheid, nu worden die op zo’n 45% van de bevolking ingeschat. Jeannette Bos heeft deze groep uitgelicht in een prachtig fotoboek gemaakt, Statia Song.[vii]
Reflectie op de onderzoeksvragen
Hoe verhoudt het Nederlands zich (nog) ten opzichte van het Engels?
Vrijwel niet. Gebruik en kennis van het Nederlands gaan achteruit. Citaat: ‘Vroeger hoorde je overal Nederlands, net als nu nog op Bonaire. Maar op Statia steeds minder.’ Het verhaal van de teloorgang van het Nederlands is een breed gedeeld geluid uit de groep der geïnterviewden. De één is daar bezorgder over dan de ander. Er is overigens ook een groep die weigert Nederlands te spreken, ‘de taal van de kolonisator’.
Het openbaar bestuur is het laatste bastion van het Nederlands vanwege de wetgeving. In tegenstelling tot het voorheen geldende adagium van legislatieve terughoudendheid geldt daar nu het principe van ‘comply or explain’. Dat betekent dat alle Europees-Nederlandse regelgeving van toepassing is in Caribisch Nederland (CN), tenzij er gronden zijn om dat niet te doen. De criteria voor die gronden zijn: het insulaire karakter, de geografische afstand tot Europees Nederland en binnen CN en overige geografische omstandigheden, kleinschaligheid, klimatologische omstandigheden, draagkracht, cultuurverschillen, verbondenheid met Aruba, Curaçao en St. Maarten en economische en sociale omstandigheden.
Daar kan je dus alle kanten mee op. Dat wringt ook. Onderdeel zijn van Nederland zou moeten betekenen dat er gelijke kansen zijn in het hele land, ook op de verafgelegen niet-Europese eilanden. Door het maken van uitzonderingen werkt dat niet zo. Een aantal respondenten hebben daar moeite mee, anderen vinden het weer te ver gaan om dat te duiden als racisme en pleiten voor minder emotioneel en meer subjectief aankijken tegen de positie en het gebruik van het Nederlands.
Volgens onderzoek voor het Landelijk Kenniscentrum Cultuureducatie en Amateurkunst (LSKA) uit 2021spreekt op Sint Eustatius 80% van de bevolking Engels en 3% Nederlands.[viii]
Met de keuze in 2014 voor Engels als instructietaal op de scholen (er zijn vier lagere scholen en één middelbare school), is de positie van het Nederlands marginaal geworden.
Bij de overheid zou volgens respondenten circa 80% van de activiteiten in het Engels gaan en ongeveer 20% in het Nederlands. Die laatste 20% betreft dan voornamelijk externe contacten met de Nederlandse overheid, met name met de ministeries in Den Haag.
Het Nederlands is op weg een vrijwel dode taal te worden op Sint Eustatius. Het Spaans komt daarentegen op. Volgens LSKA onderzoek is13% van de mensen die op Sint Eustatius wonen Spaanstalig. Dus is het tweede taal van Statia en is die positie niet meer voor het Nederlands.
Sommigen laat dat onverschillig, terwijl anderen aangeven dat te betreuren met het oog op de relatie met Nederland. De metafoor van het hebben van een Nederlands paspoort kwam voorbij. Dat paspoort maakt reizen makkelijker en wordt met grote en algemene instemming gebruikt. Zo kan je het Nederlands ook gebruiken, als toegang tot allerlei zaken.

