Over de vroege romans van Marcel Möring

Waarom maken sommige romans diepe indruk op hun lezers, ook zonder chronologische vertelstructuur of duidelijke afloop? Bij romans als In Babylon (1997) van Marcel Möring ligt de kracht in hun affectieve plot: de gevoelsmatige samenhang die de leeservaring draagt.
Zulke romans tonen dat het bij lezen primair gaat om de ontwikkeling van stemming, spanning en resonantie. Wie recht wil doen aan deze ervaring, kan niet voorbijgaan aan de affectieve laag van de verhaalde gebeurtenissen en het appèl van de roman als geheel.
Gerda van de Haar ontwikkelt een benadering om deze dimensie van literatuur zichtbaar te maken, geïnspireerd door Gerard Vissers fenomenologie van het affectieve. Zijn begrippen ‘open vormen’ en ‘resonantieruimte’ bieden het kader om de gevoelswerking van literaire teksten te beschrijven via opvallende tekstkenmerken: vindplaatsen van de affectieve plot, van de ‘bevindelijkheid’ die lezers ervaren maar niet zomaar onder woorden kunnen brengen.
De affectieve plot bespreekt de romans waarmee Möring bekend werd: Mendel (1990), Het grote verlangen (1992) en In Babylon (1997). Het is een gids bij deze romans én een uitnodiging tot bredere toepassing van de affectieve benadering.
Gerda van de Haar (1965) is literair essayist en was verbonden aan het tijdschrift Liter. Zij werkt als acquirerend redacteur bij uitgeverij Skandalon. De affectieve plot is haar proefschrift (Universiteit Leiden).
Laat een reactie achter