Wat gebeurt er op het eiland aan activiteiten rond de Nederlandstaligheid?
Vrijwel niets. In de Gertrude Judson Bicentennial Public Library St. Eustatius, de bibliotheek van Sint Eustatius, worden de volop aanwezige Nederlandstalige boeken nauwelijks of niet uitgeleend. De toevoer daarvan uit Nederland stopt overigens niet. Toen wij er waren voor een bezoek, kwam er weer een lading Nederlandse jeugdboeken aan, twee dozen klaar voor uitsluitend de boekenkast van de bibliotheek en enkele Nederlandse jongens en meisjes die meestal tijdelijk op het eiland zijn.
Activiteiten rond het Nederlands in de bibliotheek trokken geen belangstellenden, dus worden die ook niet meer georganiseerd.
Invalshoeken en issues
Interessant is in dit verband de geuite visie dat het Nederlands zorgt voor een kloof, anderen zeggen segmentatie, binnen de Statiaanse gemeenschap, gebaseerd op ras, taal en religie. Die kloof is er op economisch, religieus, sociaal en raciaal gebied met het Nederlands telkens aan de voor deze gesprekspartners verkeerde kant van de kloof. Economisch tussen arm en rijk, religieus tussen zevende dag adventisten en andere geloven, sociaal qua maatschappelijke positie en raciaal tussen zwart en wit. Dat sluit aan bij het beeld van het Nederlands als elitetaal.
Het Nederlands als instructietaal is in 2014 op de scholen afgeschaft en dat heeft indringende gevolgen voor de aansluiting gehad op de aansluiting met het Nederlandse onderwijs. Ik heb me als schrijver en adviseur in de jaren negentig via de toenmalige Stichting Studiebegeleiding Nederlandse Antillen me verdiept in de problematiek van de studiebegeleiding van Antilliaanse studenten, dus ik ben bekend deze aansluitingsproblematiek. Die is er sindsdien niet beter op geworden. Overigens zijn er ook Statiaanse studenten die in Nederland een geheel Engelstalige opleiding hebben gevolgd. Dat is tegenwoordig niet moeilijk en geen uitzondering.
In het basis- en voortgezet onderwijs op Sint Eustatius en Saba wordt nu in het Engels les gegeven. Dat is om aansluiting te hebben bij het Caribische onderwijsstelsel, CXG (Cariben Examination Council) genoemd. Op de meerderheid van de Caribische, ex-Britse eilanden bepaalt deze methode het onderwijs. Het Nederlands is op Statia en zogenaamde ‘sterke vreemde taal’. Dat betekent dat het Nederlands als vak wordt gedoceerd. Dat is belangrijk voor leerlingen die voor een studie naar Nederland willen of een baan ambiëren bij de lokale overheid op Sint Eustatius. In het schoolprogramma ligt dus meer nadruk op het Nederlands dan op andere vreemde talen zoals het Frans (met het oog op de Franse buureilanden) of het Spaans. De opkomst van het Spaanse wordt door niemand als een bedreiging ervaren voor het Nederlands als tweede taal.

Persoonlijk
Aanvankelijk voelde ik me als de student die ik ooit op het Nederlands Instituut in Rome zag arriveren om onderzoek te doen naar de filosofie in Italië ten tijde van het fascisme. Maar de filosofen zaten in de gevangenis (Antonio Gramsci), in de regering (Giovanni Gentile), geïntimideerd in hun kort en klein geslagen huis (Benedetto Croce), waren nog te jong (Umberto Eco) of waren al lang dood (Niccolò Machiavelli). Filosofie ten tijde van het fascisme, het was een te overzichtelijke kwestie. De betreffende student was er gauw klaar mee. Net als ik met het Nederlands op Statia, dat op weg is naar de status aparte van dode taal.
Maar omdat het thema taal op Sint Eustatius zoveel lagen had, het eiland een breed kader aan meningen heeft over het onderwerp en het onderwerp ook beladen is, kreeg het project al gauw meer diepte. Niet in het minst door mijn zonder uitzondering aangename gesprekspartners, die scherp op de materie waren. En al spoedig bleek ook dat ik in een wespennest was gestapt. Het enige dat ik kan doen is te luisteren zonder oordeel en als observator te rapporteren. Zoals ik in de gesprekken heb gedaan of althans geprobeerd heb.

[i] Dit onderzoek is ondersteund door een uitwisselingsbeurs voor schrijvers van Literatuur Vlaanderen (met het Letterenfonds en de Taalunie).
[ii] Het onderzoek bestond uit literatuuronderzoek,16 gesprekken en afstemming met een aantal personen. Verder zijn 9 mensen uitgenodigd voor een gesprek, allemaal van overheidswege, die of niet aanwezig waren bij de afspraak of niet hebben gereageerd op de uitnodiging. Een geplande workshop kon ook niet georganiseerd worden.
[iii] Over de geschiedenis van Sint Eustatius heeft Fijeanty/Fi de Wit een interessante podcast vanuit vrouwelijk perspectief gemaakt:
[iv] Geert Oostindie en Wouter Veenendaal, Ongemak. Zes Caribische eilanden en Nederland; Amsterdam 2020, blz. 202 – 205.
[v] Dr. J. Hartog, History of St. Eustatius; Aruba 1976, blz. 29-32.
[vi] Geert Oostindie en Wouter Veenendaal, Ongemak. Zes Caribische eilanden en Nederland; Amsterdam 2020, blz. 159.
[vii] Jeannette Bos, Statia Song; Haarlem 2016, blz. 2.
[viii]Sint Eustatius: cultuurparticipatie en cultuureducatie in het Caribisch deel van het Koninkrijk
Dit stuk verscheen eerder op Civis Mundi
Laat een reactie achter